Longembolie

Wat is een longembolie?
Bij een longembolie raakt een bloedvat in de longen verstopt door een bloedklonter, meestal aangevoerd vanuit de benen. De bloedklonter is het gevolg van een trombose. Een trombose kan ontstaan door langdurig stilliggen of stilzitten, bijvoorbeeld na een operatie, tijdens een lange vliegtuigreis of als iemand een hele tijd in het gips moet. Meestal is er echter geen duidelijke oorzaak. Aangekomen in de longen vormt de aangevoerde bloedprop een obstructie, waardoor de bloeddoorstroming van het hart naar de longen wordt belemmerd.

Welke symptomen zijn er bij een longembolie?
De patiënt is kortademig en kan nog maar amper inspanningen doen. Minder vaak voorkomende klachten zijn pijn in de borst en bloed ophoesten. Meestal treedt een longembolie acuut op, maar af en toe bouwen de klachten zich ook heel geleidelijk op, soms zelfs in de loop van maanden.

Waaruit bestaat de behandeling?

Patiënten die met een embolie worden opgenomen, krijgen gedurende een vijftal dagen inspuitingen met een geneesmiddel dat het bloed ontstolt. Daarna schakelen ze over op pillen. Die moeten ze, afhankelijk van hun toestand, drie maanden tot een jaar blijven nemen. Wie al eerder een embolie heeft gehad of een erfelijke aanleg heeft voor de ziekte, moet de medicatie levenslang nemen. De dienst pneumologie neemt momenteel deel aan een studie rond een nieuwe pil die de inspuitingen overbodig zou maken. Dat zou de behandeling minder omslachtig maken. Sommige patiënten moeten op intensieve zorg worden opgenomen om klonteroplossende middelen te krijgen.

Hoe ernstig is een longembolie?

Als patiënten met een acute longembolie zich meteen laten behandelen, kan het tij meestal nog worden gekeerd. Maar soms is een longembolie ook fataal. Als de bloedklonter heel groot is of als er meerdere zijn, kan de bloeddoorstroming vanuit het hart volledig geblokkeerd raken. Daarom moeten mensen een trombose in het been altijd zo snel mogelijk laten behandelen. Meestal gaat zo’n trombose gepaard met pijn en krampen, soms ook met roodheid en zwelling.

Info: dienst pneumologie UZA, T 03 821 35 39

Bron: maguza.be