Als het hart stil blijft staan...

We spreken van plotse dood als iemand plots en onverwacht neervalt met een hartstilstand en een circulatiestilstand binnen het uur na de eerste symptomen. Zonder reanimatie leidt die toestand onvermijdelijk tot de dood, doordat de hersenen onvoldoende zuurstof krijgen.

‘De meest voorkomende oorzaak van een hartstilstand is een hartritmestoornis, veelal een ventrikelfibrillatie,’ legt cardioloog Marc Claeys uit. ‘Dat houdt in dat het hart heel chaotisch samentrekt – fibrilleert – en daardoor zijn pompfunctie verliest.’ Dat kan bijvoorbeeld gebeuren na een hartinfarct of als gevolg van een aangeboren afwijking (zie artikel Oorzaken van plotse dood).

Eens het hart is ‘stilgevallen’ komt het niet meer vanzelf op gang. Het moet zo snel mogelijk herstart of gedefibrilleerd worden, met een elektrische schok. Elke minuut is kostbaar: al na drie, vier minuten hartstilstand kan er schade zijn aan hart en hersenen; na tien minuten is de hersenschade onherstelbaar. Als u ooit getuige bent van een plotse dood, komt het erop aan om zo snel mogelijk 100 of 112 te bellen en meteen hartmassage en beademing te starten. Als er een automatische defibrillator in de buurt is, kunt u ook die gebruiken.

Met spoed naar het kathlab  

Als de patiënt levend het ziekenhuis bereikt en de reanimatie heeft niet te lang geduurd, is er nog hoop op een goeie afloop. ‘De MUG-arts belt ons meestal al vanop het terrein, bij vermoeden van een hartinfarct, zodat we een kathlab kunnen vrijmaken,’ zegt prof. dr. Christiaan Vrints, diensthoofd cardiologie. ‘Als op het elektrocardiogram te zien is dat er een typisch hartinfarct heeft plaatsgevonden – een zogenaamde STEMI of ST-elevatie myocardinfarct – gaat de patiënt zo snel mogelijk naar het kathlab. Daar wordt de verstopte kroonslagader, die het infarct veroorzaakt, weer opengemaakt, indien nodig door een stent te plaatsen.’

Het kathlab is een van de redenen waarom je na een hartstilstand in het UZA in goede handen bent. Christiaan Vrints: ‘Zonder kathlab kun je een infarct ook behandelen, door de bloedklonter op te lossen, maar dat is maar in 60% van de gevallen succesvol. Ballondilatatie in het kathlab is in 90 tot 95% van de gevallen succesvol. Doordat we per jaar 5000 à 6000 katheterisaties doen, beschikken we over een groot team van ervaren specialisten. Bovendien is er 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 een cardiologische wacht. Het kathlab kan altijd binnen het half uur gemobiliseerd worden.’ Patiënten die snel kunnen worden gekatheteriseerd en geen beademing nodig hebben, kunnen na de ingreep naar de Chest Pain Unit en dan vrij snel weer naar huis.

In het minder voorkomende geval dat niet een hartinfarct, maar een aangeboren aandoening de onderliggende oorzaak is van de hartstilstand kan die veelal worden opgespoord aan de hand van een elektrocardiogram (ECG). Marc Claeys: ‘Deze groep patiënten kunnen we soms helpen door een interne defibrillator in te planten. Als de patiënt dan nog eens een hartstilstand heeft, geeft de interne defibrillator automatisch een schok aan het hart.'

Onherstelbare schade  

Niet alle gevallen van plotse dood worden snel gedefibrilleerd en gereanimeerd. Een op drie haalt dan ook niet levend het ziekenhuis. Ook als de reanimatie laat begonnen is of lang heeft geduurd, zijn de vooruitzichten minder goed. Er kan zware, levensbedreigende hersenschade zijn. Ook de hartspier kan beschadigd zijn, waardoor patiënten op een kunsthart moeten worden aangesloten en voor lange tijd op intensieve zorgen terechtkomen, of een hartoperatie nodig hebben.
‘Een hartspier kan dusdanig beschadigd zijn dat ze ook na defibrillatie amper nog pompvermogen heeft en de weefsels dus niet voldoende doorbloed worden. Dan spreken we van cardiogene shock,’ zegt Christiaan Vrints. ‘In het UZA krijgen we veel van die patiënten binnen, ook uit andere ziekenhuizen. Vroeger overleed 90%, maar intussen hebben we dat teruggebracht tot ongeveer de helft. Onze artsen zijn gewend om in heel acute, hachelijke situaties in te grijpen en onze afdeling intensieve zorgen heeft ruime ervaring met het ondersteunen van de hartlongfuncties op allerlei manieren. Ook als die mensen erdoor komen, is hun hartspier vaak ernstig beschadigd, en lopen ze een groot risico op plotse dood. Het laatste redmiddel is dan vaak een harttransplantatie en om de wachttijd te overbruggen eventueel een kunsthart.’

Info: Dienst cardiologie: T 03 821 35 38  »  www.hartfalen.uza.be

Bron: maguza.be