Een tweede mening?

Een tweede mening of second opinion is tussen arts en patiënt niet altijd makkelijk bespreekbaar, omdat het raadplegen van een andere arts soms aanvoelt als een teken van wantrouwen. Dat hoeft nochtans niet. Er zijn verschillende situaties waarin een tweede mening nuttig kan zijn, zowel voor de arts als voor de patiënt.

Een tweede mening houdt in dat een patiënt de diagnose of voorgestelde behandeling van zijn arts ter beoordeling voorlegt aan een tweede, onafhankelijke arts uit hetzelfde specialisme. ‘Ik vind dat je daar als behandelende arts voor moet open staan,’ zegt neuroloog prof. dr. Patrick Cras. ‘Soms gebeurt het dat je zelf twijfelt en dat je wil dat een collega zijn mening geeft. Dat kan geruststellend werken voor arts en patiënt. Zo krijgen wij zelf heel wat patiënten uit andere ziekenhuizen over de vloer voor een tweede mening.’

Ook dr. Manon Huizing van de dienst oncologie vindt de tweede mening soms zinvol. ‘Als oncologen brengen we de mensen heel slecht nieuws. Sommigen kunnen dat niet zomaar aanvaarden. Voor de gemoedsrust van de patiënt kan een tweede mening dan zinvol zijn. Nadien vertrouwt hij erop dat hij goed wordt behandeld. Bij zeldzame kankers kan het ook voorkomen dat een collega in een ander ziekenhuis bijvoorbeeld een studie heeft lopen met nieuwe medicatie. Ook dan heeft een tweede mening zin.’

Herken de expert

Een tweede mening vragen bij een andere arts mag in principe altijd. In België ben je immers vrij je arts te kiezen. Patiënten die zelf op zoek gaan naar een tweede arts komen echter niet noodzakelijk goed terecht en verliezen zo soms kostbare tijd. Patrick Cras: ‘Ik vind het de plicht van de eerste arts om de patiënt daarin te adviseren. Als arts weet je welke andere artsen gespecialiseerd zijn in een bepaald domein. Je wilt toch dat je patiënt goed terechtkomt. Bovendien aanvaard je ook makkelijker de mening van een arts die je zelf respecteert.’

Als een patiënt toch zijn eigen koers wil varen, kan hij op Pubmed wel nagaan welke artsen over een bepaald ziektebeeld al gepubliceerd hebben in de medische vaktijdschriften en dus echte experten zijn. Commerciële initiatieven en websites die specialisten aanraden, doen dat niet altijd op basis van verdienste.

Nood aan openheid

Als er open over een tweede mening kan worden gepraat, kan er ook een goed dossier worden voorbereid. Patrick Cras: ‘De tweede arts kan maar beter meteen beschikken over de scans, foto’s, labo-uitslagen enzovoort. Zo haal je het grootst mogelijke rendement uit die tweede mening.’ Natuurlijk is het niet de bedoeling dat de tweede arts de behandeling vervolgens overneemt.

Als patiënten opener worden over de eventuele nood aan een tweede mening en artsen zelf beter met het fenomeen leren omgaan, kan het stelsel van de tweede mening heel wat bijbrengen. Bij een tweede, of eventueel een derde mening, houdt het echter op. Het mag niet tot medisch shoppen leiden. Daar is de patiënt niet mee gediend en de ziekteverzekering nog minder.

Bron: maguza.be