Intensieve zorg: grenzen aan de groei?

Hoe evolueert de intensieve zorg de komende tien, vijftien jaar? Diensthoofd prof. dr. Philippe Jorens ziet een groeiende nood, maar beperkte middelen. ‘Op intensieve zorg zullen we voor het eerst in de Belgische gezondheidszorg keuzes moeten maken.’

Prof. Dr. Philippe Jorens, diensthoofd intensieve zorg UZA

U ziet de komende jaren heel wat uitdagingen voor de afdelingen intensieve zorg. Wat zijn de voornaamste?
Een eerste uitdaging is dat de nood aan intensieve zorg alleen zal toenemen. Vandaag hebben we in het UZA 45 inzo-bedden op een totaal van 573 bedden. Nergens in Vlaanderen is dat relatieve aandeel zo hoog. Die trend zal zich alleen maar doorzetten. Alleen is het de vraag of ook de financiering zal volgen. Een tweede uitdaging is heel praktisch: plaats. Wij hebben nu zo’n 2000 m2 voor 45 bedden. Internationaal kunnen ze op die oppervlakte maar 16 à 20 bedden kwijt. Intensieve zorg neemt heel veel plaats in. Je hebt veel technologische ondersteuning en dus toestellen nodig, en er gebeurt ook steeds meer aan het bed zelf, tot operaties toe.

Ziet u op het vlak van apparatuur grote revoluties de komende jaren?
De intensieve zorg is in de ziekenhuizen veelal de voorloper die nieuwe technieken als eerste gebruikt. Dat geldt voor de monitoring van hartslag, bloeddruk, hersenfunctie enzovoort, maar ook voor het creëren van een omgeving waarin dag en nacht worden nagebootst via geluid en licht. Ook ondersteunende apparatuur zoals nierdialyse, kunstharten, kunstlongen… is ontwikkeld om en rond intensieve zorg.
Grote revoluties verwacht ik op het vlak van technologie niet. Wel kunnen we steeds meer ter plaatse doen, aan het bed. We hebben toegang tot elke foto of scan en ook point-of-care-testen maken opgang. Dat zijn bloed- of andere testen die vandaag nog in het labo gebeuren, maar binnenkort aan het bed. Voor de rest blijven de basistechnieken dezelfde, maar toestellen worden wel gesofisticeerder en duurder. En aan al die technologie zitten ook opnieuw heel wat uitdagingen vast.

Welke uitdagingen brengt de technologie mee?
Het personeel moet met die hoogtechnologische zaken om kunnen gaan. Sinds 2007 zijn we overgeschakeld op een volledig elektronisch medisch patiëntendossier. Per minuut worden tientallen gegevens gestockeerd. Je moet nu niet meer noteren, maar iemand moet natuurlijk al die gegevens bekijken en opvolgen. En met de hoeveelheid gegevens nemen ook de valkuilen toe. Het personeel heeft daarvoor opleiding nodig, maar ze mogen ook absoluut geen watervrees hebben voor wat met technologie en ICT te maken heeft. Tegelijk moeten ze heel invoelend en menselijk zijn, want ook de psychologische ondersteuning van de patiënten en hun familie is voor hun rekening.

Er is ook een trend naar aparte intensieve zorg voor kinderen?
Ja, kinderen zouden de komende jaren nog verder moeten worden afgescheiden van volwassenen op intensieve zorg. Kinderen hebben een eigen aanpak nodig. Zo hebben ze meer nood aan hun familie. Er zijn ook andere technieken voor kinderen, zoals specifieke pijnstilling. Ze moeten voorts opgevangen worden door mensen die getraind zijn om met kinderen om te gaan. En er worden simpelweg andere materialen en toestellen gebruikt. Kortom, het is een expertise op zich.

Heel wat uitdagingen dus, maar wat voor consequenties zal dat hebben?
Naarmate de financiering en de omkadering door artsen en verpleegkundigen aan hun limiet geraken, zullen we op een bepaald moment keuzes moeten maken, over wie op intensieve zorg terecht kan en wie niet. In Nederland en het Verenigd Koninkrijk worden bepaalde zware chirurgische ingrepen nu al niet meer uitgevoerd boven een bepaalde leeftijd. In België kunnen we dat tot nu toe gelukkig nog steeds patiënt per patiënt bekijken, maar we voelen de druk toenemen. Met de verouderende bevolking zal die druk alleen groter worden. Op een dag zullen we de afweging moeten maken: welke patiënten kunnen we nog iets bieden, of beter: welke patiënten kunnen we nog een bepaalde levenskwaliteit garanderen? Dat wordt ethisch een heel zware vraag.

Intensieve zorg wordt ook op dat vlak een voorloper?
Ik denk van wel. Nu al draait een groot deel van het wetenschappelijk onderzoek binnen het vakgebied intensieve zorg om het creëren van prognostische markers. Men wil zo goed mogelijk kunnen voorspellen hoe groot de kans is dat een patiënt met die of die kenmerken met een goede levenskwaliteit intensieve zorg zal verlaten. Dat klinkt misschien hallucinant, maar uiteindelijk is en blijft dat wel ons voornaamste doel: dat patiënten de intensieve zorg verlaten in een aanvaardbare toestand.

Bron: maguza.be