40 jaar UZA: Patiënten wegwijs maken in de gezondheidszorg van de toekomst

‘We waren het jongste en kleinste universitaire ziekenhuis, maar de drang om de beste te zijn, hebben we altijd gehad.’ Het UZA bestaat 40 jaar, maar de pioniersgeest van toen werkt nog altijd door. Een interview met gedelegeerd bestuurder Johnny Van der Straeten, medisch directeur prof. dr. Guy Hans en directeur patiëntenzorg Paul Van Aken.

Hoe komt het dat er pas in 1979 een universitair ziekenhuis openging in het Antwerpse?

Johnny Van der Straeten: ‘Voor de oprichting van de Universiteit Antwerpen had Antwerpen drie kleinere universitaire instellingen. De toenmalige Universitaire Instelling Antwerpen (UIA) heeft aansluitend op de kandidaatsopleiding in het Rijksuniversitair Centrum Antwerpen (RUCA) in 1973 de geneeskundefaculteit opgericht, maar een eigen ziekenhuis bouwen was een te groot financieel risico. In de plaats wilden ze universitaire diensten aanbieden in de algemene ziekenhuizen. Toen dat niet bleek te werken, is beslist om toch een eigen ziekenhuis te bouwen. Daardoor zijn wij het jongste universitaire ziekenhuis van België.’

Paul, jij bent er van in het eerste werkjaar bij. Hoe waren die beginjaren?

Paul Van Aken: ‘Er heerste een echte pioniersgeest. Iedereen gaf het beste van zichzelf om dat nieuwe ziekenhuis op de kaart te zetten. We waren de jongste en de kleinste, maar de drang om de beste te zijn, hebben we altijd gehad. Van in het begin waren we mee op het vlak van technologie. Toen ik verpleegkundige was op intensieve zorg gingen we in ziekenhuizen in heel Vlaanderen anderen aanleren hoe hemodynamische monitoring werkte – een techniek om met een katheter de druk in het hart en de longcirculatie te meten. We hadden de nieuwste apparatuur en we hebben ze ook altijd op tijd kunnen vernieuwen.’


Hoe is het UZA dan uitgegroeid tot wat het vandaag is?

Van der Straeten: ‘In het begin lag de focus op het klinische werk. We moesten patiënten aantrekken en een reputatie opbouwen. Tegelijk was het financiële beleid heel strak: de kosten waren natuurlijk heel hoog in vergelijking met de inkomsten. Pas in 1992 hebben we champagne gedronken omdat de verliezen van de beginjaren eindelijk terugbetaald waren. Vanaf dan was er ruimte voor groei, met nieuwe investeringen in technologie, en konden artsen steeds verder gaan specialiseren. Toen kwam de focus ook meer te liggen op het academische werk: wetenschappelijk onderzoek en de opleiding van artsen.

Ook de zorg voor patiënten toen en nu is niet meer te vergelijken?

Van der Straeten: ‘Onze patiëntenzorg is veranderd onder invloed van maatschappelijke evoluties, met veel kortere verblijven in het ziekenhuis, meer daghospitalisaties en een grote technologische evolutie. Vanaf 2010 zijn we dan als een van de eerste ziekenhuizen heel sterk beginnen focussen op kwaliteitszorg, met kwaliteitssystemen zoals JCI en de Magnet-erkenning.’
Guy Hans: ‘Juist doordat we niet te groot zijn, zijn we wendbaar en hebben we altijd heel snel nieuwe projecten kunnen realiseren. Tot op vandaag willen we zoveel mogelijk het voortouw nemen.’

Hoe zouden jullie het UZA vandaag positioneren ten opzichte van andere ziekenhuizen?

