Telemonitoring: een app voor plasproblemen

Dankzij nieuwe digitale techno­logie kunnen zorgverleners patiënten ook vanaf afstand opvolgen. In volle coronatijd schakelden urologen van het UZA over op telemonitoring voor problemen aan de lagere urinewegen. ‘Dat is comfortabeler voor de patiënt en het levert betere meetresultaten op’, zegt prof. dr. Gunter De Win.

De dienst urologie begeleidt honderden patiënten die met plasproblemen of ongewild urineverlies kampen. Tot voor kort kwamen zij op geregelde tijdstippen op consultatie om een uroflowtest af te leggen, een test die meet hoeveel en hoe krachtig ze plassen. Toen COVID-19 alle niet-dringende consultaties on hold zette, rolde de dienst versneld het HomeFlowsysteem uit. Sindsdien kunnen patiënten een toestel krijgen dat ze thuis kunnen gebruiken. Het stuurt hun plasresultaten door naar hun arts, die de uitkomst dan tijdens een telefonisch consult met de patiënt bespreekt.

Betere data

De kern van de technologie is een slimme uroflowmeter. Als patiënt koop je een opvangbeker aan en huur je een set om de beker in het toilet te bevestigen en te wegen. De slimme meter stuurt je resultaten door naar een app op je smartphone. Daarin hou je met een paar klikken ook extra informatie bij, zoals een plas-drinkdagboek. De app zendt op zijn beurt alle gegevens door naar een beveiligd online platform. Dat kunnen artsen raadplegen om hun patiënten op te volgen.

De Antwerpse start-up Minze ontwikkelde het systeem en werkt daarvoor al verschillende jaren samen met prof. dr. Stefan De Wachter en prof. dr. Gunter De Win van het UZA. De Wachter: ‘Dankzij de telemonitoring baseren we ons op objectievere metingen. De sensoren zijn even betrouwbaar als die van de toestellen op onze dienst. Maar één plas in kunstmatige ziekenhuisomstandigheden leert ons minder dan pakweg vijftien metingen in een thuisomgeving. Voor patiënten zijn de zelfmetingen bovendien comfortabeler en efficiënter.’

Het thuissysteem is geschikt voor alle plashoudingen en er bestaat zelfs een versie voor kinderen die nog op het potje gaan. De Win: ‘Voor kinderen is het extra belangrijk dat zij in hun natuurlijke omgeving plassen om geen vertekend beeld te krijgen. Dankzij de thuismonitoring krijgen we ook een beter zicht op patiënten van wie de diagnose minder duidelijk is. Dat vermijdt soms kijkonderzoeken waarvoor we anders bijvoorbeeld een slangetje in de plasbuis moeten inbrengen.’

Focus op de patiënt

Ook patiënten die een ingreep ondergingen om hun blaas- en stoelgangproblemen via neuromodulatie te verhelpen, maken gebruik van de technologie. ‘Bij hen planten we een soort pacemaker in, die impulsen geeft aan de zenuwen waarmee je je blaas, darmen, sluitspieren en bekkenbodem aanstuurt’, legt De Wachter uit. ‘Door de telemonitoring kunnen we hen makkelijker opvolgen en sneller ingrijpen als dat nodig is. Bovendien kunnen zij nu eenvoudig aantonen dat ze geholpen zijn met de ingreep, zodat ze voor terugbetaling in aanmerking komen.’

Het UZA is het eerste Belgische ziekenhuis dat telemonitoring zo grondig in zijn urologische zorgpaden heeft opgenomen. De Wachter: ‘We geloven in systemen als HomeFlow omdat ze betere data opleveren. Als arts focussen we nu minder op de meting en sterker op de patiënt en zijn behandeling. Met de overheid willen we wel nog een regeling uitwerken voor nieuwe taken als deze, die artsen opnemen los van de consultaties. Maar de meerwaarde op het terrein is duidelijk: zowel patiënten als artsen zijn enthousiast.’ 

3 × nog meer telemonitoring
Korte lijn voor pijnHet pijncentrum van het UZA zet al sinds 2015 tele­monitoring in voor chronische pijnpatiënten en lanceerde eind 2020 een nieuwe app Pain@home. Via vragenlijsten en dagboeken geven pijn­patiënten in de app hun dagelijkse gezondheidstoestand door. Die info wordt aangevuld met gegevens van een activity tracker, een zuurstofmeter en een slaapband. Op basis daarvan volgen artsen alle parameters op en sturen ze zo nodig behandelingen bij. Sinds kort begeleidt de app patiënten nog sterker naar een gezond leefpatroon. Patiënten ontdekken bijvoorbeeld wekelijks een nieuw wetenschappelijk inzicht en hoe ze dat in de praktijk kunnen toepassen.
Zwangerschaps­vergiftiging voorkomenOnder de noemer Premom begeleidt de dienst gynae­co­logie-verloskunde zwangere vrouwen met een verhoogd risico op zwangerschaps­vergiftiging van op afstand. De vrouwen krijgen een bloeddrukmeter en stappenteller en vullen dagelijks hun gegevens in een app in. Vroedvrouwen controleren alle waarden in een platform en overleggen met de gynaecoloog over mogelijke acties.
Dataplatform voor hartpatiëntenDe dienst cardiologie van het UZA en de Belgische start-up LindaCare hebben een technologieplatform uitgebouwd dat data van hartpatiënten samenbrengt om er meer nuttige informatie uit te halen. OnePulse, zoals het platform heet, verzamelt automatisch alle gegevens die pacemakers, defibrilla­toren en andere ­therapeutische toestellen elke dag uitsturen. Die informatie brengt het UZA onder in het elektronisch patiëntendossier. Bij afwijkingen worden de patiënt en de juiste zorgverlener gewaarschuwd. De komende maanden zal het team ook diagnostische data zoals gewicht, bloeddruk, fysieke activiteit, hartritme en zuurstofsaturatie verwerken, eerst van ingeplante professionele toestellen, nadien ook van smartwatches of activiteitstrackers.

 

Bron: maguza.be