Iedereen ervaart wel eens pijn. Meestal verdwijnt die vanzelf als het lichaam herstelt. Soms blijft pijn echter bestaan, ook nadat een wonde genezen is of een behandeling achter de rug is. Dan spreken we van chronische pijn: een aandoening die een grote impact heeft op het dagelijks leven en een van de belangrijkste oorzaken is van langdurige arbeidsongeschiktheid. Werken, studeren of zelfs eenvoudige dagelijkse activiteiten worden moeilijker, terwijl de pijn voor de buitenwereld vaak onzichtbaar blijft.
‘Vandaag zien we patiënten vaak pas als de pijn al chronisch is geworden’, weet prof. dr. Guy Hans, CEO van het UZA en pijnarts van opleiding. ‘Dan zijn er al veranderingen opgetreden in het zenuwstelsel die moeilijk of zelfs niet meer omkeerbaar zijn. Wij willen veel vroeger ingrijpen, wanneer pijn zich nog in een normaal herstelproces bevindt.’
Die preventieve visie vormt het uitgangspunt van PainTwin, een gezamenlijk onderzoeksproject van het UZA en de Universiteit Antwerpen. Het project wil beter begrijpen waarom sommige mensen volledig herstellen van pijn, terwijl anderen chronische klachten ontwikkelen. Daarvoor bouwen de onderzoekers stap voor stap een wetenschappelijk onderbouwde databank op met gegevens van mensen met acute en subacute pijn. Door die mensen over een langere periode op te volgen, willen ze risicofactoren nauwkeuriger in kaart brengen en beter begrijpen welke biologische, psychologische en sociale factoren een rol spelen bij het ontstaan van chronische pijn.
Vandaag zien we patiënten vaak pas wanneer de pijn al chronisch is geworden. Wij willen veel vroeger kunnen ingrijpen.
Screeningstool als eerste stap
In de Week van de Pijn 2026 bereikt PainTwin een belangrijke mijlpaal. Via de website kunnen bezoekers niet alleen betrouwbare informatie over pijn terugvinden, maar ook praktische educatie over wat ze zelf kunnen doen om hun herstel te ondersteunen. Daar wordt dan op korte termijn ook een laagdrempelige vragenlijst aan toegevoegd, waarmee mensen inzicht krijgen in hun pijnklachten en mogelijke risicofactoren.
De onderzoekers kozen bewust voor een website als eerste toegangspoort. ‘We willen dat iedereen met pijnklachten gemakkelijk de weg vindt naar betrouwbare informatie’, aldus Hans. ‘Een website verlaagt de drempel. Mensen kunnen zich informeren, hun klachten beter begrijpen en sneller de stap zetten naar gepaste hulp wanneer dat nodig is.’
‘Educatie krijgt vandaag nog te weinig aandacht’, vult prof. dr. Davina Wildemeersch aan, pijnarts en medisch coördinator van het pijncentrum. ‘Uit onderzoek weten we dat patiënten zelf heel wat kunnen doen om het risico op chronische pijn te verkleinen. Daarom willen we mensen correcte informatie geven én hen aanzetten om tijdig in actie te komen.’
De screening brengt niet alleen de pijn zelf in kaart, maar houdt ook rekening met factoren zoals functioneren, levenskwaliteit en de impact van pijn op het dagelijkse leven. Dat maakt het gemakkelijker om pijn bespreekbaar te maken met een huisarts of andere zorgverlener.
‘Veel mensen denken dat pijn na een operatie of behandeling er nu eenmaal bij hoort’, zegt Wildemeersch. ‘Daardoor blijven ze soms te lang met klachten rondlopen. Wij willen die drempel verlagen en mensen stevige handvatten geven om sneller de juiste hulp te zoeken.’
Uit onderzoek weten we dat patiënten zelf heel wat kunnen doen om het risico op chronische pijn te verkleinen.
Leren om beter te voorkomen
De gegevens die deelnemers vrijwillig delen, vormen tegelijk de basis voor verder wetenschappelijk onderzoek. ‘Op termijn willen we dankzij artificiële intelligentie patronen herkennen die vandaag nog onzichtbaar blijven. Zo kunnen we almaar beter voorspellen welke patiënten een verhoogd risico lopen op chronische pijn en welke begeleiding het meest aangewezen is’, vertelt Wildemeersch. ‘Het is onze ambitie om preventie zo gerichter en persoonlijker te maken.’
Volgens Hans is die omslag noodzakelijk. ‘Al twintig jaar proberen we chronische pijn beter te behandelen, maar de vooruitgang blijft beperkt. Als we echt een maatschappelijke impact willen maken, moeten we voorkomen dat pijn chronisch wordt.’
Die aanpak maakt PainTwin bijzonder. Internationaal bestaan wel onderzoeksprojecten rond chronische pijn, maar die richten zich meestal op mensen die de aandoening al hebben ontwikkeld of op één specifieke patiëntengroep. PainTwin kiest bewust voor een andere benadering: zo vroeg mogelijk ingrijpen, nog vóór pijn chronisch wordt. Daarmee wil het project bijdragen aan een volledig nieuwe manier van denken over pijnzorg, waarin preventie, educatie en wetenschappelijk onderzoek hand in hand gaan.
‘Voor mij is dat de essentie van preventie’, besluit Davina Wildemeersch. ’Niet alleen wetenschappelijke kennis verzamelen, maar die ook vertalen naar iets laagdrempeligs waar mensen vandaag al beter van worden.’

