Je zit in een teammeeting samen met vijf collega’s. Geconcentreerd luister je naar iedereen die aan het woord komt, tot er een discussie ontstaat. Al gauw begint iedereen door elkaar te praten, en het enige wat jij verstaat is … ruis. Je probeert je nog meer te focussen maar als je leidinggevende jouw mening vraagt, weet je niet wat zeggen. ’s Avonds plof je doodmoe neer in de zetel, die sportafspraak heb je maar afgezegd.
Voor mensen die slecht horen, zijn verschillende werksituaties een grote uitdaging. Naast de mentale inspanning die ze leveren om vlot te communiceren, blijft het probleem onderbelicht in onze maatschappij. Hoog tijd om daar iets aan te doen, vond prof. dr. Vincent Van Rompaey. Samen met audiologe en doctoraatsonderzoeker Cato Philips onderzocht hij de grootste struikelblokken bij 140 UZA-patiënten tussen 18 en 65 jaar.
Wat hebben jullie juist onderzocht?
Van Rompaey: ‘We wilden weten welke problemen mensen met een slecht gehoor ervaren op het werk, zowel bij mensen die aan één oor slecht horen, als bij mensen die aan beide kanten ernstig gehoorverlies hebben. Onze doelgroep zijn mensen die geluiden stiller dan zeventig decibel niet verstaan. Het resultaat was verrassend.’
Philips: ‘Inderdaad, want wat we ontdekten, is dat ze allemaal bijna evenveel problemen ervaren. Dus, mensen die met één oor nog wel goed horen, ervaren toch bijna dezelfde klachten en impact als mensen die aan beide oren gehoorverlies hebben. Dat hadden we niet verwacht.’
Hoe komt dat?
Philips: ‘Omdat je je beide oren nodig hebt om signalen te filteren uit achtergrondlawaai, en om geluid te kunnen lokaliseren. Als je ene oor dat allemaal alleen moet doen, dan lukt dat veel minder goed, zo blijkt.’
Van Rompaey: ‘Je hoort dus wel aan één oor, maar je weet niet van waar de geluiden komen. Van links of rechts, van achter of voor je. Als er een ambulance passeert, dan hoor je die wel, maar je weet niet van waar die komt. In een gesprek pikt je ene oor de spraak op en filtert het andere oor de ruis weg.’
Mensen die met één oor nog wel goed horen, ervaren toch bijna dezelfde klachten en impact als mensen die aan beide oren gehoorverlies hebben.
Wat voor problemen op het werk ervaren de mensen die jullie bevraagd hebben?
Philips: ‘Die zijn heel verschillend. Tijdens vergaderingen of groepsgesprekken niet kunnen volgen bijvoorbeeld, zeker wanneer collega’s door elkaar praten. Er zijn mensen die klanten te woord moeten staan en niet alles begrijpen, bijvoorbeeld wanneer je in een supermarkt werkt en er veel achtergrondlawaai is. Ook de typische landschapsbureaus zijn niet handig. Wanneer je slecht hoort, is het niet evident om je te concentreren tussen collega’s die aan het bellen zijn, of wanneer er een slechte akoestiek is. Dat is ook de reden dat mensen die slecht horen eerder aan hun bureau lunchen dan mee naar de cafetaria gaan, omdat het daar te rumoerig is.’
Van Rompaey: ‘We zien dat ze zich daardoor sociaal isoleren en na het werk zo vermoeid zijn dat ze vaak geen energie meer hebben voor sociale activiteiten of hobby’s. Dat leidt zelfs tot meer werkonbekwaamheid en een verhoogde kans op burn-out en depressie, of vervroegd pensioen.’
Welke oplossingen zijn er?
Van Rompaey: ‘Een hoortoestel kan soms een oplossing zijn als één oor niet werkt, maar bij deze ernst aan gehoorverlies is dat niet voldoende. Het toestel zorgt ervoor dat de geluiden luider worden, maar het slakkenhuis kan die dan toch niet helemaal verwerken en doorgeven. Daarvoor is een cochleair implantaat nodig, dat de gehoorzenuw rechtstreeks stimuleert. De spraakverstaanbaarheid verbetert dan voor een groot deel in rumoerige omstandigheden. Het probleem is dat zo’n implantaat 16.000 euro kost, en er geen volledige terugbetaling is in België.’
Philips: ‘Kinderen krijgen het intussen wel terugbetaald, maar volwassenen krijgen alleen één implantaat betaald als ze langs beide kanten ernstig gehoorverlies hebben.’
Van Rompaey: ‘Terwijl onze studie nu net heeft aangetoond dat horen aan één kant geen oplossing is …’
Bij deze dus een oproep …
Van Rompaey: ‘Inderdaad. We weten intussen al twintig jaar dat zo’n implantaat heel goed helpt. In het UZA waren we de eerste ter wereld die zo’n implantaat bij een volwassen patiënt plaatsten die aan één kant niet hoorde. Intussen is er terugbetaling in vele andere landen zoals Duitsland en Australië voor twee implantaten per patiënt of voor één bij iemand die langs één kant slecht hoort. We zijn hoopvol dat dit er in de nabije toekomst bij ons ook komt. Niet alleen voor het welzijn van de patiënt, maar voor de hele maatschappij. Als de overheid mensen meer en langer wil zien werken, dan zou een terugbetaling bij deze doelgroep een heel groot verschil kunnen maken.’
Kleine ingrepen kunnen samen een groot verschil maken voor mensen met gehoorproblemen op de werkvloer.
Gehoorverlies is geen zichtbaar probleem, speelt dat ook een rol volgens jullie?
Van Rompaey: ‘Het blijft nog een beetje onder de radar omdat het niet altijd duidelijk is wat het probleem juist is. Met deze studie proberen we dat meer zichtbaar te maken en mensen een hart onder de riem te steken. Als je gehoorproblemen hebt, laat je dan nakijken zodat we een oplossing kunnen zoeken. Maar ook naar collega’s en werkgevers toe: wees je ervan bewust dat deze persoon het niet altijd makkelijk heeft en heb daar begrip voor. Misschien is er een manier om de communicatie te verbeteren.’
Philips: ‘VDAB bijvoorbeeld biedt daarin advies aan. Tijdens een vergadering kan een klein microfoontje dat specifiek de spraak opvangt soms al helpen – zodat het allemaal beter verstaanbaar is. Of volstaat het al om het bureau anders te plaatsen. Als werkgever kan je daar ook premies voor aanvragen. Kleine ingrepen kunnen samen een groot verschil maken voor mensen met gehoorproblemen op de werkvloer.’

