Hersenen

Dagelijks krijgen in België naar schatting meer dan zestig mensen een beroerte. Om ervoor te zorgen dat elke patiënt vanaf het begin de juiste zorg krijgt, werkt het UZA samen met een vijftiental ziekenhuizen in de brede regio. ‘Time is brain: je wil de patiënt zo snel mogelijk in het ziekenhuis hebben.'

dr. Antonin Cant
Dr. Antonin Cant
Neuroloog AZ Klina
dr. Niels Fockaert
Dr. Niels Fockaert
Diensthoofd neurologie AZ Klina
Caroline Loos
Prof. dr. Caroline Loos
Neuroloog
Laetitia Yperzeele
Prof. dr. Laetitia Yperzeele
Neuroloog

Een zeventiger uit Schoten, laten we hem Karel noemen (*), zakt thuis plots door zijn knie. Zijn vrouw vraagt bezorgd wat er scheelt, maar haar man lijkt haar niet te begrijpen. De vrouw belt in allerijl de 112. De ambulancier stelt een halfzijdige verlamming vast en contacteert onmiddellijk de spoedafdeling van AZ Klina in Brasschaat. Bij aankomst in het ziekenhuis worden de neurologen, het intern transport en de CT-afdeling van de dienst radiologie via een alarmknop verwittigd: zo weten ze dat er een patiënt met een vermoeden van een beroerte in aantocht is.  

‘Dankzij het nieuwe protocol dat we vorig jaar invoerden, winnen we cruciale tijd. Idealiter krijgen patiënten binnen het kwartier een scan en ondergaan ze, als ze daarvoor in aanmerking komen, binnen het halfuur een behandeling’, zegt dr. Niels Fockaert, diensthoofd neurologie van AZ Klina.  

De scan bevestigt dat Karel een beroerte heeft: de neuroloog ziet een grote bloedklonter in de rechterhersenhelft. Hij krijgt meteen een trombolyse, een behandeling waarbij geprobeerd wordt de bloedklonter met medicatie op te lossen. Maar zal dat volstaan? Fockaert: ‘Een andere behandeling, waarvoor zowat een op de vijf patiënten in aanmerking komt, is een trombectomie: de bloedklonter wordt dan mechanisch verwijderd met een stent of katheter. Daarvoor brengen we de patiënt over naar het UZA.’ De zorg voor beroertepatiënten is in België verdeeld over S1- en S2-centra: de eerste bieden basiszorg aan, de tweede – waaronder het UZA - ook gespecialiseerde behandelingen.  

(*) We schetsen het traject van een fictieve patiënt.

Time is brain

De neuroloog twijfelt. De bloedklonter zit vrij diep in het bloedvat, wat een trombectomie mogelijk bemoeilijkt. Een telefoontje met de neuroloog van het UZA brengt snel uitsluitsel: de patiënt mag komen. Er wordt meteen een ziekenwagen geregeld.  

‘Time is brain’, zegt UZA-neurologe prof. dr. Caroline Loos. ‘Elke minuut dat een bloedvat afgesloten is, verlies je hersenweefsel. Je wil de patiënt dus zo snel mogelijk in het ziekenhuis hebben. Een trombolyse moet in principe binnen de vierenhalf uur gebeuren, een trombectomie binnen de zes uur. Afhankelijk van hoe de beroerte zich uit, kan dat soms ook nog later. Maar ook dan geldt: hoe sneller, hoe beter. Daarom is het belangrijk de patiënt in eerste instantie naar het dichtstbijzijnde centrum te brengen.’  

In 2025 voerde het UZA 141 trombectomieën uit, waarvan 130 bij patiënten die waren doorverwezen vanuit een ander ziekenhuis. Loos: ‘We werken samen met een vijftiental ziekenhuizen. Zo’n netwerk is maar zo sterk als de afzonderlijke schakels: daarom hechten we veel belang aan opleiding en overleg. Jaarlijks zitten we met alle ziekenhuizen samen, voor nascholing en een netwerkvergadering. Alle bezorgdheden komen dan op tafel. Zo leren we van elkaar, ook uit wat minder goed is gegaan. Het doel is om elke patiënt zo goed en zo snel mogelijk te behandelen.’  

Daarnaast kunnen artsen laagdrempelig bij de UZA-neurologen terecht voor advies. Fockaert: ‘Een van de grote sterktes van de samenwerking is dat we altijd snel bij hen terecht kunnen. Ze zijn altijd bereid om te overleggen, te helpen en met ons mee te denken.’ 

