De zwakke plek van kanker

Almaar vaker lukt het vandaag om een uitgezaaide kanker lange tijd te bedwingen. Dat is voor een groot stuk te danken aan gepersonaliseerde geneeskunde, een term waarmee ‘selectieve kankertherapie’ wordt bedoeld. Door de kankercellen te raken op hun specifieke zwakke plek, met behulp van selectieve kankertherapie, wordt de ziekte tijdelijk schaakmat gezet. Zeg mij welke tumor u hebt, en ik zeg u welk medicijn u nodig hebt.

Het verhaal van de gepersonaliseerde kankerbehandeling begint eind jaren negentig. In die tijd was er een Finse vrouw met uitgezaaide darmkanker, meer bepaald een gastro-intestinale stromale tumor (GIST-tumor). De dagen van de Finse leken geteld. Tot haar man in 1998 las dat een Japanse wetenschapper een afwijkende receptor - een soort van eiwit - op de GIST-tumor had ontdekt. Die was verantwoordelijk voor de kankergroei. Via zijn connecties met een farmaceutisch bedrijf raakte de Finse echtgenoot aan een medicijn dat de receptor blokkeerde. Het vervolg leest als een sprookje: een maand na de start van de behandeling bleken de kankercellen verdwenen als sneeuw voor de zon.

De genezing van de Finse patiënte gaf in 2001 aanleiding tot een artikel in het prestigieuze New England Journal of Medicine. De medische wereld reageerde laaiend enthousiast: voor het eerst leek er een wapen gevonden tegen een uiterst agressieve kanker die normaal in zijn uitgezaaide vorm binnen het jaar tot de dood leidt. Prompt stortten nog meer wetenschappers zich op de zoektocht naar nieuwe moleculaire doelwitten.

Zoeken naar de achillespees  

‘Gelukkig voor ons lijken kankercellen voor hun groei in belangrijke mate afhankelijk van de ontregelde werking van één enkel molecule’, zegt prof. dr. Patrick Pauwels, diensthoofd pathologische anatomie. ‘Er wordt wel eens gezegd dat de kankercel “verslaafd” is aan die ontregelde werking. Vandaar proberen we nu uit te zoeken welke ontregelde moleculen in welke kanker aan het werk zijn. Ze hopen we de werking van de ontregelde molecule met geneesmiddelen te onderdrukken. Onze therapie wordt dus een uiterst doelgerichte therapie.’ De ontregelde receptor die aanwezig bleek bij GIST-tumoren, bleek ook de boosdoener bij Chronische Myeloide Leukemie (CML). Daarnaast zijn er vandaag doelgerichte geneesmiddelen voor specifieke types maag-, borst-, long- en huidkanker en een aantal andere tumoren. Het staat vast dat dat rijtje nog zal aangroeien.

Doelgerichte geneesmiddelen zijn in zekere zin het slimmere broertje van klassieke chemotherapie. ‘Bij gewone chemotherapie gebruiken we als het ware een grote hamer die zoveel mogelijk kankercellen moet raken’, verduidelijkt prof. dr. Marc Peeters, diensthoofd oncologie. ‘Met doelgerichte medicatie mikken we op specifieke kernpunten binnen de kankercel. Spijtig genoeg werken die geneesmiddelen echter niet voor elke patiënt. Je hebt een kapstok nodig waaraan je je behandeling kunt ophangen. Zaak is om voor elke tumor uit te zoeken of die kapstok er is of niet.’ Elke doelgerichte therapie werkt dus maar voor een beperkte groep, maar die groep is er wel heel sterk mee gebaat. Peeters: ‘We gaan meer en meer naar een behandeling op maat. Lange tijd gaven we bij wijze van spreken alle patiënten hetzelfde medicijn, en dan zagen we wel. Trial and error, zeg maar. Die tijd is voorbij.’

Kanker tijdelijk bedwingen

Hoe veelbelovend de doelgerichte behandelingen ook zijn, ze zijn geen wondermiddel. Ze kunnen een uitgezaaide kanker tijdelijk aan banden leggen, maar nooit echt genezen. Gemiddeld na 10 maanden worden de kankercellen resistent tegen het geneesmiddel, doordat ze een nieuwe manier hebben gevonden om zich te delen. Pauwels: ‘Als we dan opnieuw tumorweefsel onderzoeken, lukt het ons in redelijk wat gevallen om dat nieuwe mechanisme bloot te leggen en daar een nieuwe behandeling voor te vinden. In het beste geval kunnen we de kanker zo ombuigen tot een chronische ziekte. Voor de GIST-tumoren hebben we al vier verschillende doelgerichte geneesmiddelen. Dat heeft de overleving doen stijgen van minder dan een jaar tot drie à vier jaar.’ 

