'Niet hopen op een wonderpil'

Obesitas wordt wel eens de ziekte van de 21e eeuw genoemd. Met prof. dr. Luc
Van Gaal kijken we een kleine 15 jaar vooruit. Winnen we de strijd tegen obesitas?

Naam:
Prof. Dr. Luc Van Gaal

Dienst:
Endocrinologie, diabetologie en metabolisme

Zwaarlijvigheid en obesitas nemen epidemische vormen aan. Houdt die epidemie aan?
Ik verwacht zeker nog een toename bij adolescenten en kinderen. Dat zien we nu al gebeuren en het heeft nefaste gevolgen voor die generaties. Want hoe langer iemand obees is, hoe moeilijker hij of zij te behandelen is. Bij de volwassenen zitten we in ons land misschien al aan het plafond, maar een directe afname verwacht ik niet. In de VS bijvoorbeeld is men er via voorlichtingsprogramma’s in geslaagd mensen minder vetrijk te doen eten, maar obesitas neemt er toch verder toe.

Hoe komt dat dan?
Heel veel factoren blijken een rol te spelen in obesitas. Minder (onverzadigd) vet eten is niet genoeg. Ook koolhydraten, vooral snelle suikers uit snoep, frisdrank of zelfs lightproducten, werken obesitas in de hand, net als te weinig beweging. Maar ook bepaalde virussen zouden de vetcellen doen groeien. Voorts is er een theorie rond endocriene disruptors: toxische stoffen en hormonen waarmee we in contact komen, blijken een invloed te hebben op het metabolisme en het vetcelgedrag. Zelfs het klimaat zou het vetcelgedrag beïnvloeden.

Hoe zal de strijd tegen obesitas de komende jaren worden gevoerd?
We moeten in elk geval aan preventie blijven doen. Maar om dat goed te doen, moet er duidelijkheid komen over welke factoren allemaal een rol spelen. Als de hypothesen over die virussen, endocriene disruptors enzovoort worden bevestigd, dan heeft dat gevolgen voor de behandeling van obesitas, maar ook voor de preventie. Hoe dan ook moet het probleem meer aandacht krijgen van de beleidsmensen en de media, en moet er meer geld gaan naar onderzoek op grote schaal. Mensen moeten beseffen dat obesitas verstrekkende gevolgen heeft.

Hoe ziet u de behandeling evolueren?
Obesitas is medeoorzaak van hart- en vaatziekten, diabetes, hypertensie enzovoort. Nu al weten we zeker dat een beperkt gewichtsverlies – 5 à 10% van het lichaamsgewicht – een positief effect heeft op het metabolisme. Als je blijvend 5 à 10 kilo kunt afvallen, daalt je risico om diabetes te ontwikkelen met 60%. Dat is niet niks. We kennen vandaag al de levensstijlbenaderingen en de medicijnen om die 5 à 10% waar te maken.

Volstaan de benaderingen van vandaag om ook de mortaliteit, de overlijdens door obesitas, te beperken?
Dat is de hamvraag op dit moment: leidt 5 à 10% gewichtsverlies ook tot minder overlijdens, minder infarcten, minder beroertes? Uit studies blijkt dat 20% gewichtsverlies dat alvast wel doet, maar dat kan voorlopig alleen via chirurgie. Of een beperkter gewichtsverlies hetzelfde effect heeft op de mortaliteit, is vandaag nog niet duidelijk. Twee grootschalige studies – waar we in het UZA nauw bij betrokken zijn – zullen de komende 5 jaar meer duidelijkheid brengen.

Stel dat een beperkt gewichtsverlies niet het beoogde resultaat heeft,
wat moet er dan gebeuren?
Dan weten we zeker dat we moeten streven naar een gewichtsverlies van 20% op lange termijn. Waarom dat niet lukt met de medicijnen die we vandaag hebben, is onbekend. En chirurgie blijft doorgaans de allerlaatste optie, hoewel nieuwe trends zich voordoen om sneller een chirurgische ingreep te overwegen. We moeten dus op zoek naar nieuwe en efficiënte medicijnen. De wonderpil waarmee je 20 tot 25 kilo verliest, bestaat vandaag niet en ze komt er de eerste jaren ook niet.

Zijn er dan geen veelbelovende pistes?
Ik geloof dat een nieuwe benadering van de peptiden een mogelijke piste is. Dat zijn lichaamseigen eiwitten met uiteenlopende functies: ze werken via de darm of via de hersenen in op de verzadiging en de eetlust, ze kunnen via de maag inwerken op de selectie van eten of op de snelheid waarmee de maag wordt geledigd, enzovoort. Er zijn ook peptiden die een invloed hebben op het gedrag en de stofwisselingen van de vetcel. Door die peptiden efficiënter te maken en in te spuiten bij de patiënt, soms maar één keer per week, zouden we tot nieuwe behandelingen kunnen komen.

Dan toch die wonderpil?
Nee, ik denk dat we naar een combinatie van behandelingen gaan, zoals in vele domeinen van de geneeskunde. Hoe meer verschillende aangrijpingspunten je hebt om een behandeling aan op te hangen, hoe meer kans je maakt om het probleem onder optimale controle te krijgen. Ik denk dat we in de toekomst gebruik zullen maken van combinaties van dergelijke peptiden, eventueel samen met de klassieke medicijnen. Op dit moment bestuderen we al de werking
van een aantal peptiden.

Bron: maguza.be