Angst voor scanners: 'Zelfs speleologen raken wel eens in paniek'

Het zal je maar overkomen: je moet voor een onderzoek onder de NMR-scanner en wordt in de smalle tunnel overmand door angst. Waar komt die paniek eigenlijk vandaan? En wat gebeurt er als een angstaanval zo groot is dat het onderzoek niet kan plaatsvinden?

Een scheur in de meniscus, een hersenbloeding, een tumor, een pijnlijke wervelkolom … heel veel letsels en aandoeningen kunnen opgespoord worden dankzij een NMR-scanner. Om een scan te laten maken, moet je plaatsnemen in een smalle tunnel, vaak niet veel breder dan je schouders. Hoewel de tunnel open is aan hoofd- en voeteinde, brengt de smalle ruimte bij velen claustrofobische gevoelens teweeg.

‘Op tien patiënten is er toch meestal één iemand die in meer of mindere mate angstig wordt bij het scannen,’ vertelt Eddy Van Gucht, NMR-unitverantwoordelijke in het UZA. ‘Vaak gaat het om personen die voor de eerste keer onder de scanner moeten en schrik hebben voor het onbekende, of die zich hebben laten opjagen door wilde verhalen van kennissen. Andere patiënten dragen een trauma uit het verleden mee, bijvoorbeeld dat ze eens vastzaten in een lift of een autowrak. We kregen zelfs ooit een speleoloog met een paniekaanval over de vloer. Nochtans kroop die man vaak door nauwe, donkere spleten onder de grond. En dan zijn er nog de mensen met claustrofobie en andere fobieën. Met andere woorden, het kan iedereen overkomen.’

Binnen enkele seconden bevrijd

Op welke manier kunnen dokters en verplegend personeel een patiënt met een angstaanval overtuigen de scan toch te laten uitvoeren? ‘Bij de meesten zijn bemoedigende woorden al voldoende. Uiteindelijk kan er ook niets ergs gebeuren. Een NMR-scan is ongevaarlijk als hij volgens de veiligheidsregels wordt uitgevoerd, en de straling heeft geen schadelijke effecten. Tijdens de scan zien wij het gezicht van de patiënt op een tv-scherm en via een intercomsysteem kunnen we ook met hem praten. Ook de aanwezigheid van een familielid werkt meestal kalmerend. Krijgt iemand toch een paniekaanval, dan kan hij op een alarmknop drukken en bevrijden we hem binnen enkele seconden.’

Soms zijn bemoedigende woorden echter niet voldoende. ‘Maar we zullen een patiënt nooit verplichten,’ gaat Van Gucht verder. ‘Dat heeft trouwens geen zin, want iemand die panikeert, blijft niet perfect stil liggen. Is de angstaanval té erg, dan beginnen we er gewoon niet aan. Op dat moment zal de behandelende arts moeten uitmaken wat de beste oplossing is voor zijn patiënt. Hij kan eventueel een kalmeringsmiddel voorschrijven, of samen met de patiënt beslissen om de scan onder lichte narcose te laten uitvoeren. Elke week voorzien we op de afdeling radiologie een halve dag om scans te nemen onder gehele verdoving. Een groot deel van die patiënten zijn kinderen, omdat die zich hoe dan ook moeilijk twintig minuten kunnen stilhouden, maar het kan evengoed met patiënten met claustrofobie. Al blijft een oplossing op lange termijn nog altijd dat die persoon zijn angst zelf leert beheersen.’

Gedragstherapie als oplossing

Dat brengt ons bij Filip Van Den Eede, waarnemend medisch coördinator van de dienst psychiatrie in het UZA. ‘Om een angst als claustrofobie op een duurzame manier aan te pakken, raden we gedragstherapie aan. In essentie bestaat die behandeling uit een geleidelijke blootstelling aan de gevreesde situatie onder leiding van de therapeut. Op die manier dooft de angstreactie uit. Dat hoeft heus geen jarenlange therapie te zijn. Enkele sessies volstaan meestal.’ Adressen van erkende gedragstherapeuten vindt u op de website van de Vlaamse Vereniging voor Gedragstherapie (www.vvgt.be).

Van Den Eede benadrukt het belang van een goede opvang door familie en kennissen. ‘Veel patiënten schamen zich voor hun fobie. Daarom is het ontzettend belangrijk dat hun familie begrip toont en de angst niet te snel wegwuift. Voor de naasten kan het nuttig zijn om informatie over angsten op te zoeken, zodat ze oorzaken en symptomen beter kunnen kaderen. Wat ook kan helpen, is op voorhand al eens met de patiënt komen kijken hoe een scansessie eraan toegaat.’

Info: dienst psychiatrie T 03 821 39 38 – Vlaamse Vereniging voor Gedragstherapie: www.vvgt.be

Bron: maguza.be