In isolatie: infecties te slim af

Voor de derde keer staat René (67), die vecht tegen leukemie, voor een wekenlange isolatieperiode. Dat valt zwaarder dan verwacht. 'Een mens is niet gemaakt om alleen te zijn.'

In augustus 2014 kreeg René totaal onverwacht de diagnose acute myeloïde leukemie (AML). Luttele dagen later kreeg hij een eerste chemokuur, gevolgd door een wekenlang verblijf in zogenaamde 'omgekeerde isolatie': patiënten moeten dan altijd in hun kamer blijven en bezoek is alleen toegelaten onder strikte voorwaarden. Zo moeten bezoekers een gezichtsmaskertje dragen. Die afzondering is nodig omdat leukemiepatiënten na hun chemotherapie een erg lage weerstand hebben en een infectie dan catastrofaal kan zijn. Anders dan vroeger liggen isolatiepatiënten in het UZA vandaag wel in een normale kamer, met een gewone douche en toilet. De lucht wordt er gefilterd en de kamer staat onder verhoogde druk om kiemen buiten de deur te houden.

Verboden te knuffelen

'Ik dacht dat het wel zou meevallen omdat ik van nature nogal rustig ben', vertelt René. 'Het bleek echter ontzettend zwaar. De muren kwamen op mij af. En dan had ik nog het geluk dat mijn vrouw elke dag van 13 tot 19 uur op bezoek kwam. De overblijvende uren had ik het echter heel kwaad. Het klinkt misschien vreemd, maar die gesloten deur maakt het hele verschil. Je ziet of hoort niemand.'

In het dagelijkse leven is René een drukbezet en sociaal man. Nu vulde hij zijn uren met krant, laptop en televisie, en mailde, skypete en belde hij veel. Hij was blij met de bezoekjes van de vrijwilligers en de psychologe en ook de korte babbels met de verpleegkundigen waren telkens een lichtpuntje. En toch. 'Ik miste normaal menselijk contact en de knuffels van mijn vrouw en kleinkinderen – want dat mocht niet. Na mijn tweede chemosessie moest ik opnieuw voor een vijftal weken in isolatie. Op het eind had ik nergens meer zin in. Ik lag maar wat te staren.' Een depressie lag op de loer en Renés arts besliste hem vroeger naar huis te laten gaan. 'Dat was toen wat ik nodig had. Een week of twee later was mijn hoeveelheid witte bloedcellen voldoende gestegen, wat wil zeggen dat ik opnieuw een betere weerstand had.'

Feest als de deur open mag

Intussen staat René voor zijn laatste chemokuur, een stamceltransplantatie en een derde en laatste isolatieperiode. 'Ik ben eerst nog een weekendje naar zee geweest om mijn batterijen op te laden', vertelt hij. Grote foto's van de kleinkinderen aan de muur, een bemoedigend kaartje van de kleinzoon met een zelf geplukt klavertje vier op de vensterbank: ook nu probeert hij er het beste van te maken. Het is de laatste keer, houdt hij zichzelf voor. 'En als straks die deur weer open mag, zal dat weer een feest zijn.'

Bron: maguza.be