E-health en telegeneeskunde: 'Tijd om de knoop door te hakken'

E-health, e-gezondheid, telegeneeskunde, monitoring vanop afstand … de digitale revolutie zorgt ook in de gezondheidszorg voor grote veranderingen. Hoe ziet prof. dr. Guy Hans, medisch directeur van het UZA, de gezondheidszorg evolueren? Welke voordelen en uitdagingen brengt e-health met zich mee? En waar staan we vandaag?
 
Eerst en vooral: wat houdt e-health eigenlijk in?
Prof. dr. Guy Hans: ‘E-health is een containerbegrip waar heel veel kan onder vallen: gaande van het elektronisch patiëntendossier, over het elektronisch geneesmiddelenvoorschrift tot allerlei toepassingen van mobiele geneeskunde waarbij patiënten vanop afstand gezondheidsgegevens doorsturen naar de zorgverleners die hen opvolgen.’
 
Hoe ver staan we vandaag in ons land?
‘De overheid stimuleert e-health enorm. Zo worden de ziekenhuizen verplicht om werk te maken van een elektronisch patiëntendossier. Daarin hebben alle zorgverleners die bij een patiënt betrokken zijn en ook de patiënt zelf, toegang tot zijn of haar medische gegevens, natuurlijk op voorwaarde dat de patiënt daar toestemming voor heeft gegeven. Daarnaast wordt er ook werk gemaakt van hubs, netwerken waar ziekenhuizen informatie kunnen delen. Als je bijvoorbeeld een scan laat maken in het ene ziekenhuis, maar je gaat op raadpleging bij een arts in een ander ziekenhuis, dan kan die laatste die scan ook zien. Voor een deel is dat al realiteit. Ook allerlei processen die de patiënt niet ziet, gaan al via elektronische weg, bijvoorbeeld de aanvraag tot terugbetaling van bepaalde geneesmiddelen bij de ziekenfondsen. E-health wordt stilaan concreet in ons land.’
 
Wat is de stand van zaken op het vlak van telegeneeskunde?
‘Rond telegeneeskunde lopen er de laatste jaren heel wat projecten, waarbij de patiënt in zijn thuisomgeving kan worden opgevolgd. Voorlopig gaat het nog om proefprojecten, gesubsidieerd door de overheid of door wetenschappelijke instellingen, om nadien met de opgedane kennis verdere stappen te kunnen zetten.’
 
Wat is de grote meerwaarde van e-health en telegeneeskunde?
‘Ik ben ervan overtuigd dat het de globale kwaliteit van de gezondheidszorg zal verbeteren. Onder meer de levenskwaliteit van de patiënt neemt toe. Hij kan zijn gegevens doorsturen en moet zich daardoor veel minder verplaatsen. Tegelijk is de opvolging beter, want zijn parameters worden continu gemeten en geëvalueerd. Ook de toegankelijkheid van de zorg neemt toe: patiënten en zorgverleners zullen nauwer in contact staan met elkaar. Bovendien zal het de gezondheidszorg efficiënter maken. Door een betere preventie zullen de kosten dalen: problemen komen sneller aan het licht waardoor er minder opnames nodig zijn. Als je patiënten na hun ontslag nog vanop afstand kan volgen, kan je sneller ingrijpen bij problemen en zo een heropname vermijden. Ook de interactie tussen de zorgverleners in en buiten de ziekenhuizen zal verbeteren. En voor het wetenschappelijk onderzoek komt er een grote hoeveelheid gegevens beschikbaar, waarmee je tegelijk ook de kwaliteit van de zorg beter kan opvolgen.’
 
Toch zijn er toch nog heel wat drempels?
‘Het vraagt een reorganisatie van de gezondheidszorg zoals we ze kennen. Zo zal de tijd die een zorgverlener steekt in het opvolgen van gegevens of aan telefonisch advies vergoed moeten worden. Ook heeft de technologie zijn prijs. In het project Appi@Home, waarmee onze pijnkliniek de Agoria eHealth Award won voor het beste E-Health project van 2016, beschikten de patiënten thuis over een bloeddrukmeter, zuurstofmeter, activiteitsmeter, slaapmonitor en weegschaal, allemaal verbonden met een smartphone die de gegevens doorstuurde. Ook daarvoor zou er een terugbetaling moeten zijn. De kostenstructuur is echter een moeilijke kwestie, want de besparing die e-health oplevert, zit in efficiëntie en kwaliteit, en is dus niet onmiddellijk berekenbaar.’
 
