De impact van een stoma is niet te onderschatten. ‘Bij veel mensen heeft een stoma invloed op het zelfbeeld’, vertelt Aline Verbiest, verpleegkundig specialist stomazorg en LARS. ‘Mensen hebben het gevoel dat ze de controle over hun lichaam verliezen en zijn bang voor de geur of zichtbaarheid van de stoma.’
Vaak zitten ze met veel vragen. Wat mag ik nog eten? Kan ik sporten? Hoe zit het met werk of intimiteit? ‘Patiënten denken soms dat ze minder kunnen, maar douchen en sporten blijft mogelijk. Het stomamateriaal is daarvoor gemaakt’, zegt stomaverpleegkundige Celien Verwerft. ‘Het is onze taak om die zorgen weg te nemen en patiënten zo goed mogelijk te informeren. Daarvoor werken ze onder andere samen met de diëtist die voedingsadvies geeft en de kinesist die hen leert bewegen met een stoma.’
Stomateaching
‘Voor de ingreep komen patiënten al bij ons langs op consultatie. We geven uitleg over de werking en zorg van de stoma en beantwoorden hun vragen’, vertelt Celien. Na de operatie volgt begeleiding op de kamer. ‘We vinden het belangrijk dat er een familielid of mantelzorger bij de uitleg aanwezig is. Zo krijgen ook zij de juiste informatie en kunnen ze ondersteunen waar nodig’, zegt Aline. Stap voor stap leren patiënten hun stoma zelf te verzorgen. Dat geeft vertrouwen om hun eigen zorg in handen te nemen.
‘Bij hun ontslag krijgen patiënten een toolkit om thuis verder mee aan de slag te gaan. Ook voor kinderen voorzien we een rugzakje om op een speelse manier te leren omgaan met hun stoma. Zo krijgen ze een knuffeltje dat een stoma heeft en kleurrijke prentenboeken over stomazorg’, zegt Celien.
De stomaverpleegkundigen zijn ook tussen het ontslag en de opvolgconsultatie bereikbaar voor patiënten: ‘Wij zijn hun aanspreekpunt, zowel binnen als buiten de ziekenhuismuren. Ze kunnen met vragen of verzorgingsproblemen steeds bij ons terecht’, zegt Celien. ‘We nemen ook echt de tijd om te luisteren en samen naar oplossingen te zoeken. Ze zijn ook opgelucht als ze hun verhaal kunnen doen’, vult Aline aan.
Gecoördineerde zorg en kennisdeling
Sinds eind 2025 werkt Aline als verpleegkundig specialist stomazorg en Low Anterior Resection Syndrome (LARS): ‘Naast de dagelijkse zorg onderzoek ik hoe we de zorg voor deze patiënten beter kunnen coördineren en hoe we de samenwerking met andere specialismen kunnen versterken.’
Patiënten met LARS, een verzamelnaam voor darmklachten die kunnen ontstaan na een endeldarmoperatie, komen bij Aline op consultatie: ‘In de eerste plaats proberen we hun klachten zo veel mogelijk te verlichten. Omdat hun stoelgangspatroon verandert, zoeken we samen naar oplossingen om het zo leefbaar mogelijk te maken. Daarbij werken we nauw samen met de diëtist en bekkenbodemkinesist.’ Er is ook ruimte voor hoe patiënten zich voelen: ‘We luisteren naar hun zorgen en bieden steun, zodat ze weten dat ze er niet alleen voor staan.’ Voor de stomazorg organiseert het team maandelijks een overleg om specifieke casussen te bespreken: ‘Zo kunnen we de zorg nog beter afstemmen, zowel binnen ons team als op de individuele noden van elke patiënt.’
Daarnaast zet Aline meer in op interne opleidingen: ‘Op andere afdelingen komen ook vaak mensen met een stoma terecht. We geven de verpleegkundigen daarom regelmatig advies, zodat zij weten hoe ze problemen zoals lekkage kunnen aanpakken.’ ‘We hebben ook al gestructureerde opleidingsmomenten over stomazorg georganiseerd om deze kennis en vaardigheden ziekenhuisbreed verder te verspreiden’, vult Celien aan.
Digitale zorg via UZA@home
Binnenkort kunnen stomapatiënten thuis verder worden opgevolgd via de UZA@home-app. ‘Met een digitaal zorgpad bieden we niet alleen ondersteuning tussen het ontslag en de opvolgconsultatie, maar ook daarna’, legt Aline uit. Patiënten krijgen educatie over stomazorg, reizen, intimiteit, sporten en voeding. Daarnaast vullen ze vragenlijsten in om hun welzijn te monitoren: ‘Als we signalen opvangen dat de zorg niet vlot verloopt, nemen we contact op en plannen we een tussentijdse consultatie in. Zo behouden we de brug tussen ziekenhuis en thuis en maken we deze overgang comfortabeler.’
