Agent van het beddenhuis

573 bedden heeft het UZA. Samen met zijn team zorgt Ken Verheyden, afdelingshoofd onthaal en opnamedienst, ervoor dat die optimaal bezet worden. En dat betekent soms knopen doorhakken.

7.00 uur. ‘Een van de belangrijkste taken van mijn dienst is ervoor zorgen dat alle patiënten een bed hebben op de meest geschikte afdeling. Zodra ik aankom, probeer ik een zicht te krijgen op de stand van zaken via de computer.’

8.15 uur. 'Intensieve zorg en de spoedafdeling regelen hun bedplanning zelf. Ik ga even langs op de dienst spoedgevallen om na te vragen hoeveel bedden ze nodig hebben. Zo heb ik een volledig overzicht.’

9.07 uur. ‘Een patiënte heeft zowel cardiale problemen als beenwonden. Op welke afdeling kan ze het best liggen, vraagt een van mijn medewerksters. Bij twijfelgevallen neem ik de beslissing. Ik probeer daarbij een consequente lijn te volgen. Zo vermijd ik verhuizingen, want dat is oncomfortabel voor de patiënt. Bovendien kost de transfer en alles wat daarbij komt kijken — voorbereiding, briefing, overleggen … — het ziekenhuis veel tijd. Ook bij discussies tussen de afdelingen kom ik soms tussen om de finale beslissing te nemen. Eigenlijk ben ik een soort politieagent van het beddenhuis.’

10.00 uur. ‘Vergadering. Tussen de concrete dagplanning door probeer ik me met structurele zaken bezig te houden. Vandaag neem ik deel aan een stuurgroep Poli 2020. In de toekomst wil het UZA graag werken met zuilen waar patiënten zichzelf zullen kunnen aanmelden. Zo hopen we de wachttijden bij de inschrijving te verkorten.’

11.00 uur. ‘Piekuur bij spoed. Ik ga nog eens checken hoe de dag daar evolueert. Het is heel druk en de dienst heeft nood aan bedden. Ik loop langs de verschillende afdelingen om met eigen ogen te zien waar er nog plaats is; de registratie loopt soms achter op de werkelijkheid. Ik kan nog twee plaatsen regelen.’

12.20 uur. ‘Twee medewerkers willen hun shiften omruilen. Geen probleem, maar dat moet wel ingebracht worden op de computer. Terwijl ik de uurroosters in het systeem aanpas, eet ik snel een boterham.’

13.00 uur. ‘Telefoon. Of we nog een patiënt met een heupfractuur kunnen opnemen? Ik overleg met de dienst orthopedie. Gelukkig is er nog een bed vrij. Als derdelijnsziekenhuis kiezen we ervoor om bepaalde patiënten nooit te weigeren, zoals kinderen met zware trauma’s of met een ernstige ziekte, patiënten met een specifieke hiv-problematiek en mensen met een cerebrovasculair accident of beroerte.’

13.35 uur. ‘De hoofdverpleegster van de afdeling A1 wil graag weten hoeveel patiënten voor diabetologie, immunologie en algemeen inwendige ziekten en hoeveel met een andere pathologie op haar dienst lagen vorig jaar. Ze wil zich voorbereiden op haar gesprek met het management morgen. Ik stel een overzicht samen voor haar.’

15.00 uur. ‘Voor ik naar huis ga, regel ik nog de taakverdeling van mijn team. Ik stuur een ploeg aan van 16 medewerkers die verschillende taken uitvoeren in een roulatiesysteem. Elke dag wisselen ze om de 2,5 uur van functie: onthaal, inschrijvingen voor de raadpleging, inschrijving voor de opnames. Op die manier is hun dag heel afwisselend. Alleen de mensen die de bedplanning doen, blijven op hun post om het overzicht te bewaren.’

16.00 uur. ‘Ik maak me klaar om te vertrekken. Het gebeurt soms dat ik ’s avonds nog naar een vergadering moet, maar vandaag ben ik helemaal vrij.’


Bron: maguza.be