Steun en toeverlaat voor longkankerpatiënten

Longkankerpatiënten kunnen altijd terecht bij Sisca Kohl. Als verpleegkundig trajectbegeleider geeft ze ondersteuning aan patiënten en hun familieleden en probeert ze hun vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.

8:00 ‘Ik kom aan in het ziekenhuis en wissel mijn kleren meteen voor mijn witte outfit. In mijn bureau overloop ik snel wie er straks allemaal op de raadpleging komt en wat ik zeker niet mag vergeten zeggen of vragen.’
 
8:15 ‘De eerste patiënt van de dag heeft na een scan goed nieuws gekregen. De chemo doet goed z’n werk en de behandeling zit op schema. Ik overloop samen met de patiënt wanneer de volgende chemokuren op de agenda staan en wat de vooruitzichten zijn. Hij is positief ingesteld, dat geeft ook mij een goed gevoel.’
 
9:00 ‘De volgende patiënte krijgt binnenkort haar allereerste chemo, als onderdeel van een klinische studie. Ze vertelt dat ze bang is, en dat er van alle informatie die ze vandaag kreeg, nauwelijks iets is blijven hangen. Ik probeer haar moed in te spreken en herhaal enkel de belangrijkste bijwerkingen. We spreken af dat ik op de dag van de behandeling alles nog eens zal overlopen.’
 
10:30 ‘Ik krijg een oproep binnen op de wachttelefoon. Een patiënt voelt zich niet zo lekker. Omdat hij een nieuw soort behandeling krijgt, weet ik niet meteen wat ik moet antwoorden. Tussen twee raadplegingen door doe ik wat opzoekingswerk en bel ik terug om de patiënt gerust te stellen.’
 
11:00 ‘Een patiënt vertelt dat hij de chemotherapie erg zwaar vindt. Omdat hij niet zo goed Nederlands spreekt, heeft hij de uitleg van de arts niet helemaal begrepen. Ik leg hem zo helder mogelijk uit hoe de pijnmedicatie werkt en vertel dat hij in overleg met de arts ook kan stoppen met de chemo, als hij het echt niet meer ziet zitten.’
 
12:00 ‘Samen met de professor en de artsen van het team thoraxoncologie trek ik naar het restaurant. We eten elke dag samen ons broodje op. De gesprekken kunnen over het werk gaan, maar evengoed over wat we in het weekend gedaan hebben.’
 
13:00 ‘Ik zit mee aan tafel tijdens het multidisciplinair overleg. Daarin bespreken artsen van verschillende disciplines de patiënten. Ik noteer alle details zodat ik de diagnose of behandeling indien nodig kan verduidelijken aan de patiënten.’


 
14:00 ‘Omdat ik even geen verpleegkundig spreekuur heb, loop ik langs bij een patiënt die opgenomen is op oncologie. Met een kort gesprek probeer ik hem een hart onder de riem te steken. Het extra bezoekje doet hem goed, dat zie ik.’
 
15:30 ‘Een patiënt komt met zijn familieleden bij mij voor het palliatief luisteruur. Hij vertelt dat hij graag thuis zou sterven. Ik leg uit wat de mogelijkheden van thuisverpleging zijn. Daarna hebben we het ook over de wilsverklaring. Het is een moeilijk gesprek, maar achteraf vertelt de patiënt dat hij zich opgelucht voelt omdat hij zijn gevoelens heeft kunnen uitspreken.’
 
18:00 ‘Normaal stop ik vroeger, maar vanavond organiseren we een informatieavond voor patiënten over vermoeidheid. Ik hang wegwijzers op en trek mijn gewone kleren weer aan. Vanavond ben ik geen verpleegkundige, maar gewoon Sisca. Dat praat makkelijker.’
 
21:15 ‘De informatieavond zit erop. Na de info over draaglast, draagkracht en de oorzaken van vermoeidheid hebben we ruim de tijd genomen om met de patiënten te praten. Het was heel gezellig: iedereen heeft zijn verhaal kunnen doen en we hebben ook best wel wat gelachen. Op zo’n avond merk je dat patiënten veel steun hebben aan elkaar, dat doet mij echt deugd. Met een voldaan gevoel vertrek ik naar huis.’

Bron: maguza.be