Ga ik misselijk worden? Wat als ik niet meer wakker word? Mensen hebben honderdeneen redenen om bang te zijn voor een narcose. Zowat één op de vijf heeft prikangst, meer dan de helft ervaart sterke angst als ze een ingreep moeten ondergaan. Soms biedt een kalmeermiddel dan een oplossing. Maar almaar vaker zetten ziekenhuizen ook in op niet-medicamenteuze manieren om angst te verminderen.
‘Goede informatie helpt vaak al om patiënten gerust te stellen’, zegt anesthesist dr. Sabine Maes. ‘Maar ook juist communiceren in aanloop naar een narcose is cruciaal: met positieve bewoordingen geef je patiënten een gevoel van veiligheid. Het omgekeerde geldt ook. Gebruik je in de operatiezaal het woord oei, ook al gaat het niet over de patiënt, dan creëer je ongerustheid. Dat komt doordat angstige patiënten onbewust focussen op gevaar.’ ‘Kleine aanpassingen hebben een grote impact’, vult anesthesist dr. Barbara Breebaart aan. ‘Je focust beter niet op het negatieve. Dus niet er komt een prik, maar wel ik ga uw infuus aanleggen.’
Positieve communicatie
Ook non-verbale elementen spelen een grote rol, vervolgt Sabine Maes. ‘Een rustige sfeer in de operatiezaal, geen lawaai maken, materiaal buiten het gezichtsveld van de patiënt houden: ook dat helpt allemaal om patiënten op hun gemak te stellen.’
Beiden schoolden zich bij in een Amerikaanse aanpak van positieve communicatie, met bewezen effect op het verlagen van pijn en angst. Die inzichten delen ze intussen actief met collega’s en toekomstige zorgverleners. Zo maakte Barbara Breebaart een sensibiliserende video op YouTube rond het thema. En als docent communicatie binnen de Antwerpse opleiding geneeskunde laat ze het onderwerp uitgebreid aan bod komen in haar lessen.
Voor patiënten die heel angstig zijn voor een narcose, biedt hypnose soms een uitkomst. Dankzij die techniek kunnen bepaalde ingrepen die normaal onder algemene verdoving plaatsvinden, zoals een schildklier- of hartklepoperatie, toch onder plaatselijke verdoving gebeuren. Sabine Maes: ‘Daar komt een specifieke techniek aan te pas, waarbij ik de hypnose achtereenvolgens instel, verdiep en bestendig. Ik vraag aan patiënten om in gedachten naar een geliefkoosde plek te gaan. Eigenlijk help ik hen om hun eigen vermogen om kalm te blijven aan te spreken.’ Soms kan ook favoriete muziek of een virtualrealitybril, al dan niet met een hypnoseprogramma, voldoende zijn om de angst bij patiënten te verminderen.
Dankzij hypnose kunnen bepaalde ingrepen die normaal onder algemene verdoving plaatsvinden, toch onder plaatselijke verdoving gebeuren.
Kinderen onder narcose
Ook kinderen zijn soms heel bang voor een narcose. Nathalie Van Meerbeeck, coördinator van het pijnteam voor kinderen, en pijnverpleegkundige Ann Roete beklemtonen het belang van een kindvriendelijke benadering. ‘Wij zien vaak de gevolgen van een foute aanpak, zoals een kind dat al in paniek raakt als het moet neerliggen op een bed’, vertelt Ann.
Het pijnteam voor kinderen ziet erop toe dat medische procedures bij kinderen zo comfortabel mogelijk verlopen. Daarvoor past het de principes van CARO toe, kort voor Comfort, Afleiding, Relaxatie en Overleg. ‘Comfort heeft vooral met pijnvermindering te maken, in de praktijk vaak met gebruik van een huidverdovende zalf’, legt Nathalie uit. ‘De tweede pijler is afleiding: hoe verleg je de focus van het kind? Het operatiekwartier werkt bijvoorbeeld met geprojecteerde tekeningen op het plafond, wat de aandacht afleidt. Maar ook iets eenvoudigs als een taalspelletje kan prima werken.’ Ook relaxatie kan je op verschillende manieren bereiken, bijvoorbeeld door een prikkelarme omgeving te creëren of naar een comfortabele houding te zoeken voor het kind. Aangepast taalgebruik (zie boven) is hier ook heel belangrijk.’ Het vierde element, overleg, houdt in dat het kind zo goed mogelijk wordt voorbereid (zie kader hieronder), maar ook dat het in de mate van het mogelijke de controle krijgt. Wil het tijdens een bloedafname bij papa of bij mama op schoot? Wil het een roze of een gele pleister?
