Tessa is laboratoriumtechnoloog: 'Ook wij leven mee'

‘In het labo klinische biologie doen we hematologische analyses van bloed – bloedgroepen bepalen, stollingsfactoren meten, … – en biochemische analyses van serum, plasma, urine, hersenvocht en allerlei andere vochten. Eigenlijk de standaardanalyses die je ook bij de huisarts laat doen als je je niet goed voelt.’

Het labo klinische biologie is het grootste labo van het UZA. Elke dag komen honderden aanvragen binnen via het loket of de buizenpost – makkelijk 5000 op een week. Meer gespecialiseerde analyses gebeuren in een van de zijlabo’s in het UZA. Wij beheren ook de bloedbank en leveren zakjes bloed voor bloedtransfusies.

Spoedstalen – te herkennen aan het rode aanvraagformulier – krijgen altijd prioriteit. Op elk moment is een specifieke medewerker verantwoordelijk voor die spoedaanvragen.

Ook stalen van baby’s, in herkenbare tubes, krijgen altijd voorrang. Want baby’s kunnen zelf niet uitleggen wat er aan de hand is. We zijn ook altijd extra zuinig met die stalen, zodat ze zo weinig mogelijk geprikt moeten worden. Als we te weinig hebben om alle analyses te doen, overleggen we met de arts welke analyses prioriteit hebben.

Het labo lijkt wel een kleine fabriek. Elk staal heeft een barcode en gaat via de transportband automatisch naar de juiste analysetoestellen. Dringende werkposten zijn 24 uur op 24 bemand. Routinewerk is het niet. Zeker ’s nachts niet, dan zijn we maar met twee en kan er van intensieve zorg of spoed van alles binnenkomen. Ook het onderhoud en de kwaliteitscontrole van de toestellen doen wij zelf. 

Meestal gaan de resultaten gewoon in het systeem, maar als er echt alarmerende waarden zijn, dan bellen we meteen de arts. Omdat zoiets kritiek kan zijn voor de patiënt, bij een bloedvergiftiging of hele lage stollingswaarden bijvoorbeeld. Ook als voorheen stabiele parameters beginnen te variëren, is dat soms alarmerend.

Patiënten zien wij zelden, maar we kennen hen wel op onze manier. Wij vergelijken hun waarden altijd met de voorgaande en zijn blij als het de goede kant uitgaat. Bij sommige patiënten moet je de stalen op een heel specifieke manier behandelen om de analyses te kunnen doen. Na een tijdje weet je dat. Wij zijn onzichtbaar, maar we leven even goed mee. Ook als we bloed moeten leveren voor een spoedpatiënt bijvoorbeeld, horen we graag dat die het gehaald heeft. 

Bron: maguza.be