Vaatlabo: alles in goede banen

Spataders, trombosen in de arm, vocht in de benen, stenosen … welk probleem een patiënt ook heeft met zijn bloed- of lymfebanen, het vaatlabo zorgt voor de juiste behandeling. Een dag uit het leven van Inge Wellemans, verpleegkundige in het vaatlaboratorium.
 
8.00 uur. ‘Vandaag kom ik als eerste aan in het lab. Ik zet alle toestellen aan en kijk in de agenda van de consultaties. Naast de geplande afspraken moeten we ook rekening houden met de dringende onderzoeken bij mensen die zijn opgenomen in het ziekenhuis. Bij Dirk bijvoorbeeld, een patiënt op cardiologie, is een ruis waargenomen ter hoogte van de lies. De cardioloog wil dat meteen laten controleren. Ik regel alvast een transport om de patiënt naar hier te brengen.’
 
8.10 uur. ‘Via een duplexonderzoek – echografie gecombineerd met geluidsgolven (dopplertechniek) – gaan we na of Dirks slagader niet vernauwd is of lekt. Dat blijkt gelukkig niet het geval.’
 
8.45 uur. ‘Intussen zijn de andere drie collega’s toegekomen en kunnen de consultaties volop van start gaan. De eerste op de lijst vandaag is Olga. Ze is pas 21, maar heeft al last van spataders. Als leerkracht staat ze vaak rechtop. Bovendien is ze erfelijk belast. Via een duplexonderzoek zien we waar haar spataders precies lopen en duiden dat aan op een voorgedrukte tekening. De resultaten geven we door aan de arts, die beslist over de therapie: schuimbehandeling, operatie of laseren.’
 
9.50 uur. ‘Ook Rani heeft sinds de bevalling van haar derde kind last van spataders en krijgt vandaag voor de eerste keer een schuimbehandeling. Een therapie die we op het vaatlabo zelf uitvoeren. De arts prikt de spatader aan en spuit er een speciaal schuim in, waardoor de wanden tegen elkaar kleven en het bloedvat uiteindelijk verdwijnt.’
 
11.45 uur. ‘Diabetespatiënten lopen een groter risico op problemen met de bloedvaten. Ze moeten dan ook jaarlijks afwisselend de slagaders in hun benen en die in hun hals laten controleren. Bij Naïma, 18, doet zich voorlopig nog geen probleem voor, zo blijkt na een duplexonderzoek.’
 
12.40 uur. ‘Tijdens de lunchpauze ga ik bij het raam zitten in het personeelsrestaurant. Onze lokalen hebben namelijk geen vensters, omdat we de beeldschermen van de toestellen dan beter kunnen aflezen.’
 
13.10 uur. ‘Weer aan het werk. De hoofdslagader van Karim was uitgezet — een tikkende tijdbom — en hij heeft een stent gekregen, een buisje in het bloedvat. Via een duplexonderzoek controleren we of het buisje nergens lekt.’
 
13.40 uur. ‘De 20-jarige Elise heeft vocht in haar benen, waardoor haar voeten ’s avonds opzwellen. We voeren een lymfescan uit om een eventuele vernauwing op te sporen. De arts beslist de onderbenen van Elise te zwachtelen. Binnen twee weken zou het probleem minder moeten zijn.’
 
15.05 uur. ‘De spoedafdeling aan de lijn. Roger is binnengekomen met een rode, gezwollen arm die ondraaglijk veel pijn doet. Kunnen we een trombose uitsluiten? We bekijken via een duplexonderzoek de oppervlakkige en de diepe aderen. Een bloedklonter vinden we niet, maar we merken wel dat het bloed te krachtig stroomt, heel waarschijnlijk als gevolg van een infectie. De spoedarts schrijft Roger een antibioticakuur voor.’
 
16.15 uur. ‘Normaal gezien stop ik om 16.30 uur, maar als er een spoedgeval is, durven de consultaties wel eens uit te lopen. Op het vaatlabo weet je wanneer je begint, maar nooit wanneer je kan stoppen. Dat neem ik er graag bij, want het is heel fijn werken hier. Wij mogen zelf de patiënten onderzoeken. Onze bevindingen worden dan gevalideerd door de arts. Dat maakt het voor ons heel boeiend.’
 
 
 

Bron: maguza.be