Bloed geven in vijf vragen

Honderdduizenden zakjes bloed vinden jaarlijks hun weg naar de ziekenhuizen in Vlaanderen. Dat is de verdienste van de vele duizenden donoren die vrijwillig bloed, bloedplaatjes of plasma afstaan. Maar hoe gaat dat in zijn werk? Vijf vragen over bloed geven. 

1. Wie mag (geen) bloed geven? 

In principe mag elke gezonde persoon van 18 jaar of ouder bloeddonor zijn. De maximumleeftijd is 66 jaar, verlengd tot 71 jaar voor wie regelmatig bloed is blijven geven. U mag maximaal vier keer per jaar bloed afstaan, met minimaal twee maanden tussen twee giften. Er zijn echter een heleboel redenen waarom u – al dan niet tijdelijk – geen bloed mag geven. Hetzij om uw eigen gezondheid niet in gevaar te brengen – bijvoorbeeld tijdens of tot zes maanden na een zwangerschap, bij lage bloeddruk of na een operatie –, hetzij voor de veiligheid van de ontvanger wanneer u bijvoorbeeld in een malariagebied hebt verbleven, een tekenbeet hebt opgelopen, een tatoeage liet zetten of onveilig seksueel contact hebt gehad. Elk zakje bloed wordt in de laboratoria van de bloedinstelling verder bereid tot rode bloedcelconcentraten, bloedplaatjesconcentraten en plasma.

2. Hoe worden de bloeddonoren gescreend?

Er zijn verschillende mechanismen ingebouwd om te garanderen dat bloed dat in de bloedbank terechtkomt, veilig is. Om te beginnen moet u een medische vragenlijst invullen die peilt naar uw actuele gezondheidstoestand en eventuele risicosituaties. Aansluitend zal de arts die vragenlijst met u overlopen, een beperkt klinisch onderzoek uitvoeren en beslissen of u al dan niet geschikt bent voor een donatie. Die donorselectie beschermt zowel donor als ontvanger in bepaalde situaties. Om elk risico weg te nemen vult elke donor ook een bloedbestemmingsformulier in waarop risicogedrag anoniem kan worden gemeld. In dat geval wordt het gedoneerde bloed vernietigd. De veiligheid van de bloedproducten wordt verder gegarandeerd door middel van bloedonderzoeken in het laboratorium.

3. Waarop wordt het bloed allemaal getest?

Op elke bloedgift worden een aantal bloedonderzoeken uitgevoerd om na te gaan of het bloed geschikt is voor de ontvanger. Elke bloedzak wordt onder andere getest op hiv, het virus dat aids veroorzaakt, het hepatitis B- en C-virus en syfilis. Voorts wordt onder meer de bloedgroep bepaald en wordt er nagekeken of de bloedwaarden van de donor, zoals hemoglobine, witte en rode bloedcellen, binnen de normale waarden liggen. Elke bloedtest die door bloed overdraagbare infecties opspoort, gaat echter gepaard met een vensterperiode: geen enkele test kan bijvoorbeeld een besmetting opsporen die pakweg de vorige dag is gebeurd. Vandaar is het erg belangrijk dat kandidaat-bloedgevers zorgvuldig worden gescreend en dat ze de vragenlijst waarheidsgetrouw invullen. Zo wordt de veiligheid van de bloedproducten gegarandeerd. Als bepaalde bloedonderzoeken afwijkend zijn, wordt dat aan de donor gemeld. 

4. Bloedplaatjes of plasma doneren: wat is dat? 

Plasma is het vloeibare gedeelte van het bloed waarin de bloedcellen en bloedplaatjes worden getransporteerd. Het is mogelijk om alleen plasma te doneren. Er wordt dan via een aferesetoestel bloed afgenomen, het plasma wordt apart verzameld in een afnamezak en vervolgens krijgt u de gescheiden rode bloedcellen en bloedplaatjes via dezelfde naald terug toegediend. Op dezelfde manier kunt u bloedplaatjes geven. Bloedplaatjes zijn kleine celfragmenten die meehelpen om bloedingen te stoppen doordat ze een afsluitend propje vormen in de wand van het beschadigde bloedvat.

5. Waarvoor worden de bloedproducten gebruikt?

  • De zakjes bloed worden gebruikt voor mensen die bloedarmoede hebben of veel bloed hebben verloren, bijvoorbeeld na een verkeersongeval, tijdens een operatie of bij een bevalling. 
  • Plasma wordt gebruikt voor de verzorging van brandwondenpatiënten en patiënten met stoornissen in de bloedstolling 
  • Uit plasma worden tal van geneesmiddelen bereid, zoals stollingsfactoren, afweerstoffen en eiwitoplossingen.
  • Bloedplaatjes worden gegeven aan patiënten met bloedziektes zoals leukemie, of aan patiënten die met chemotherapie behandeld worden voor andere vormen van kanker. 

Plasma kan in zijn vloeibare vorm maximaal een jaar worden bewaard, rode bloedcellen 42 dagen en bloedplaatjes zelfs maar vijf dagen. Er moet dus een voortdurende instroom van donoren zijn om aan de noden te voldoen. 

Stamcellen doneren

Het Rode Kruis registreert ook stamceldonoren voor het Belgisch Beenmergregister. Stamcellen zijn nodig om bepaalde beenmergziekten te genezen, waaronder leukemie. Omdat de kans op overeenkomst tussen twee niet-verwante donoren maar 1 op 50.000 is, wordt er met een wereldwijd beenmergregister gewerkt. Via een bloedname wordt bepaald welk weefseltype u hebt, waarna uw gegevens in het register worden opgenomen. Als er ooit een match is tussen uw weefseltype en dat van een kandidaat-ontvanger, wordt u gecontacteerd. Als u zich kandidaat wilt stellen, kunt u zich aanmelden via de website www.stamceldonor.be.

Wilt u ook bloed geven? Dat kan van maandag tot donderdag van 9 tot 19 uur en vrijdag van 9 tot 12 uur in het Antwerpse Bloedtransfusiecentrum van Rode Kruis-Vlaanderen, Wilrijkstraat 8 in Edegem (naast de spoedopname van het UZA), info T 03 829 00 00 of www.bloedgevendoetleven.be

Bron: maguza.be