Aandacht voor ondervoeding

Opmerkelijk: zo’n 20% van de patiënten die in een ziekenhuis worden opgenomen, zijn ondervoed. Die slechte voedingstoestand kan het herstel flink vertragen. Met een nieuwe aanpak en een infobrochure wil het UZA het probleem bij de wortel aanpakken.

Het lijkt een contradictie, maar toch is het zo: zelfs een zwaarlijvige persoon kan ondervoed zijn. ‘Met ondervoed bedoelen we dat iemand belangrijke voedingstekorten heeft. Dat kan een tekort aan calorieën of eiwitten zijn, maar ook een tekort aan bepaalde vitamines of mineralen’, legt UZA-hoofddiëtiste Martine De Clercq uit. ‘Wie bijvoorbeeld systematisch geen vlees, vis of een vegetarisch alternatief eet, riskeert een tekort aan eiwitten en ijzer. Als een tekort zo groot is dat de organen daardoor minder goed functioneren, spreek je van ondervoeding of eigenlijk beter malnutritie.’

De oorzaken van ondervoeding kunnen sterk uiteenlopen. Ziekte is de belangrijkste, maar ook verminderde eetlust of gebitsproblemen liggen soms aan de basis van het probleem. Hoewel malnutritie meer voorkomt bij bejaarden, kan het ook jongere mensen overkomen. Uit onderzoek blijkt dat een op vijf patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen, aan ondervoeding lijdt. Dat cijfer is wellicht niet representatief voor de hele bevolking, aangezien je nu eenmaal niet naar een ziekenhuis gaat als je kerngezond bent.

Naar het ziekenhuis: van de regen in de drup?

‘Problematisch is dat de voedingstoestand vaak nog verder achteruitgaat in het ziekenhuis’, zegt prof. dr. Dirk Ysebaert, coördinator van het UZA-nutritieteam. ‘Van de patiënten die al opgenomen zijn, zou maar liefst 30 tot 60% ondervoed zijn. Ook daar zijn logische verklaringen voor: mensen kunnen na een operatie vaak minder goed eten, moeten regelmatig nuchter zijn voor een onderzoek of moeten veel braken.’

Die toestand van ondervoeding komt het genezingsproces niet ten goede. Zo genezen wonden veel moeilijker en functioneert het afweersysteem minder goed. Ook de goede spierwerking is verstoord, en die is belangrijk voor de hart- en ademhalingsspieren en voor de skeletspieren, en dus voor de mobiliteit. Daarnaast zit er ook een financieel kantje aan het verhaal. Ondervoede patiënten liggen langer in het ziekenhuis en zouden de gemiddelde ziekenhuiskost jaarlijks met zo’n 7% de hoogte in jagen.

In het UZA is aandacht voor ondervoeding zeker niet nieuw. Al van bij de oprichting heeft het ziekenhuis een nutritieteam, dat bestaat uit artsen, diëtisten, nutritieverpleegkundigen, een apotheker en een medewerker van patiëntenzorg. Zowat een jaar geleden dokterde het team een nieuwe aanpak uit om ondervoeding efficiënter te bestrijden.

Uw lengte en gewicht, alstublieft?

Ysebaert:  ‘Elke verpleegkundige en zorgkundige heeft bijscholing gekregen over ondervoeding. Verder hebben we een systeem ingevoerd waarmee ondervoeding systematisch wordt opgespoord.’ Bedoeling is dat de verpleegkundige aan elke opgenomen patiënt een aantal vragen rond zijn voedingsgewoonten stelt en dat gewicht en lengte in het verpleegdossier worden vermeld. Op basis daarvan worden risicopatiënten geselecteerd, die vervolgens een bezoekje van de diëtiste of nutritieverpleegkundige krijgen. Als zij concluderen dat er sprake is van ondervoeding, wordt er een oplossing voorgesteld.

‘Voor patiënten met voedingstekorten hebben we een arsenaal aan middelen, gaande van verrijkte voeding en vloeibare voedingssupplementen tot, in extreme gevallen, sondevoeding of voeding via de bloedbaan. Meestal starten we met de minst ingrijpende oplossing’, licht De Clercq toe.

Sinds kort is er ook een infobrochure rond malnutritie, die elke opgenomen patiënt bij de onthaalbrochure vindt. ‘Op die manier hopen we ook de patiënt te sensibiliseren’, zegt Ysebaert. ‘Als iemand in ondervoede toestand het ziekenhuis verlaat, krijgt hij aangepast voedingsadvies. Indien nodig nemen we contact op met de huisarts of een familielid.’ Het idee dat ondervoeding een brede laag van de bevolking treft, is zeker bij het grote publiek maar ook bij verpleegkundigen nog relatief nieuw. ‘Het vraagt een hele mentaliteitswijziging om het probleem op de kaart te krijgen. Maar stilaan merken we een kentering’, besluit De Clercq.

Info: Diëtistenteam via Dienst endocrinologie, diabetologie en metabole ziekten T 03 821 32 75
Nutritieverpleegkundige T 03 8214010

Bron: maguza.be