Darmkanker: een doodvonnis?

Darmkanker treft jaarlijks 4250 Vlamingen. Bij zowat de helft van de patiënten is er sprake van erfelijke belasting. Darmkanker maakt echter steeds minder doden. Als de ziekte tijdig wordt opgespoord, is er een goede kans op genezing. Vandaar ook dat het UZA zijn medewerking verleent aan een proefproject om darmkanker bij de bevolking vroegtijdig op te sporen.

Darmkanker is na borstkanker de meest voorkomende kanker bij vrouwen, en nummer drie onder de kankers bij mannen, na prostaat- en longkanker. Hoewel het aantal darmkankers in Vlaanderen toeneemt, sterven er dankzij de verbeterde behandeling almaar minder mensen aan de ziekte. ‘Een niet-uitgezaaide darmtumor die niet voorbij de darmwand is gegroeid, kun je perfect behandelen met een operatie. En ook in een later stadium hebben we vandaag meer mogelijkheden’, zegt prof. dr. Paul Pelckmans, diensthoofd gastro-enterologie hepatologie. Toch sterven er jaarlijks nog zo’n 1800 Vlamingen aan de ziekte.

Darmtumoren ontwikkelen zich het vaakst in de dikke darm, meestal bij de overgang naar de endeldarm. De meeste patiënten zijn 45 jaar of ouder. Bij het ontstaan van darmkanker spelen verschillende factoren een rol. De grootste risicofactor zijn darmpoliepen: dat zijn uitwassen in de darm die op zich goedaardig zijn, maar in zo’n 5% van de gevallen kwaadaardig worden. 99% van alle darmkankers ontstaat uit een darmpoliep. ‘Het duurt gemiddeld tien jaar voor er zich vanuit normaal darmslijmvlies een poliep en vervolgens een darmtumor heeft ontwikkeld. Het is dus perfect mogelijk om darmkanker vroegtijdig op te sporen en overlijdens te voorkomen’, zegt Pelckmans.

Overdaad schaadt

Naast poliepen zijn er nog andere risicofactoren voor darmkanker: overgewicht, te weinig calcium in de voeding – lees kaas- en melkproducten -, overmatig alcoholverbruik, roken, veel rood vlees eten en chronische darmontsteking. Ook mensen die al een keer darmkanker hebben gehad, lopen een groter risico om het weer te krijgen. Zij krijgen dan ook de raad om iedere vijf jaar een preventief onderzoek te ondergaan.

Verder staat vast dat darmkanker in veel gevallen minstens gedeeltelijk erfelijk bepaald is. Bij zowat de helft van de patiënten is er sprake van familiale belasting. Bij 15% daarvan gaat het om een duidelijk erfelijke vorm.

De belangrijkste symptomen van darmkanker zijn bloed bij de stoelgang of een verandering in het stoelgangpatroon. ‘Het probleem is dat die klachten pas optreden als de tumor al een zekere grootte heeft’, zegt gastro-enterologe dr. Elisabeth Macken. ‘Hoe snel er symptomen zijn, hangt ook af van de plaats van de tumor. Hoe dichter het gezwel tegen de aars zit, hoe sneller er bijvoorbeeld sprake is van bloed bij de stoelgang.’

Binnenkijken in de darm

Als patiënten klachten hebben die op darmkanker kunnen wijzen, wordt een colonoscopie aangeraden. Dat is een kijkonderzoek waarbij een flexibele buis via de aars tot in de dikke darm wordt gebracht. ‘Zeker als patiënten 45 jaar of ouder zijn, kiezen we relatief snel voor een darmonderzoek. Vanaf die leeftijd neemt het risico immers sterk toe, om nog verder te stijgen na 50 jaar’, licht Pelckmans toe.

Patiënten worden voor een colonoscopie licht verdoofd of ondergaan, als ze dat wensen, een volledige narcose. ‘Het onderzoek zelf is niet echt pijnlijk of vervelend, maar de patiënt moet vooraf zo’n vier liter water drinken om de darm te spoelen, ongeveer een liter per uur. Dat vinden veel patiënten onaangenaam’, legt Pelckmans uit.

Als er tijdens de colonoscopie poliepen aan het licht komen, worden die meteen verwijderd. De arts neemt indien nodig ook een klein stukje weefsel weg om na te gaan of een afwijking al dan niet kwaadaardig is. Wordt er darmkanker vastgesteld, dan bestaat de behandeling meestal uit een operatie, vaak gekoppeld aan chemotherapie of radiotherapie, of een combinatie van beide (zie verder in dit dossier). Patiënten die met succes zijn geopereerd, hebben nadien meestal weinig klachten en leiden een normaal leven.   

Info: dienst abdominale, kinder- en reconstructieve heelkunde UZA, T 03 821 33 30, dienst gastro-enterologie hepatologie UZA, T 03 821 33 23, dienst oncologie UZA, T 03 821 32 50

Bron: maguza.be