Van der Straeten: ‘We behoren tot de top drie in België wat betreft complexiteit van de zorg, professionaliteit van de verpleegkundigen, wetenschappelijke output, financiële performantie en management. Op de weinige kwaliteitsindicatoren die in Vlaanderen openbaar zijn, scoren we altijd zeer hoog.’
Van Aken: ‘Waar we ons zeker mee onderscheiden is onze multidisciplinaire aanpak. Uit interviews die we afnemen van patiënten om onze zorg te verbeteren, blijkt dat toch een groot verschil te zijn ten opzichte van andere ziekenhuizen. Patiënten ondervinden dat er in het UZA echt wordt samengewerkt en dat ze op een coherente manier informatie krijgen.’
Hans: ‘Dat zit in onze cultuur. Hier heb je niet de hiërarchie van artsen boven verpleegkundigen, maar wel een gezamenlijk team van professionals rond de patiënt, die dezelfde weg bewandelen, met hetzelfde doel.’

En hoe ziet de toekomst eruit?

Van der Straeten: ‘We willen blijven inzetten op kwaliteit. Nog meer dan vroeger gaan we daar de patiënten intensief bij betrekken. We gaan hen nog meer bevragen over hoe zij zelf de kwaliteit van wat wij doen, ervaren en hun ervaringen als parameter te gebruiken in onze kwaliteitsprojecten. Daarnaast is het belangrijk om de transmurale gezondheidszorg goed vorm te geven: steeds meer patiënten worden ambulant opgevolgd of herstellen thuis na een kort verblijf in het ziekenhuis. We moeten dat zien te organiseren, met dezelfde kwaliteit, samen met de andere schakels in de zorgketen.’
Hans: ‘We blijven verder innoveren: met nieuwe medische technologie, maar ook met mobile health en e-gezondheid, juist om de overdracht van informatie in die hele zorgketen mogelijk te maken. Als eerste in de regio komen wij tegen 2020 naar buiten met een volledig geïntegreerd elektronisch patiëntendossier, voor iedereen die betrokken is bij de zorg voor onze patiënten. Daarnaast blijven ook wetenschappelijk onderzoek en opleiding een belangrijke focus. Zo hebben we twee jaar geleden samen met de universiteit het Instituut voor Ziekenhuisopleiding (IZO) opgericht.’

Die prioriteiten zien we weerspiegeld in de nieuwe gebouwen die gepland zijn?

Van der Straeten: ‘In de toekomst zal in ons ziekenhuis de hoogcomplexe zorg het zwaartepunt vormen: operaties, intensieve zorg, hoogtechnologische handelingen. We investeren daarom in een nieuwbouw voor het operatiekwartier, de dienst intensieve zorg en aanverwante diensten. Begin 2023 zal dat opengaan. Tegelijk bouwen we tegen maart 2021 een clinical trial centre voor fase 1 wetenschappelijk onderzoek, in samenwerking met een privé-partner.’

Mogen we zeggen dat het sleuteljaren zijn voor het UZA?

Van der Straeten: ‘Zeker. Al die projecten moeten ons in staat stellen om de komende tien jaar te blijven groeien en innoveren.’

Welke uitdagingen zien jullie verder nog voor het UZA?

Van der Straeten: ‘Voldoende gekwalificeerd personeel vinden voor al onze plannen wordt zeker een uitdaging. Momenteel lukt dat nog, omdat we een goed imago hebben als werkgever, maar de arbeidsmarkt wordt heel krap.’
Van Aken: ‘Kwaliteit zichtbaar maken voor de patiënt is nog een uitdaging. Patiënten vragen om transparant te communiceren over onze resultaten, maar in België zijn er weinig andere ziekenhuizen die dat doen. Daarom vergelijken wij onze zorg, via onze kwaliteitssystemen, met ziekenhuizen in het buitenland. Daar ligt de lat nog hoger dan hier. Zo tonen we zwart op wit aan dat we excellente zorg aanbieden en willen we maatschappelijke verantwoording geven over wat we doen.’
Hans: ‘Het wordt ook meer en meer onze taak om patiënten te begeleiden: zij krijgen vandaag enorm veel informatie – correcte en minder correcte – en steeds meer verantwoordelijkheid. Wij willen hen wegwijs maken in de gezondheidszorg van de toekomst.’

Bron: maguza.be