Het vormt 7 procent van je lichaamsgewicht en het kan dikker of dunner worden:bloed. Dr. Philip Verdonck, coördinator van het zorgprogramma majeur trauma, is er de afgelopen twee jaar intens mee bezig geweest. Voor zijn onderzoek rond bloedstolling verzamelde hij 288 stalen van ernstig gewonde patiënten in het traumacentrum.
‘Al die stalen zijn we nu uitgebreid aan het onderzoeken omdat ik wil weten wat er exact met het bloed gebeurt na een trauma: waarom stolt het of net niet?’, vertelt dr. Verdonck. Nu krijgt bijna elke patiënt die bloed nodig heeft namelijk hetzelfde infuus: rode bloedcellen, plasma en bloedplaatjes. ‘Maar niet iedereen lijkt dat allemaal nodig te hebben. Beter zou zijn als we meer gericht bloedproducten kunnen geven’, vervolgt Verdonck.
Bijzondere molecule
Om daarop een antwoord te vinden, zoekt hij naar stollingsafwijkingen in het bloed die door het trauma zelf veroorzaakt zijn. ‘We denken dat dit te maken heeft met de beschadiging van specifieke organen of weefsels’, aldus Verdonck. ‘Het zou kunnen dat het lichaam dan bepaalde stollingsfactoren activeert die afwijken van de normale manier van bloedstolling. Verschillende onderzoekers hebben deze mysterieuze reden al proberen te ontrafelen: welke factoren zorgen daarvoor?’
Er is een vermoeden: de zogenaamde Von Willebrand-factor. Dat is een molecule in het bloed die het dikker maakt. Wanneer je gewond raakt, dan maakt je lichaam die zelf aan zodat je minder bloed verliest. Vooral bij schedel-hersenletsels neemt de molecule acuut hoge concentraties aan, en lijkt die nog enkele dagen door te werken. ‘Je kan deze molecule het best vergelijken met een feesttoeter: hoe harder je blaast, hoe langer die wordt omdat hij zich uitrolt. Dat doet die molecule dus ook. En hoe langer hij wordt, hoe meer stolling dat teweegbrengt.' verduidelijkt dr. Verdonck.
Omdat verwondingen vaak samen voorkomen, is het moeilijk om in te schatten welk effect op de bloedstolling van welk letsel komt.
Bloedstaal in acute fase
In de VS en in het VK is er al onderzoek gebeurd, maar daar zien ze vooral steek-en schotwonden, terwijl mensen hier voornamelijk op spoed belanden door een verkeersongeval. Het onderzoek van dr. Verdonck is daarom uniek. Bovendien splitst hij alle 288 bloedstalen op in drie groepen: die van patiënten met een hersen-schedelletsel, patiënten met een ander letsel, en patiënten die zowel een letsel hebben aan de hersenen of schedel, als elders in het lichaam. ‘Omdat verwondingen vaak samen voorkomen, is het moeilijk om in te schatten welk effect op de bloedstolling van welk letsel komt. Dat hopen we nu dus te achterhalen, om daarna te kijken welke bloedproducten die patiënt al dan niet nodig heeft.’ Wat het onderzoek nog specialer maakt, is de biobanking. Van elke patiënt is er zowel een bloedstaal genomen in de acute fase, als 24u later. Die gaan meteen naar het lab voor analyse.
Ook benieuwd naar de resultaten? Die zijn voor later dit jaar. Wil je nu al iets betekenen? Twijfel dan niet om bloed te geven.
Ik wil weten wat er exact met het bloed gebeurt na een trauma: waarom stolt het of net niet?
