2015 was voor de traumazorg in het UZA een sleuteljaar. Uit de gespecialiseerde opvang van mensen na een ongeval, ontstond de focus op de ganse keten. Dr. Philip Verdonck, coördinator van het zorgprogramma majeur trauma en het Antwerp Trauma Network (ATN): ‘Een paar jaar eerder al werd het eerste zaadje geplant met een oplijsting van wat er na een zwaar ongeval standaard moet gebeuren. Dat zorgde er onder meer voor dat we sneller een bloedtransfusie konden doen op de spoed zelf.'
Een volgende grote stap was dataregistratie. Het UZA ging per patiënt systematisch informatie bijhouden in een apart traumaregister: bepaalde bloedwaarden, ernst van het trauma, duur van de opname, uitkomst en prognose … Meten is immers weten: op basis van al die data kan het team de zorg continu bijsturen. ‘Omdat er in België voorlopig geen nationaal traumaregister bestaat, gebruiken we het dataregister van de Duitse Vereniging voor Traumatologie (DGU)’, zegt Joo- Ree Melis, domeincoördinator dataregistratie. ‘2016 was het eerste volledige jaar dat we alles registreerden. Het jaar daarna bezorgde de DGU ons voor het eerst een jaarverslag met een overzicht van al onze data. Daarmee gingen we aan de slag.’
24 op 24 uur gespecialiseerde zorg
Het UZA werkte hard om zijn traumazorg te optimaliseren, van de allereerste opvang ter plaatse tot en met het ontslag. Als bekroning voor die inspanningen ontving het in 2018 als eerste ziekenhuis in Vlaanderen een accreditatie als level 1 traumacentrum door de DGU. Dat houdt onder meer in dat er 24 op 24 uur een gespecialiseerd team aanwezig is om een ernstig complex trauma op te vangen en dat er altijd een operatiezaal beschikbaar is. Sindsdien volgt er driejaarlijks een nieuwe audit: ‘Een status quo volstaat niet. We moeten kunnen aantonen dat we onze zorg blijven verbeteren. De afgelopen jaren zagen we bij de zwaarst gewonde patiënten een daling in het aantal overlijdens. De nieuwe aanpak heeft dus een rechtstreekse impact op de overlevingskansen’, zegt Philip Verdonck.
Ik bezoek de patiënten dagelijks om hun situatie te bespreken en hen te informeren, en zorg ervoor dat de opname vlot verloopt.
Antwerp Trauma Network
Het traumacentrum keek vanaf het begin verder dan de eigen ziekenhuismuren. In 2018 werd het Antwerp Trauma Network opgericht, met het UZA als coördinerend ziekenhuis. Op dit moment telt het netwerk elf ziekenhuizen en werd het als eerste traumanetwerk in België door de DGU erkend. Philip Verdonck: ‘Samen streven we naar optimale traumazorg. Dat doen we door samen te werken rond opleiding, dataregistratie, klinische zorg en kwaliteitsbeleid. Patiënten worden afhankelijk van de ernst van hun verwondingen naar het meest aangewezen ziekenhuis gebracht. Een van de afspraken is dat kinderen na een zwaar ongeval altijd in het UZA worden behandeld. Niet iedereen vangt hetzelfde type patiënten op, maar elk ziekenhuis verbindt zich ertoe gestructureerde traumazorg aan te bieden en de kwaliteit van de opvang te monitoren. Elke schakel in het netwerk is cruciaal en steunt op zijn beurt op de volledige keten.’
Het succes van het netwerk steunt op transparantie en regelmatig overleg, met gezamenlijke data-analyse. Dat is niet vanzelfsprekend. ‘Met andere ziekenhuizen delen wat beter kan, dat gebeurt binnen ons netwerk structureel’, zegt Philip Verdonck. Het netwerk start ook gezamenlijke projecten op. ‘Momenteel is er bijvoorbeeld extra aandacht voor oudere of kwetsbare patiënten. Doordat een relatief banaal ongeval bij hen veel zwaardere gevolgen kan hebben, blijven zij vandaag vaak onderbehandeld.’
Als traumanetwerk moeten we met elkaar blijven praten en zoeken wat er beter kan. Zo komen we in de brede regio tot de best mogelijke zorg.
Totaalbeeld van patiënt
Een andere mijlpaal was de start van het multidisciplinair overleg in 2018. Wekelijks zitten in het UZA artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners van het zorgprogramma majeur trauma samen om patiënten met een complex trauma te bespreken. Zo krijgen ze een volledig beeld en kunnen ze voor elke patiënt een aangepast zorgtraject uitwerken. Het multidisciplinaire karakter van de zorg maakt het soms moeilijk om het overzicht te bewaren. Dat geldt voor zorgverleners, maar ook voor patiënten.
Sinds kort heeft het UZA daarom een verpleegkundig specialist trauma. Zij is een centraal aanspreekpunt en brugfiguur voor de diverse diensten, maar vooral ook voor patiënten. Mauranne Claessens: ‘Vanaf de eerste aanmelding ben ik betrokken bij het zorgtraject. Ik bezoek de patiënten dagelijks om hun situatie te bespreken en hen te informeren, en zorg ervoor dat de opname vlot verloopt. Daardoor ben ik voor hen en hun familie een vertrouwd gezicht. Samen met de andere disciplines zorg ik er ook voor dat patiënten het ziekenhuis verlaten met alle nodige informatie en ondersteuning.’
Alle neuzen gelijk
Al die inspanningen monden uit in meer efficiëntie en betere zorg. Philip Verdonck: ‘Zo verliezen we na een ongeval geen tijd meer met tientallen telefoontjes. Onze spoedarts verzamelt de nodige informatie via het MUGof ziekenwagenteam, waarna een dertigtal medewerkers van verschillende diensten opgebeld worden en dezelfde gesproken boodschap ontvangen. Zij zetten meteen de nodige procedures in gang: er treedt als het ware een hele machinerie in werking.’
Als ander voorbeeld haalt Joo-Ree Melis het gebruik van een fixatieband van het bekken aan, nodig om na een zware klap het bekken te stabiliseren. ‘Als de aandacht daarvoor verslapt, zien we dat in onze dataregistratie. Via de opleiding brengen we het dan opnieuw onder de aandacht.’ Dankzij een digitale database kan ze die zaken vandaag snel opvolgen. Op termijn zal ze bepaalde kwaliteitsindicatoren – bijvoorbeeld hoe snel de patiënt naar de CT-scan kan – zelfs real time kunnen opvolgen via een dagelijkse update.
En wat brengt de toekomst? Philip Verdonck ziet meerdere kansen: verder inzetten op coördinatie van de multidisciplinaire zorg, verdere uitbouw van wetenschappelijk onderzoek, nog meer overleg en samenwerking rond de patiënt, meer inbreng van patiënten en hun naasten bij de organisatie van de zorg, het creëren van een algemeen Belgisch kader voor traumazorg … ‘En vooral ook: als traumanetwerk met elkaar blijvenpraten en zoeken wat er beter kan. Zo komen we in de brede regio tot de best mogelijke zorg’, besluit hij.


