1979-2009: (r)evolutie in de zorg

Van kwikthermometers en vuistdikke medische dossiers naar digitale radiografie en piepende monitors: in 30 jaar tijd onderging de patiëntenzorg in het UZA een hele gedaanteverwisseling. Drie bevoorrechte getuigen zetten de meest in het oog springende veranderingen op een rijtje.

Verpleegkundige wordt specialist

Leo Lenaerts, hoofdverpleegkundige cardiochirurgie: ‘De zorg is een stuk zwaarder geworden. Er zijn veel meer technieken en behandelingsmogelijkheden, en meer mensen komen in aanmerking voor een ingreep. Ook gaan patiënten sneller naar huis, waardoor de patiënt gemiddeld minder fit is. Gevolg is dat verpleegkundigen veel meer moeten meedenken. Een groot verschil met mijn stagejaren, toen de hoofdzaak was dat de vouwlijn van je laken mooi in het midden lag (lacht).’
Brigitte Claes, verpleegkundig afdelingshoofd: ‘Verpleegkundigen moeten nu veel meer kennen en kunnen én zich jaarlijks bijscholen. Op intensieve zorg duurt het tot twee jaar voor je helemaal bent ingewerkt.’
Magda Geraerts, verpleegkundig afdelingshoofd: ‘Er zijn ook steeds meer gespecialiseerde verpleegkundigen, zoals de pijnverpleegkundige, de wondzorgverpleegkundige en de diabetesverpleegkundige. Daar was vroeger geen sprake van.’

De komst van de computer

Claes: ‘Alles kan worden geïnformatiseerd, van de bedplanning tot het medisch en verpleegkundig dossier. Destijds moest je voor alles een papieren aanvraag indienen en moest je soms met man en macht op zoek naar een verloren geraakt dossier.’
Lenaerts: ‘Voor de uitslag van een onderzoek moest je vroeger bellen, nu belanden die gegevens automatisch in het elektronische systeem. Ook radiografieën worden anno 2009 digitaal opgeslagen en kunnen op elke afdeling worden geraadpleegd.’
Geraerts: ‘Vandaag kunnen we ons niet meer voorstellen dat we toen alle gegevens in fichebakken en mappen bewaarden. De omstandigheden zijn natuurlijk ook erg veranderd. De hoeveelheid gegevens die we bijhouden, is enorm toegenomen.’

Techniek met grote T

Claes: ‘Begin jaren tachtig waren er op intensieve zorg ook al monitors, maar zo’n scherm bevatte hooguit vier curves en er waren pakweg drie alarmen. Nu zijn er twee schermen nodig om alle parameters te kunnen weergeven. Er is ook veel meer apparatuur, die bovendien verfijnder en ingewikkelder is.’
Geraerts: ‘Tot en met robots aan de operatietafel. Dat zou dertig jaar geleden niemand hebben geloofd.’
Lenaerts: ‘Op een gewone verpleegafdeling was een infuuspomp toen zowat het meest technische apparaat op de kamer. Tegenwoordig liggen op de afdeling hartchirurgie patiënten aan een kunsthart, een extern toestel dat de pompfunctie overneemt.’

Mag het wat luxueuzer zijn?

Lenaerts: ‘De patiëntenkamers hebben nu meer comfort. Ik herinner me nog de tijd dat de televisietoestellen op stukken van twintig frank werkten en patiënten van de vierpersoonskamers hun telefoontoestel moesten huren. Vandaag is er op elke kamer gratis draadloos internet. Er is ook veel meer vraag naar eenpersoonskamers. Mensen die een tweepersoonskamer willen voor de gezelligheid, zijn zeldzaam geworden. Patiënten willen privacy.’
Geraerts: ‘Eind jaren zeventig had je in sommige ziekenhuizen nog zalen waar tot vijftien patiënten bij elkaar lagen. Je kunt je voorstellen wat een herrie dat gaf als al die familie tegelijk op bezoek kwam.’

Sneller naar huis

Claes: ‘Begin jaren tachtig werd je voor een galblaasoperatie tien dagen opgenomen, nu ben je na hooguit vier dagen terug thuis. Mensen worden zo snel mogelijk ontslagen en herstellen thuis.’
Lenaerts: ‘Die kortere verblijfsduur hebben we onder meer te danken aan de klinische paden. Dat zijn standaardtrajecten voor een bepaalde ingreep of behandeling, waarbij exact is uitgestippeld wat er op welke dag moet gebeuren. Dat werkt een stuk efficiënter.’
Geraerts: ‘De mentaliteit is ook anders. Vroeger werden patiënten meer betutteld. Ze bleven in het ziekenhuis tot ze weer helemaal fit waren. Nu draagt de patiënt mee verantwoordelijkheid voor zijn herstel, en natuurlijk zijn er vandaag ook veel meer mogelijkheden voor thuiszorg.’

Bron: maguza.be