Keuzes vastleggen
Sommige kinderen hebben speciale begeleiding nodig omdat ze een trauma opliepen of vanwege specifieke noden of beperkingen, zoals een autismespectrumstoornis. Ann Roete: ‘Kinderen met extreme angst zien wij een aantal keer vooraf op de raadpleging, om het vertrouwen te herstellen. Dat doen we spelenderwijs. We maken dan ook een plan voor de narcose, waarin we de keuzes van het kind vastleggen. Soms begeleiden we het kind zelf naar de operatiezaal.’
Een goede samenwerking met de anesthesisten en andere collega’s maakt op zo’n moment het verschil. ‘Het is heel fijn als je vaststelt dat er iets extra’s kan, zoals een anesthesist die het kind in slaap brengt in het aangereden bed in plaats van op de operatietafel, wat minder beangstigend is’, haalt Nathalie aan.
Geef een kind zoveel mogelijk controle. Wil het tijdens een bloedafname bij papa of bij mama op schoot? Wil het een roze of een gele pleister?
Trauma’s voorkomen
Het is belangrijk om het hele ziekenhuis mee te krijgen in die kindvriendelijke aanpak. In maart gaven Ann en Nathalie een opleiding rond CARO, waarna verschillende afdelingen hen uitnodigden om hun verhaal bij hen nog eens over te doen.
Een kindvriendelijke aanpak rond medische procedures zou vanzelfsprekend moeten zijn, vinden ze, zowel in als buiten het ziekenhuis. Nathalie onderstreept daarbij het belang van preventie. ‘Als een narcose aangenaam verloopt, verhoogt dat de slaagkans en de kwaliteit van de procedure, voorkomen we trauma’s en behouden het kind en de ouders hun vertrouwen in de zorg. Zeker bij een eerste narcose of bij heel jonge of kwetsbare kinderen moeten we daarom extra alert zijn.’
Een zachte, correcte manier om met medische procedures om te gaan, hoeft overigens niet duur of tijdrovend te zijn, geeft ze nog mee. ‘Het kind bij een prik rechtop laten zitten of samen een liedje zingen om het af te leiden: dat kost weinig moeite, maar het kan een wereld van verschil maken.’
9 tips om je kind te helpen
Moet je kind een narcose ondergaan? Zo maak je het tot een positieve ervaring.
- Bereid je kind thuis al voor met spelletjes, uitleg, boeken en/of filmpjes. De arts, (pijn)verpleegkundige of educatief medewerker van pediatrie kan je op weg helpen.
- Geef duidelijke informatie aan je kind op zijn of haar niveau. Focus daarbij op vijf dingen: wat, waar, wanneer, wie en hoe.
- Beklemtoon eerdere positieve ervaringen, bijvoorbeeld die keer dat je kind heel flink was bij de dokter en nadien een speeltje mocht uitkiezen.
- Vermijd negatieve woorden. Zeg niet 'je hoeft niet bang te zijn’, maar wel ‘de dokters gaan heel goed voor je zorgen.'
- Geef je kind een stuk controle, bijvoorbeeld door het een knuffel te laten kiezen die mee mag naar het operatiekwartier.
- Focus niet op wat niet mag. Zeg dus liever ‘blijf even rustig zitten’ dan ‘nu mag je niet bewegen’.
- Geeft je kind aan bang te zijn? Zeg dat dat oké is, maar vraag ook naar de reden en probeert het gerust te stellen. De angst komt soms uit onverwachte hoek: sommige kinderen zijn bijvoorbeeld niet bang voor de prik zelf, maar voor de knelband om hun arm.
- Verwacht je dat je kind erg angstig zal zijn, bespreek dat dan vooraf met de behandelende arts of op de preoperatieve raadpleging. Dan kan het team erop inspelen.
- Is je kind heel bang voor medische procedures? Misschien kunnen er dan tijdens de narcose nog andere zaken gebeuren, zoals een bloedafname of een vaccinatie. Kaart dat aan bij de behandelende arts.