Zullen er op termijn ook minder personeelsleden nodig zijn?
‘Ik denk het niet, want tegelijk zet de vergrijzing zich door. De bevolking wordt ouder en kampt met meer chronische ziekten. Met het huidige personeel en de huidige infrastructuur kunnen we dat niet aan. Maar dankzij de efficiëntiewinst van de e-health lukt het met het huidige aantal zorgverleners misschien wel.’

Hoe ver staat het UZA vandaag op het vlak van e-health?
‘We staan zeker in de frontlinie. We beginnen dit jaar met het elektronisch patiëntendossier. Nog een voorbeeld: met het multidisciplinair pijncentrum lanceren we een interactief register voor alle patiënten in België met een ingeplante neurostimulator tegen chronische pijn. De patiënten zullen gegevens doorsturen en zowel de zorgverleners als de mutualiteiten kunnen hun progressie opvolgen. Tal van diensten zijn bezig met projecten of hebben al ervaring opgedaan, in de oncologie bijvoorbeeld, maar ook bij thuisbehandeling met antibiotica. Nog een voorbeeld zijn onze pijnpatiënten die na een operatie nu thuis een specifieke pijnbehandeling krijgen. De thuisverpleegkundige stuurt de gegevens door en wij volgen op. Zo kan de patiënt thuis toch dezelfde pijnstilling krijgen als in het ziekenhuis.’
 
Een opvallende vernieuwing in het UZA zijn ook de gezondheidskiosken?
‘Ja, voor de raadpleging kunnen patiënten zelf hun vitale parameters nemen, zoals hun bloeddruk, BMI, hartritme. Die gegevens komen dan terecht in hun medisch dossier. Niet alleen wint de arts zo tijd tijdens de raadpleging, het levert ook heel dynamische discussies op. Patiënten denken na over de uitslagen en de evolutie ervan. Het kan een grote impact hebben op het vlak van preventie, en tegelijk wordt de patiënt ook goed opgevolgd. Want als iemand drie of vier keer per jaar naar het UZA komt, beschik je zo over heel wat nuttige informatie. Dat patiënten zelf regelmatig vitale parameters zoals hun bloeddruk meten zal naar mijn mening in de toekomst een essentiële rol gaan spelen in de preventie van aandoeningen zoals hart- en vaatziekten.’
 
De patiënt krijgt door e-health ook een veel actievere rol in zijn behandeling?
Ja, hij moet actief info verstrekken, metingen doen, vragenlijsten invullen … Maar ook de rol van de zorgverleners verandert. Het face-to-face contact vermindert, maar de zorgverlener zal veel meer gegevens moeten interpreteren, en reageren zodra dat nodig is. In elk geval moet de privacy van de patiënt altijd gerespecteerd worden. Het mag geen big brother worden.’
 
Wat met de veiligheid van al die gegevens?
‘De overheid werkt hard aan beveiligde communicatiekanalen voor patiëntengegevens. En ook voor de ziekenhuizen is dat een prioriteit. Op dat vlak moet er ook bij de patiënten een bewustwording komen: wie commerciële gezondheidsapps gebruikt, weet zelden wat er met die gegevens gebeurt. Ze staan ergens in de cloud, maar je mag er zeker van zijn dat ze bekeken worden door analisten van bedrijven. Dat willen we dus absoluut vermijden met de patiëntengegevens. Zowel bij het doorsturen als bij het bewaren moeten er absolute veiligheidsgaranties zijn.’
 
Welke stappen zijn nu nodig om e-health reëel te maken?
‘De uitdaging is om nu een structurele financiering op poten te zetten, met een soort forfait voor teleconsult of telegeneeskunde. En wat bespaard wordt door e-health, zou opnieuw moeten geïnvesteerd worden in de nieuwe technologie. We zijn nu op een punt dat we moeten doorzetten. De zorgverleners zijn overtuigd en de druk van de maatschappij neemt toe. De overheid moet nu dus knopen doorhakken. Zo niet vrees ik dat men telegeneeskunde in het wilde weg zal gaan gebruiken en dat patiëntengegevens zonder veel controle ergens worden opgeslagen. En dat zou een achteruitgang zijn in plaats van een stap vooruit.’
 

Bron: maguza.be