Burn-out: waar rook is, is vuur

‘Hij heeft een burn-out.’ We horen het woord steeds vaker vallen, in een maatschappij waarin de werkdruk hand over hand toeneemt. Maar wat is een burn-out precies? En hoe kunnen we een burn-out voorkomen? Eén ding staat vast: alert zijn is de boodschap.

Wat is een burn-out?

‘Voor burn-out bestaat geen officiële psychiatrische diagnose,’ zegt prof. dr. Filip Van Den Eede, waarnemend medisch coördinator van de dienst psychiatrie van het UZA. ‘Het woord wordt in brede zin gebruikt voor een toestand van fysieke en emotionele uitputting die samenhangt met een stresserende werksituatie. Naast uitputting zijn de voornaamste symptomen vervreemding tegenover zichzelf en de arbeid, twijfelen aan de eigen bekwaamheid en een hoge mate van zelfkritiek. Het probleem is dat die symptomen ook in andere ziektebeelden voorkomen, zoals in angst- of aanpassingsstoornissen, zware depressie of chronische vermoeidheid. Dat maakt het moeilijk om een burn-out te herkennen.’

Hoe ontstaat een burn-out?

In de eerste plaats zijn er aan aantal externe oorzaken die in ‘stressmodellen’ kunnen worden gegoten. Zo kan er een onevenwicht zijn tussen de hoge psychologische eisen zoals werktempo en tijdsdruk, en de mogelijkheid om die factoren te controleren (demand-controlmodel). Ook kan iemand het gevoel hebben dat de geleverde inspanning onvoldoende financieel of emotioneel wordt beloond (effort-reward-imbalancemodel).
Daarnaast spelen ook persoonlijkheidskenmerken mee. ‘Sommige mensen zijn kwetsbaarder voor burn-out dan andere’, bevestigt Van Den Eede. ‘Mensen die gevoelig zijn voor angstneurosen en perfectionisten hebben sowieso al het gevoel dat ze het niet goed doen.’ Zijn er ook beroepscategorieën met een verhoogd risico? ‘Absoluut. Dat is zeker het geval in de zorgsector: huisartsen, verplegend personeel… Ook in het onderwijs zien we veel gevallen van burn-out.’

Hoe wordt een burn-out behandeld?

De eerste stap bestaat er meestal in om de patiënt tijdelijk uit zijn werkomgeving te halen. Een goede slaaphygiëne, gezonde voeding en voldoende lichaamsbeweging zijn de basis. Op psychologisch vlak biedt de cognitieve gedragstherapie uitkomst. Daarin leert de patiënt om negatieve gedachtepatronen over zichzelf en zijn werk te doorbreken. Dat proces is langdurig maar fundamenteel, benadrukt prof. dr. Van Den Eede: ‘Psychologische begeleiding is essentieel om te voorkomen dat je telkens in hetzelfde straatje terechtkomt. Je kunt het vergelijken met iemand die z’n been breekt – eerst zorg je dat het been aan elkaar groeit, maar daarna moet je je afvragen hoe het komt dat je bent gevallen.’ Last but not least is het zinvol om bij de werkgever de werksituatie aan te kaarten. Dat kan rechtstreeks of via bemiddeling: ook de arbeidsgeneesheer kan het signaal uitsturen dat de werkdruk te hoog is.’

Kan een burn-out voorkomen worden?

Vooral snelle detectie is belangrijk. ‘Als je de symptomen tijdig onderkent, kan je het tij keren. Stap op tijd naar een huisarts of psycholoog. Eenmaal in een toestand van uitputting is er een grotere kans dat het probleem chronisch wordt.’

Info: dienst psychiatrie T 03 821 39 38, psychiatrie@uza.be

Help, mama is opgebrand

Bij burn-out deelt ook de directe omgeving van de patiënt in de klappen. Hoe omgaan met een gezinslid met een burn-out?
  • Informatie. Het is belangrijk dat alle leden van het gezin begrijpen wat er aan de hand is. Correcte informatie haalt u bij de huisarts.
  • Geduld. Een burn-out verdwijnt niet zomaar. Bereid uzelf en de andere gezinsleden voor op een langere periode van zorg.
  • Acceptatie. Reken de patiënt niet af op zijn ziekte. Kritiek bevestigt het negatieve zelfbeeld dat de patiënt al heeft.
  • Steun. Verminder de druk thuis door bijvoorbeeld huishoudelijke taken te verdelen.
  • Plezier. Bied mogelijkheden tot ontspanning. Maak tijd voor leuke activiteiten.

Burn-out bij verpleegkundigen

Verpleegkundige Peter Van Bogaert doctoreerde vorig jaar als eerste Vlaamse verpleegkundige in de Master Verpleegkunde en Vroedkunde. Een primeur! Voor zijn doctoraatsthesis deed Van Bogaert onderzoek naar de kwaliteit van de verpleegkundige werkomgeving. Aan de hand van een vragenlijst peilde hij bij collega’s naar hun tevredenheid over de werkomgeving. Van Bogaert kwam tot de vaststelling dat het risico op een burn-out samenhangt met een aantal factoren zoals bijvoorbeeld de relatie tussen verpleegkundigen en artsen, het verpleegkundig management enzovoort.

Bron: maguza.be