Onderzoeksverpleegkundige: hart voor patiënten, neus voor onderzoek

Peggy De Clercq is studieverpleegkundige op de dienst oncologie. ‘Ik zal altijd een verpleegkundige in hart en nieren blijven. Tegelijk hou ik ook van de wetenschappelijke uitdaging in deze job.’

8:15 uur ‘Wekelijkse research meeting met de artsen en de vier studieverpleegkundigen van onze dienst. We overlopen alle patiënten die deelnemen aan een studie en het aanbod nieuwe studies. Als oncologische studieverpleegkundigen coördineren wij de patiëntenstudies en zijn we het eerste aanspreekpunt, ook voor de farmaceutische bedrijven. Daarnaast begeleiden we onze studiepatiënten: we volgen hen op, plannen hun afspraken en geven de nodige uitleg. Elk neemt een deelgebied op zich: voor mij zijn dat de studies rond maag- en darmtumoren.’

9:00 uur ‘Een patiënte belt mij op omdat ze last heeft van mondbloedingen. Ik regel voor haar een extra raadpleging om 11 uur. Patiënten weten dat ze ons bij problemen altijd mogen contacteren.’

9:20 uur ‘Ik loop binnen op onze onderzoekseenheid. Daar gebeuren fase 1-studies: dat zijn studies waarbij een geneesmiddel voor het eerst op patiënten wordt getest. De studiepatiënten worden er behandeld in dagopname. Vaak zijn er dan verschillende bloednames nodig voor, tijdens en na de toediening van het medicijn. Zo wordt de concentratie van het middel in het bloed gecontroleerd. Soms gebeuren er ook andere bijkomende onderzoeken op vaste tijdstippen tijdens de behandeling, bijvoorbeeld een elektrocardiogram (EKG). De bloednames en andere tests doe ik niet zelf, maar ik check of alles goed verloopt en spring bij als het druk is. Zeker als een patiënt voor het eerst een nieuw medicijn krijgt, zijn er altijd een onderzoeksverpleegkundige en een arts in de buurt. Want een allergische reactie is altijd mogelijk.’

9:35 uur ‘Ik ga langs bij Jef (73), een patiënt met een darmtumor die voor de derde keer aan een studie meedoet. Wekelijks krijgt hij op de onderzoekseenheid een infuus met een experimenteel medicijn. Ik hoor of alles goed gaat en of er geen nevenwerkingen zijn. Jef is zoals altijd opgewekt en informeert naar mijn verkoudheid. Ik sta er telkens van versteld hoe optimistisch die mensen ondanks hun ziekte blijven. Die band met de patiënten zou ik voor geen goud willen missen: ik blijf een verpleegkundige in hart en nieren.’

10:15 uur ‘Naar de raadpleging oncologie, waar een van mijn patiënten een afspraak heeft met zijn arts voor de bespreking van een CT-scan. De uitslag is goed, een voorwaarde om de studiemedicatie te kunnen blijven krijgen. Na een telefoontje haal ik het geneesmiddel op bij de apotheek. Elke dag zie ik zo een vijftal patiënten. Daarnaast is er twee keer per week een aparte raadpleging voor patiënten die deelnemen aan onze fase 1-studies.’

10:45 uur ‘Tussen de consultaties door wachten er mails en administratie. Zo houden we voor elke patiënt een gedetailleerd studiedossier bij.’

14.30 uur ‘Een van onze oncologen roept mij erbij op de raadpleging. Zijn patiënt komt in aanmerking voor een studie. Ik stel mij voor en geef hem alvast de nodige informatie.’

16.00 uur ‘Een triest telefoontje: een van onze patiënten is overleden en de familie wil ons nog eens extra bedanken. Werken op de dienst oncologie is hard, maar ik ben blij dat ik iets voor de patiënten kan betekenen. Het heeft mijn kijk op het leven ook veranderd: ik maak me niet snel druk om pietluttigheden.’

19.45 uur 's Avonds nog op pad voor een meeting in Antwerpen. Een nieuwe studie die ik vanuit onze dienst coördineer, wordt toegelicht aan de deelnemende ziekenhuizen. Zo pik ik meteen alle informatie mee. Ook buitenlandse congressen en meetings horen erbij. Als onderzoeksverpleegkundige worden we bij alle aspecten van een studie betrokken. Dat maakt het extra interessant.’

Bron: maguza.be