Samenwerking tussen ziekenhuizen: gebundelde zorg is betere zorg

Ziekenhuizen verenigen zich almaar vaker tot grote ziekenhuisnetwerken, om zo efficiënter en aanvullend te kunnen werken. Met welke ziekenhuizen werkt het UZA samen en wat is de meerwaarde daarvan?

Het UZA werkt met een aantal ziekenhuizen nauw samen. Hoe zijn die samenwerkingsverbanden ontstaan?
Johnny Van der Straeten, gedelegeerd bestuurder van het UZA: 'In 2005 hebben we een raamakkoord gesloten met AZ Klina, AZ Monica, de GasthuisZusters Antwerpen (GZA), Revarte en ZiekenhuisNetwerk Antwerpen (ZNA). In de jaren daarna zijn we die overeenkomst concreet beginnen invullen. Vooral met AZ Monica is er een intense samenwerking gegroeid. Vanaf 2015 maakt ook AZ Heilige Familie deel uit van de groepering. De andere universitaire ziekenhuizen vormen eveneens dergelijke netwerken, een trend die kort na 2000 is ingezet.'

Vanwaar de nood aan dergelijke akkoorden?
'Als derdelijnsziekenhuis streven we ernaar een netwerk te vormen met algemene ziekenhuizen uit de regio. Dat laat toe om trapsgewijs te werken: voor de meest complexe therapieën worden patiënten naar een hooggespecialiseerde dienst verwezen, terwijl basisbehandelingen dichter bij huis kunnen. Dat is comfortabeler voor de patiënt en zijn familie. Daarnaast worden kennis en technieken van diagnose en behandeling ook naar de andere ziekenhuizen overgebracht. Overal wordt gewerkt volgens dezelfde kwaliteitsstandaarden en behandelingsprotocollen. Zo krijgen alle patiënten een even goede behandeling, gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten. Voor een stuk werken we ook aanvullend: het ene centrum is al meer gespecialiseerd in een ziekte of behandeling dan het andere. Dat geldt des te meer voor de behandeling van zeldzame aandoeningen. Kortom: door expertise te bundelen kom je tot een betere zorgkwaliteit. '

Wordt die evolutie ook gestimuleerd vanuit de overheid?
'Zeker. In zijn beleidsnota moedigt Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Volksgezondheid, regionale samenwerkingsverbanden tussen ziekenhuizen aan, waarbij die onderling afspreken wie wat doet. Voor zeldzame en complexe aandoeningen moeten expertisecentra worden opgericht. De gedachte achter dat beleid is dat je tot een betere zorg komt als experten de krachten bundelen en multidisciplinaire teams vormen. Uiteraard heeft het ook met kostenbeheersing te maken. Het heeft geen zin dat nabijgelegen centra dezelfde dure medische apparatuur hebben als die niet volledig kan worden benut.'

In welke domeinen werkt het UZA vooral samen?
'Vooral voor oncologie, orthopedie, cardiologie en interventiecardiologie – behandelingen met een katheter, bijvoorbeeld om een stent te plaatsen – is er verregaande samenwerking met de eerder genoemde ziekenhuizen. De betrokken diensten vormen in feite één geheel en wisselen artsen uit. Voor de behandeling van kanker maken we sinds kort ook deel uit van het Iridium-netwerk, een samenwerkingsverband tussen zes ziekenhuizen uit de brede regio. We werken samen op het vlak van oncologie, radiotherapie en chemotherapie. Dat houdt concreet in dat een patiënt die in het UZA wordt geopereerd of chemotherapie krijgt, zijn radiotherapie net zo goed in een meer nabijgelegen ziekenhuis kan krijgen. Ook hematologie is mee opgenomen in dat netwerk. Voor de behandeling van zeldzame kankers zijn afspraken gemaakt. De patiënten kunnen daarvoor telkens bij één gespecialiseerd team in een van de ziekenhuizen terecht. Zo hebben ze de garantie dat ze worden behandeld door een team dat voldoende ervaring heeft met dat soort tumor.'

En de behandeling van hart- en vaatziekten? Hoe is die georganiseerd?
'Ook daarvoor is een netwerk opgericht, met als deelnemende ziekenhuizen het UZA, AZ Sint-Dimpna in Geel, AZ Monica, AZ Klina en GZA. We ondersteunen de aangesloten ziekenhuizen om een eigen hartfalenkliniek op te richten en onze specialisten in hartrevalidatie zijn bij hen consulent. Voor interventiecardiologie kunnen de ziekenhuizen bij ons terecht of we ondersteunen hen bij hun eigen interventieprogramma. Op het vlak van kindercardiologie werken we dan weer samen met het UZ Gent: hartoperaties en interventiecardiologie gebeuren daar.'

Zijn er nog belangrijke links met andere ziekenhuizen?
'Ja, andere UZA-diensten die nauw samenwerken met andere ziekenhuizen zijn pediatrie, mond-, kaak- en aangezichtschirurgie en verschillende andere heelkundige diensten. Er zijn echter ook samenwerkingsakkoorden voor meer specifieke domeinen. Voor de volwassenenpsychiatrie bestaat er bijvoorbeeld een associatie-overeenkomst met het Psychiatrisch Ziekenhuis Sint-Norbertus in Duffel, waar de hospitalisatie is gevestigd. Voor kinder- en jeugdpsychiatrie hebben we een akkoord gesloten met de ZNA-ziekenhuizen. Ook voor zeldzame stofwisselingsziekten bij kinderen is er een samenwerkingsakkoord met ZNA.'

Is er ook samenwerking op het vlak van opleiding en onderzoek?
'Ja, voor de volwassenenpsychiatrie gebeuren opleiding en wetenschappelijk onderzoek bijvoorbeeld integraal in het PZ Duffel. En recent is er nog een overeenkomst gesloten met AZ Monica om artsen-specialisten gezamenlijk op te leiden. Zeker voor onderzoek sta je als ziekenhuisnetwerk veel sterker dan als individueel ziekenhuis. Patiëntenstudies worden immers alleen maar toegewezen aan centra die snel een groot aantal patiënten bijeen kunnen krijgen. Ook daarom is het voor patiënten interessant om binnen een netwerk te worden behandeld: via die studies hebben ze gemakkelijker toegang tot de nieuwste therapieën.'

Alle netwerken ten spijt is de zorg in België nog altijd sterk verspreid, zeker in vergelijking met andere landen.
'Ja, veel andere Europese landen organiseren hun zorg helemaal anders. Een voorbeeld is Denemarken. Dat is qua medische zorg ingedeeld in vijf regio's, met telkens één centrumziekenhuis voor hooggespecialiseerde zorg en daarrond regionale ziekenhuizen. De financiering wordt verdeeld over het volledige netwerk. In België is een dergelijk model moeilijk realiseerbaar. Ons ziekenhuislandschap is historisch gegroeid, met vaak in één gebied grote regionale ziekenhuizen. Bovendien worden in ons financieringssysteem niet kwaliteit en samenwerking, maar de afzonderlijke prestaties – onderzoeken, behandelingen ... – financieel beloond. Een mogelijk alternatief zou zijn dat er een totale som wordt voorzien voor de behandeling van een bepaalde aandoening bij een patiënt, waarin alle kosten van huisarts tot en met ziekenhuis en revalidatiecentrum zijn inbegrepen. De federale regering wil de zorgfinanciering alleszins geleidelijk, maar grondig hervormen.'

Bron: maguza.be