Chronische pijn is veel complexer dan pijn die gewoon langer dan drie maanden aanhoudt’, zegt prof. dr. Davina Wildemeersch, anesthesist en waarnemend medisch coördinator van het pijncentrum. ‘Vaak spelen biologische, psychologische en sociale factoren samen een rol. Daarom behandelen we patiënten vanuit een biopsychosociaal model, waarbij we naar de mens in zijn geheel kijken.’
Die visie staat al jaren centraal in het pijncentrum van het UZA. Toch blijft chronische pijn soms hardnekkig aanwezig. ‘Als onderzoekers vinden we het belangrijk om ook andere pistes te verkennen. Hypnotherapie is daar een voorbeeld van.’
Hypnose is een toestand van gefocuste aandacht en diepe ontspanning, waarbij patiënten heel alert blijven, en volledig bij bewustzijn.
Misverstanden over hypnose
Binnen het pilootproject richt de behandeling zich voorlopig op een afgebakende groep patiënten: mensen met fibromyalgie (chronische spier- en gewrichtspijn), het prikkelbare darmsyndroom en chronische spanningshoofdpijn. De sessies worden begeleid door Kathy Vanderperre, pijnverpleegkundige en hypnotherapeute in het UZA. Volgens haar is het belangrijk om eerst misverstanden over hypnose weg te nemen: ‘Veel mensen denken dat ze tijdens hypnose de controle verliezen, maar dat is niet het geval. Hypnose is een toestand van gefocuste aandacht en diepe ontspanning, waarbij patiënten volledig bij bewustzijn blijven. Ik zal mijn patiënten uiteraard nooit iets laten doen wat hun grenzen overschrijdt of hun waarden aantast.’
Het onderbewustzijn beïnvloeden
Tijdens hypnose verschuift de aandacht van het bewuste denken naar processen in ons onderbewustzijn. ‘Ongeveer 90 procent van ons gedrag wordt onbewust gestuurd’, legt Kathy uit. ‘Denk aan angst voor prikken, piekergedachten of slaapproblemen. Onder hypnose proberen we die automatische patronen te beïnvloeden. Hypnose beïnvloedt de manier waarop verschillende hersennetwerken samenwerken.
Onderzoek met hersenscans toont aan dat het netwerk dat betrokken is bij piekeren en zelfreflectie minder actief wordt tijdens hypnose, terwijl het aandachts- en planningsnetwerk sterker focust op de suggesties die worden gegeven. Daardoor ontstaat een toestand van gerichte alertheid waarin storende gedachten naar de achtergrond verdwijnen. In die toestand kunnen suggesties dieper doorwerken en nieuwe patronen helpen vormen. Hypnotherapie maakt zo gebruik van een fundamentele eigenschap van onze hersenen: neuroplasticiteit, het vermogen om verbindingen en reacties te veranderen, bijvoorbeeld in de manier waarop we pijn ervaren.’
'Ongeveer 90 procent van ons gedrag wordt onbewust gestuurd. Denk aan angst voor prikken, piekergedachten of slaapproblemen. Onder hypnose proberen we die automatische patronen te beïnvloeden.'
Van intake tot oefening thuis
Patiënten die mogelijk baat hebben bij hypnotherapie, worden door hun behandelende pijnarts doorverwezen. Daarna volgt een intakegesprek. ‘Dat eerste gesprek is belangrijk’, zegt Kathy. ‘We bekijken samen of hypnose kan aansluiten bij de hulpvraag en ik leg rustig het proces uit. De hypnotherapiesessie zelf duurt anderhalf uur. We begeleiden patiënten naar een diepe ontspanning via onder meer ademhalingsoefeningen, visualisaties en gerichte aandacht. Daarna volgt het eigenlijke veranderwerk, waarbij bijvoorbeeld gewerkt wordt rond pijnbeleving, stress of het zelfbeeld.’
‘De pijn verdwijnt daarom niet volledig’, benadrukt ze. ‘Maar veel patiënten leren hun pijn anders te ervaren of beter te reguleren.’ Na de sessie krijgen patiënten een op maat gemaakte audio-oefening mee om thuis verder te oefenen. Twee tot drie weken later volgt een evaluatiegesprek. ‘90 procent van de patiënten geeft aan dat de behandeling een positief effect had. Dat zijn alvast veelbelovende resultaten.’
Ik had nooit gedacht dat één sessie zo'n diepe effect kon hebben. Ik kan beter met de pijn omgaan en voel meer mildheid voor mezelf.
Multidisciplinair samenwerken
Het pijncentrum brengt verschillende disciplines – pijnartsen, psychologen, gespecialiseerde verpleegkundigen – samen rond chronische pijn en besteedt ook veel aandacht aan pijneducatie. ‘Dat multidisciplinaire karakter is essentieel’, aldus Wildemeersch. ‘We combineren medische behandelingen of interventionele technieken met revalidatie, psychologische begeleiding en educatie.’
Het pilootproject hypnotherapie wordt ook wetenschappelijk opgevolgd. Het team verzamelt patiëntgegevens over ervaringen en resultaten om beter te begrijpen welke rol hypnotherapie kan spelen in de zorg. ‘Biopsychosociale pijngeneeskunde is een relatief jonge discipline die snel evolueert’, weet Wildemeersch. ‘Als aanvullende behandelingen de levenskwaliteit van patiënten kunnen verbeteren, is dat zowel klinisch als maatschappelijk en beleidsmatig relevant.’
Een wet uit 1892
België heeft nog steeds een wet uit 1892 die hypnotisme reguleert. Die wet was oorspronkelijk bedoeld om misbruik en publieke hypnoseshows te beperken, maar sluit vandaag niet meer goed aan bij de moderne medische praktijk.
De Hoge Gezondheidsraad pleitte daarom al voor een actualisering van de regelgeving. Volgens de raad zou therapeutische hypnose best worden uitgevoerd door erkende zorgverleners zoals artsen of psychologen, binnen een professionele en multidisciplinaire context.
Voor ziekenhuizen zoals het UZA is dat vandaag al de praktijk: hypnotherapie wordt er alleen toegepast door opgeleide zorgprofessionals en altijd als onderdeel van een breder behandelplan.