Door jaarlijks samen te zitten leren we als ziekenhuizen van elkaar, ook uit wat minder goed is gegaan. Het doel is om elke patiënt zo goed en zo snel mogelijk te behandelen.

Vroege behandeling, beter herstel

Karel keert al de volgende dag terug naar AZ Klina. Zijn symptomen zijn nagenoeg verdwenen. Hij blijft nog drie dagen opgenomen. ‘Sinds enkele jaren hebben we een gespecialiseerde beroerte-eenheid, met continue monitoring. De kansen op zo’n afdeling liggen een stuk beter dan op een gewone afdeling’, zegt dr. Antonin Cant, neuroloog in AZ Klina.  

‘Patiënten krijgen vanaf het begin een multidisciplinair team aan hun zijde: een neuroloog, gespecialiseerde verpleegkundigen, een kinesitherapeut, een ergotherapeut, een logopedist, een revalidatie-arts, een maatschappelijk werker, eventueel een diëtist … Hoe vroeger de behandeling, hoe beter het herstel’, vult Loos aan.  

Na de acute behandeling worden patiënten nog lang opgevolgd. Eerst driemaandelijks, als alles goed gaat jaarlijks. Loos: ‘Nogal wat patiënten hebben baat bij een aanpassing van hun levensstijl, en dat vraagt tijd. Daarnaast zijn er veel zaken die aandacht vragen. Zijn er blijvende klachten? Loopt de kinesitherapie goed? Heeft de patiënt last van stemmingsstoornissen?’ 

Onzichtbare klachten

Zowat de helft houdt blijvende beperkingen over aan de beroerte, zoals spraakproblemen of moeilijker stappen. Ook voor patiënten met minder zichtbare klachten moet er voldoende aandacht zijn, merkt Loos op: ‘Ik denk dan aan vermoeidheid, prikkelgevoeligheid, geheugenproblemen … Ook die zaken maken het moeilijk om de draad weer op te pikken. Het zijn vaak die mensen die we op lange termijn het meest intensief opvolgen.’

Intussen blijft het belangrijk patiënten sneller in het ziekenhuis te krijgen en ook bij kwetsbare groepen de bewustwording daarrond te vergroten. Toch ziet Loos in het algemeen een positieve evolutie. ‘In tien jaar tijd is het aantal trombectomieën in ons ziekenhuis ongeveer verviervoudigd. Het is fijn hoe we dankzij een goede samenwerking almaar meer mensen kunnen helpen.’  

Het is fijn hoe we dankzij een goede samenwerking almaar meer mensen kunnen helpen. 

Europese samenwerking

Sinds 2018 werken Europese landen samen aan een betere beroertezorg. Daarvoor werd het Stroke Action Plan – Europe (Europees beroerte-actieplan) in het leven geroepen, kortweg SAP-E. Elk land heeft SAP-E-coördinatoren die ernaar streven om het in de eigen zorg te implementeren via een nationaal plan. In België is dat voor Vlaanderen neurologe prof. dr. Laetitia Yperzeele.

‘De doelstellingen zijn onder meer om tegen 2030 het aantal beroertes te doen dalen en de toegankelijkheid van acute beroertezorg te verhogen, met ook een duidelijk beleid voor preventie, revalidatie en re-integratie in de maatschappij. Jaarlijks komen alle nationale coördinatoren samen om van elkaar te leren. Samen sta je sterker’, zegt Yperzeele.

‘Nu al leveren ziekenhuizen en beroepsorganisaties heel goed werk, maar het is de bedoeling om de beroertezorg in de toekomst via een nationaal plan te stroomlijnen. Daar hoort ook een nationaal register bij, nodig om via data-analyse onze zorgkwaliteit te verbeteren. Daar willen we samen met de beleidswerkers naartoe werken.’

Zo herken je een beroerte

Via de BEFAST-test kan je nagaan of iemand een beroerte heeft.

Balance: Is er sprake van een verstoord evenwicht?

Eyes: Heeft de persoon problemen met zijn zicht?  

Face: Vraag de persoon te glimlachen. Heeft hij een scheefhangende mond?  

Arm: Vraag om de armen gelijktijdig op te tillen. Lukt dat niet of moeilijk?

Speech: Zijn er problemen met spraak of verstaan?

Time: Time is brain. Bel onmiddellijk de 112 als je een van deze symptomen vaststelt. 

Aangemaakt op
Laatste update op