Terug van nooit weggeweest

Infectieziekten: van zorg naar samenwerking en preventie

16 december 2021
Infectieziekten
Interview
'Infectieziekten zijn terug van nooit weggeweest'

Infecties en virussen zijn van alle tijden. Denk aan de Spaanse griep in 1918, de Mexicaanse griep in 2009, en aan covid-19 vandaag. Een steeds sterker verbonden samenleving en een toenemende migratie, hertekenen Infectieziekten als dienst en medische discipline. ‘In de jaren 90 dacht iedereen dat infectieziekten voorbij waren. Vandaag zijn ze één van de grootste bedreigingen van de mensheid’, aldus infectiologe Erika Vlieghe.

Erika Vlieghe
Prof. dr. Erika Vlieghe
Diensthoofd algemene inwendige geneeskunde, infectieziekten en tropische ziekten

Prof. dr. Erika Vlieghe was van 2004 tot 2017 als senior staflid en onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen. Vandaag staat ze aan het hoofd van de dienst algemene inwendige geneeskunde, infectieziekten en tropische geneeskunde van het UZA, en adviseert ze beleidsmakers als GEMS-voorzitter tijdens de coronapandemie. 

‘Toen de dienst Infectieziekten in 1987 ontstond, was het een hospitalisatiedienst van het instituut voor tropische geneeskunde. Op dat moment was vooral aids die ene, ongrijpbare infectieziekte’, vertelt prof. Vlieghe. ‘In 1996, toen ik aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde studeerde, kwam prof.­ ­Colebunders terug van het ‘One World One Hope’-congres in Vancouver, wat nadien een belangrijk momentum zou blijken. Door gunstige resultaten met nieuwe combinaties van medicatie, voorspelde hij een heuse world wide fight against HIV. Dat was revolutionair. Mensen met hiv/aids gebruikten in die periode dagelijks tientallen medicijnen om te overleven. Ze zagen ook ontzettend veel mensen uit hun omgeving overlijden. Dat was een traumatiserende tijd voor velen van hen. In de twintig daaropvolgende jaren evolueerde het gamma aan geneesmiddelen en mogelijkheden voor hiv-behandeling enorm, tot wat het vandaag is. Maar die eerste jaren lieten een ontzettend grote indruk na. ‘Ze hebben me gevormd als arts’, vertelt prof. Vlieghe.

‘Tijdens mijn studie zei iedereen dat infectieziekten voorbij waren, dat er nog een beetje hiv de ronde deed, maar dat het dat was. Vandaag zijn infectieziekten één van de grootste bedreigingen van de mensheid. Ze zijn terug van nooit weggeweest.’

Coronavirus

Onzekerheid 

De dienst algemene inwendige geneeskunde, infectieziekten en tropische geneeskunde beschikt intussen over een uitgebreide track record van tropische virussen en infecties. Denk aan ebola, hiv, en nu ook covid-19. Hoewel elke ziekte anders is, ziet prof. Vlieghe over de verschillende epidemieën heen een aantal patronen terugkeren. ‘Een nieuwe infectie brengt maatschappelijke onzekerheid en angst met zich mee. Antwoorden en inzichten hoe te reageren liggen op dat moment niet klaar. Toch bepaalt iemands gedrag of je risico loopt om het virus op te lopen. Dat zorgt voor onrust’, stelt ze. Zo was de angst voor het oplopen van hiv, net als de angst voor covid, heel aanwezig in de maatschappij. Onveilig gedrag stellen werd quasi verketterd. Al speelt de wijze van overdracht ook een rol. ‘Bij hiv werd het snel duidelijk dat het virus zich in de seksuele context verspreidde en vaker werd gezien in de gay-community en bij migranten uit landen waar hiv zeer veel voorkwam’, vertelt prof. Vlieghe. ‘Dat werkte stigma in de hand.’

Een nieuwe infectie brengt onzekerheid en angst mee

Ook binnen de zorgsector ontstaat onzekerheid bij een nieuwe epidemie-uitbraak. ‘Vele ziekenhuisdiensten stonden in het verleden eerder weigerachtig tegenover het opnemen van patiënten met hiv of ebola, want ze achtten zich niet in staat om op een veilige manier te helpen’, aldus prof. Vlieghe. Gespecialiseerde centra nemen dan over. Tijdens de ebolapandemie in 2014 richtte de overheid twee nationale referentiecentra voor de behandeling van virale hemorrhagische koorts (zoals bv. ebola) op, waaronder één in het UZA. Covid-19 vroeg een andere aanpak. ‘Covid-19 was te overrompelend. De aanvankelijke beslissing om een paar gespecialiseerde centra op te richten, bleek al na een paar dagen onhoudbaar.’

