Het gevaar in een klein koekje

Als Oskar (13) nog maar vis ruikt, krijgt hij soms al last in zijn neus en keel. ‘We zijn altijd alert op een allergische reactie, al willen we het ook niet dramatiseren’, zegt zijn moeder Katty Allaert. Prof. dr. Margo Hagendorens merkt het in haar praktijk: voedselallergie bij kinderen neemt sterk toe. 

Katty Allaert, VRT-journaliste en mede-auteur van het boek Allergie bij kinderen, weet meer over allergie dan haar lief is. Zoon Oskar was amper zes weken oud toen hij het verdict zwaar allergisch kreeg. Hij had toen erge eczeem en kreeg kort daarna ook astma-achtige klachten. Rond zijn eerste verjaardag bleek uit tests dat hij overgevoelig was voor melk en eieren.

Oskar is lang niet de enige. ‘Vroeger zag ik nu en dan een voedselallergie’, zegt UZA-pediater prof. dr. Margo Hagendorens. ‘Nu kampt zowat 40 % van mijn patiënten ermee. Een baby met zes voedselallergieën is niet meer zo uitzonderlijk. De allergieën voor aardappelen, noten en exotische vruchten nemen duidelijk toe, evenals kruisallergieën. De combinatie van een pollen- en voedselallergie is klassiek.’

Stijger met stip is echter de allergie voor pinda. Vaak duikt die op rond kleuterleeftijd. ‘De reacties kunnen heftig zijn’, zegt Hagendorens. ‘En pinda zit in meer voedingswaren dan je zou denken, zoals in sommige frituursauzen en voorverpakte ijsjes. Ook de allergieën voor hazelnoot en kiwi zijn sterk toegenomen.’

‘Dat lust ik niet’

Hoe kun je weten of je kind allergisch is voor bepaalde voeding? Bij baby’s is vooral hardnekkig eczeem verdacht. Verder is het opletten als een kind na het eten van bepaalde voedingswaren steevast last krijgt van netelroos, jeuk, gezwollen lippen, hoesten, heesheid, diarree of overgeven.

Hagendorens baseert haar diagnose in de eerste plaats op het verhaal van het kind en de ouders. ‘Daarbij pols ik ook altijd naar dingen die het kind echt niet wil eten: dat zet ons soms op weg.’ Om die vermoedens te bevestigen zijn er allergietests, meestal eenvoudige bloed- of huidtests. Bij heftige reacties of hardnekkige klachten voert Hagendorens die tests ook uit bij baby’s. In principe kun je immers op elke leeftijd op allergie testen. ‘De stelling dat allergietests niet kunnen voor de leeftijd van vier of vijf jaar, is fout’, onderstreept Hagendorens.

Een voedselallergie is niet te genezen: vermijden is de boodschap. ‘Ik geef daarin heel duidelijk advies’, zegt Hagendorens. ‘Zeggen dat iemand zwaar allergisch is voor hazelnoot, en ook een beetje voor amandelen en cashewnoot, is niet werkbaar. Ik maak daarvan: geen noten. Als de patiënt allergisch is voor een essentieel voedingsonderdeel als aardappelen, bespreek ik de alternatieven en volgt er eventueel een afspraak met de diëtiste.’ Katty vond destijds vooral de allergie voor eieren een harde dobber. Pudding, pannenkoeken, de meeste koekjes: voor Oskar kon het allemaal niet. ‘Het loonde echter de moeite om op te letten. Want door consequent eieren en melk te schrappen, werd zijn eczeem veel beter’, herinnert ze zich.

Cupcakes voor iedereen?

Omdat een allergische reactie nooit uit te sluiten is, geeft Hagendorens altijd een noodplan mee: anti-allergische medicatie en een luchtwegverwijder voor milde reacties en een inspuitbaar adrenalinepreparaat voor een heel ernstige reactie. Hagendorens drukt ouders ook altijd op het hart om ook familie, leerkrachten en andere begeleiders goed in te lichten. Voor Katty werd dat een tweede natuur. ‘Veel leerkrachten en begeleiders reageerden schitterend. Zo zat Oskar als kleuter op een school waar hij ’s middags warm at. Op maandag overliepen we telkens het weekmenu met de kok en zochten we indien nodig naar alternatieven. Al maakten we ook het tegenovergestelde mee, zoals die ene leerkracht die Oskar tijdens een kamp volledig aan zijn lot overliet. Niet iedereen is even zorgzaam.’ 

Kinderen met een voedselallergie hebben soms nog andere allergische klachten, zoals astma of neuslast. Voor de behandeling van die symptomen werkt Hagendorens vaak nauw samen met de diensten neus-keel-oor, gastro-enterologie, longziekten en dermatologie.

Een allergie vraagt om een zorgvuldige aanpak, maar ook de levenskwaliteit mag je nooit uit het oog verliezen, beklemtoont Hagendorens. ‘Als een kind bij een traktatie in de klas geen cupcake mag eten, moet er een alternatief zijn. Punt. Als arts hamer ik daar op.’ Ook Katty was op dat vlak vooruitziend. Elke kleuterjuf kreeg een doos met koekjes die geschikt waren voor Oskar, zodat hij nooit uit de boot viel.

Stiekem pinda

Eens de diagnose gesteld en de aanpak goed besproken, komen kinderen meestal nog halfjaarlijks of jaarlijks naar het UZA voor een controle. Af en toe worden ze opnieuw getest om na te gaan of er allergieën zijn bijgekomen of weggegaan. ‘Zeker bij een allergie met een grote impact, bijvoorbeeld voor tarwe, wil ik tijdig opnieuw testen, zodat het kind niet nodeloos een dieet moet volgen’, zegt Hagendorens. Klassieke voedselallergieën die ontstaan op heel jonge leeftijd – zoals voor eieren, koemelk, tarwe, soja en aardappelen –, groeien er vaak spontaan uit. Bij sommige andere allergieën, onder meer die voor pinda, noten, vis en schaal- en schelpdieren, is die kans vrij klein.

Bij Oskar groeiden de allergieën voor eieren en melk eruit, maar in de plaats daarvan kwamen er voor vis, noten en pinda. Met de pinda-allergie liep het één keer heel erg mis. Oskar was acht toen hij toch een keer stiekem een pinda at. Katty: ‘Binnen de kortste keren raakte zijn keel geprikkeld. Zijn lippen zwollen op, zijn neus kwam helemaal dicht te zitten en hij gaf heftig over. Gelukkig woonden we in de straat van het ziekenhuis. Binnen het half uur kreeg hij cortisone en beademing. In een andere situatie had het heel slecht kunnen aflopen.’

Alertheid is altijd geboden met een voedselallergie. ‘Ik ben altijd blij als Oskar gezond terug komt van een kamp, maar ik wil het ook niet dramatiseren. Je moet er gewoon verstandig mee omgaan’, vindt Katty. Intussen is haar zoon oud genoeg om te weten wat hij niet mag eten. Hij leidt een volkomen normaal leven. Katty: ‘Eigenlijk praten we zelden over zijn allergieën. Aangezien hij alles kan doen wat hij wil – sporten, op stap gaan –, trekt hij zich er niet veel van aan. Hij houdt er ook niet van als ik in zijn ogen te veel poespas maak. Als ik weer eens contact opneem met de leiding van een kamp, dan klinkt het wel eens geërgerd ‘mamaaaaa’.’ 

Allergie bij kinderen, Katty Allaert en Wim Stevens, uitgegeven bij Lannoo.


Info: Dienst immunologie, allergologie en reumatologie UZA, T 03 821 32 99, dienst pediatrie UZA T 03 821 32 51.

Bron: maguza.be