5 vragen over longrevalidatie

De longrevalidatie in het UZA schakelt een versnelling hoger. Patiënten werken niet alleen aan kracht en conditie, maar krijgen indien nodig ook ergotherapie, voedingsadvies of andere ondersteuning.    Ze worden begeleid door een nieuw, jong team met longrevalidatiearts dr. Jo Raskin, vijf kinesitherapeuten en een ergotherapeute.
 
1. Voor welke patiënten is longrevalidatie zinvol?
Dr. Jo Raskin: 'Onze revalidatie staat open voor alle patiënten met een chronische longziekte die recht hebben op terugbetaling ervan. Maar in de praktijk begeleiden we vooral patiënten met chronisch obstructief longlijden (COPD). Voor die groep is het nut van revalidatie ook het duidelijkst wetenschappelijk aangetoond. Velen van hen hebben immers een erg slechte conditie doordat ze zo kortademig zijn. Daardoor komen ze op de duur nog amper de deur uit. Zo dreigt een vicieuze cirkel te ontstaan, die wij proberen te doorbreken. Ook longtransplantatiepatiënten kunnen bij ons terecht.'
 
2. Waaruit bestaat de longrevalidatie?
Raskin: 'Patiënten krijgen in de eerste plaats kinesitherapie, waarbij ik ze medisch opvolg. Maar we bekijken ook het bredere plaatje. Kunnen de patiënten zich thuis nog goed beredderen? Moeten we hun voeding aanpassen? Hebben ze misschien recht op een toelage? Is er nood aan psychologische steun? Zo'n 40 % van de COPD-patiënten heeft immers last van een depressie of angsten, wat begrijpelijk is gezien de ernst van hun ziekte en het sociaal isolement waarin velen verzeilen. Om dat alles in kaart te brengen, worden alle patiënten in het begin gescreend door onze ergotherapeute, de diëtiste, de psychologe en de sociaal werker. Zo kunnen we de gepaste ondersteuning aanbieden. Ook rookstopbegeleiding, het juiste gebruik van puffers en zuurstofbehandeling zijn aandachtspunten.'
 
3. Wat houdt de kinesitherapie in?
Kevin De Soomer, coördinator kinesitherapie: 'De klemtoon ligt op kracht- en uithoudingstraining, met oefeningen op de loopband, fiets, step, crosstrainer ... Daarnaast leren we patiënten hoe ze hun ademhalingsspieren kunnen trainen. Alle patiënten krijgen een schema op maat: het is niet de bedoeling hen af te peigeren. We willen hen vooral aanmoedigen om weer actief te worden.'
 
4. Hoe lang duurt zo'n revalidatieprogramma?
De Soomer: 'De meeste patiënten komen zes maanden. De eerste drie maanden trainen ze drie keer per week, daarna nog twee keer per week. Het is de bedoeling dat ze ook thuis geleidelijk meer beginnen te oefenen. Na zes maanden volgen wij hen alleen nog op en zetten zij de revalidatie voort onder begeleiding van een kinesitherapeut bij hen in de buurt of in een fitnesscentrum.'  
 
5. Welke resultaten mogen de patiënten verwachten?
Raskin: 'Uit onderzoek weten we dat longrevalidatie de kortademigheid vermindert en de levenskwaliteit verbetert. En vermoedelijk daalt ook het aantal opstoten van COPD. Schijnbaar kleine verbeteringen kunnen voor de patiënt veel betekenen: weer de trap op kunnen om boven te gaan slapen, eindelijk nog eens op familiebezoek ...'
De Soomer: 'Ik sta er vaak van versteld hoeveel vooruitgang patiënten al na een paar weken maken. Ook het groepsgebeuren is belangrijk. Nogal wat patiënten raken door hun ziekte in een sociaal isolement. Hier leren ze elkaar op de duur kennen en gaan ze al eens samen een koffie drinken. Dat is mooi om te zien.'
 
UZA dienst longziekten, T 03 821 35 39

Bron: maguza.be