Klinisch pad: wie doet wat wanneer?

Een goede planning is goud waard. Die regel geldt als geen ander in ziekenhuizen, waar almaar meer behandelingen en ingrepen in een vaste structuur - een klinisch pad - worden gegoten. Door alle zorgaspecten precies op elkaar af te stemmen, verloopt de opname zo efficiënt mogelijk.

In mei kreeg Gerard (59) ernstige problemen met z’n linkerknie. Hij had op de duur zo veel pijn dat hij niet meer kon stappen. ‘Ik kwam terecht bij dr. Lieven Dossche, die een knieprothese aangewezen vond. De ingreep kon al twee weken later plaatsvinden’, vertelt hij. Diezelfde dag al werden de nodige voorbereidingen getroffen. Gerard: ‘Er werd mij uitgelegd wat er ging gebeuren en er werden concrete afspraken gemaakt. Zo’n week voor de operatie ging ik op raadpleging bij de anesthesist en onderging ik nog een aantal onderzoeken. Alles was perfect georganiseerd.’

Bij een knieprothese-operatie komt veel kijken: niet alleen de ingreep zelf, maar ook verpleegkundige zorg, kinesitherapie, anesthesie, radiologie, sociaal-maatschappelijke begeleiding ... Orthopedist dr. Lieven Dossche: ‘Doordat het een routine-ingreep is, kun je de diverse stappen binnen de behandeling standaardiseren: kinesitherapie op de kamer op dag 2, naar de revalidatie-afdeling vanaf dag 3, foto van de knie op dag 5 ... In feite werkten wij al jaren volgens een vaste routine. Maar zowat een jaar geleden hebben we een werkgroep opgericht om die manier van werken vast te leggen in een klinisch pad. Zo hebben ook andere afdelingen en nieuwe medewerkers een duidelijke houvast.’

Wat gebeurt er op dag 5?

Met een klinisch pad worden alle aspecten van een behandeling zo efficiënt mogelijk gestructureerd: wie doet wat op welke dag? ‘De grote meerwaarde schuilt erin dat er ook tussen de diensten onderling duidelijke afspraken worden gemaakt’, zegt kwaliteitscoördinator Nicole Delmotte. ‘Als je bijvoorbeeld weet dat elke knieprothesepatiënt vijf dagen na de ingreep een röntgenfoto moet krijgen, kun je daarover afspraken maken met de dienst radiologie.’

Bij de dienst orthopedie werd het klinisch pad aangegrepen om de vertrouwde methodes grondig te evalueren. Hoe konden ze sneller toewerken naar het ontslag? Waren er nergens hiaten, overlappingen of knelpunten? ‘Zo werd een routinematig urine-onderzoek na de ingreep geschrapt, omdat het nut daarvan achterhaald bleek’, haalt Dossche aan. Uiteraard wordt er nog rekening gehouden met verschillen tussen patiënten. Dossche: ‘Er zullen altijd patiënten zijn die trager of sneller herstellen dan gemiddeld. Dat moet je incalculeren in je klinisch pad.’

Gerards ingreep is intussen achter de rug. Hij kijkt al uit naar zijn ontslag. ‘Mijn been plooien doet nog pijn, maar ik boek snel vooruitgang. Een kwestie van geduld en oefenen.’

Info: dienst orthopedie UZA, T 03 821 32 48

Op tijd denken aan revalidatie

Slechts een minderheid van de patiënten die een knie-operatie heeft ondergaan, kan nadien niet meteen naar huis, bijvoorbeeld omdat ze alleen wonen of bijkomende gezondheidsproblemen hebben. Die patiënten verhuizen na hun opname naar een revalidatiecentrum. Maar opgenomen worden in het centrum van voorkeur is niet altijd evident. Het UZA sloot daarom een overeenkomst met revalidatiecentrum Hof ter Schelde. Knieprothesepatiënten die zich tijdig opgeven om daar te revalideren, kunnen in principe binnen de week na hun operatie in het centrum terecht. Zo kunnen ze zo snel mogelijk met gerichte revalidatie beginnen. 
‘We regelen het ontslag nog voor de opname’, zegt Nicole Delmotte. ‘Al zodra er beslist wordt om te opereren, bespreekt een verpleegkundige het hele pre- en postoperatieve verloop en wordt ook gevraagd hoe de patiënt zijn revalidatie ziet. Wie niet naar huis kan, krijgt de mogelijkheid om een bed in Hof ter Schelde of een ander centrum te reserveren. Door tijdig te plannen worden veel problemen vermeden.’

 

Bron: maguza.be