Een verhaal apart is de behandeling van borstkanker met Herceptine. In tegenstelling tot andere doelgerichte geneesmiddelen is dat medicijn vooral effectief bij patiënten zonder uitzaaiingen. Patiënten met een teveel aan het HER2-gen, zo’n 15% van alle borstkankerpatiënten, zien dankzij Herceptine hun kans op herval met 50% verminderen. Hun sterfterisico daalt met een derde. 

Peperdure medicatie

Op dit moment is er maar voor een minderheid van de patiënten met een uitgezaaide kanker een gepersonaliseerd geneesmiddel voorhanden. ‘We maken echter gestaag vooruitgang’, zegt Pauwels. ‘Momenteel kunnen we 20% van de patiënten met een niet-kleincellige longkanker behandelen met een doelgericht geneesmiddel, maar dat zal binnenkort stijgen naar 50%. Bij darmkankerpatiënten kunnen we zelfs al aan 70% een gepersonaliseerde behandeling aanbieden.’ 

Gepersonaliseerde geneeskunde is maar mogelijk dankzij hooggespecialiseerde weefselanalyse. De dienst pathologische anatomie zag de afgelopen jaren een exponentiële toename van het aantal moleculaire tests, nodig om na te gaan of een patiënt in aanmerking komt voor een behandeling. Omdat het om peperdure medicatie gaat, legt de overheid de laboratoria uiterst strenge kwaliteitsnormen op. De dienst pathologische anatomie van het UZA heeft voor een hele reeks tests een accreditatie op zak. 

Pauwels ziet gepersonaliseerde geneeskunde als een gedroomd instrument om van kanker – op termijn - een chronische ziekte te maken. Ook Peeters is optimistisch. ‘Gepersonaliseerde geneeskunde is de toekomst. En wel om verschillende redenen: de succeskansen van je behandeling stijgen, het totale kostenplaatje daalt en je stelt de patiënt nadrukkelijk centraal. Ik zeg niet dat het dé toverformule is. Het is een schakel binnen een groter verhaal, waarbinnen bijvoorbeeld ook nieuwe technieken en een multidisciplinaire aanpak cruciaal zijn. Maar het is alleszins de richting die we uitmoeten.’

Info: dienst oncologie, T 03 821 32 50, dienst pathologische anatomie, T 03 821 37 53

 

Revolutie in longkankertherapie

Ook bij de behandeling van longkanker gaan doelgerichte geneesmiddelen een almaar grotere rol spelen. Bij zo’n 5% van de patiënten met een grootcellige longkanker wordt de kankergroei in gang gezet door een mutatie op het zogenaamde ALK-gen. De recent ontwikkelde ALK-remmer Crizotinib zet dat gen op non-actief. Bij zo’n 80% van de patiënten stabiliseert de ziekte daarmee of is er op zijn minst duidelijke respons. De dienst pathologische anatomie van het UZA is een van de vier onderzoekscentra wereldwijd die de afwijking in het ALK-gen opsporen in studieverband. Vorig jaar werden ongeveer 5.000 longkankers bestudeerd.
Eerder al werden bij een andere groep longkankerpatiënten spectaculaire resultaten behaald met zogenaamde EGFR-remmers. Sommige patiënten overleven dankzij doelgerichte medicatie al jaren, mét een goede levenskwaliteit.

 Te duur?

Een pluspunt van de doelgerichte kankertherapieën is dat de meeste patiënten een goede levenskwaliteit hebben. Ze kunnen het geneesmiddel meestal in pilvorm nemen en de nevenwerkingen zijn milder dan die van chemotherapie. Een nadeel is dan weer het hoge prijskaartje. Een behandeling met Herceptine bijvoorbeeld, een middel tegen borstkanker, kost maandelijks al gauw 3000 euro. ‘Toch mag je je niet op die kosten verkijken’, vindt prof. dr. Patrick Pauwels. ‘Je moet bijvoorbeeld in rekening nemen dat er bij nogal wat doelgerichte behandelingen geen daghospitalisatie nodig is, in tegenstelling tot bij chemotherapie. Doordat de nevenwerkingen minder uitgesproken zijn, komt het bovendien minder vaak tot een ziekenhuisopname.’

Bron: maguza.be