Van pandemie tot infodemie

Steeds meer artsen in opleiding tonen interesse in infectieziekten als medische discipline. ‘We merken dat de achtergrondkennis van de studenten in de eerste en tweede bachelor een grote sprong heeft gemaakt’, vult prof. Vlieghe aan. Dat hoeft uiteraard niet te verbazen. De kennis over epidemieën is in de hele maatschappij gegroeid. ‘Corona omschreef men wel eens als infodemic, een pandemie aan informatie. Kennis is dankzij moderne technologie snel beschikbaar, maar ook desinformatie en fake news raakt snel verspreid.’ En dat vormt ruis. ‘Kwaliteitssystemen, zoals peer reviews in wetenschappelijke tijdschriften, sloeg men soms over, wat de verificatie en ­kritische benadering van bevindingen bemoeilijkte.’ 

COVID19

Bovendien gaat wetenschap niet altijd in een rechte lijn. Het is een hobbelig parcours waarin informatie constant wordt bijgesteld. ‘Eigenlijk werkt wetenschap zoals het vinden van De Mol’, duidt prof. Vlieghe, ‘die vind je ook niet in één aflevering, je moet je gedachten constant bijstellen op basis van nieuwe inzichten. Iemand die niet middenin de wetenschap zit, denkt daardoor al snel dat de beslissingen niet doordacht zijn, net omdat ze nog veranderen en je steeds verrast kan worden.’

Kwetsbare groepen bereiken met voldoende en juiste informatie blijft een groot aandachtspunt. ‘Waar je woont, je basisopleiding, je afkomst, beïnvloedt de toegang tot kennis en daarmee ook je gedrag en je gezondheid. Daarom is het belangrijk om kinderen al vanaf jonge leeftijd vertrouwd te maken met ziektepreventie en aandacht voor hygiëne.’

Mensen zijn tot heel veel bereid, maar dan moet je duidelijk en helder blijven communiceren.

De focus op preventie en kennisdeling staat steeds meer centraal. ‘Elke epidemie geeft een stapel aan lessons learnt. Voor covid-19 zijn we die nog volop aan het verwerken. We weten nu wel dat mondmaskers en ventilatie belangrijk blijven. Het feit dat vaccinatie een essentiële rol blijft spelen, nemen we ook mee, net als de rol, maar ook de limieten van testing. Ziekenhuizen en eerstelijnsactoren kunnen en moeten intensief blijven samenwerken, denk aan het mobiel testteam CoBUSters van het UZA, telemonitoringsinitiatief Telecovid of HOST, een pilootproject voor transmurale zorg (zie p. 33). Die samenwerkingsverbanden en contacten zijn ­transversaal.’

Op de vraag of ze ook persoonlijke lessen trekt uit de coronacrisis, komen de thema’s ‘multidisciplinair werken’ en ‘transparantie’ bovendrijven. ‘Als wetenschapper heb je een belangrijke rol om inzichten zo objectief mogelijk aan te leveren, maar de beleidsmakers moeten er mee aan de slag. Heldere communicatie over het plan is cruciaal. We hebben gemerkt dat mensen tot heel veel bereid zijn als ze beseffen dat iets nodig is, maar dan moet je duidelijk en helder blijven communiceren.’

Coronavirus

De toekomst: preventief genezen?

De vraag of die tendens van preventie zich niet beter in de hele zorgsector zou doorzetten, dringt zich op. Want in België gaan de meeste aandacht, energie en kosten naar curatieve geneeskunde, niet naar preventieve. ‘Onze gezondheidszorg is heel erg gefocust op performante en gespecialiseerde zorg’, vertelt prof. Vlieghe, ‘maar we moeten dringend meer inzetten op het gezond houden van mensen.’ Zo is er nog dat andere grote probleem: antibioticaresistentie. ‘Door toenemende globalisering en migratie komen we in aanraking met nieuwe virussen. En zoals iedereen intussen weet: infectieziekten kennen geen grenzen. Een teveel aan antibiotica maakt ons kwetsbaar. Nederland en Scandinavische landen hebben bijvoorbeeld een strakker beleid en kampen daardoor met minder hoogresistente bacteriële infecties’, sluit prof. Vlieghe af.  

Gerelateerde specialismen

Aangemaakt op

16 december 2021

Laatste update op

21 oktober 2022