De kant van de familie

Geneeskundestudenten Arno en Wies hadden net een stage op de UZA-spoedafdeling achter de rug, toen ze opeens aan de andere kant terechtkwamen. In de wachtzaal, wachtend op nieuws.
 
In het zesde jaar van hun artsenopleiding liepen Arno Téblick en Wies Vanderbruggen stage op verschillende diensten in het UZA. ‘Toen we op een avond bij Wies thuis aan een opdracht aan het werken waren, kwam er een telefoontje binnen van Wies’ oom. Hij had in de namiddag in het ziekenhuis een routinebehandeling aan zijn slokdarm ondergaan en hij voelde zich niet goed. Wies en ik zijn – deels uit nieuwsgierigheid – naar daar gereden en we zagen al snel dat het echt niet goed was: hij zag heel bleek, was aan het zweten … we zagen dat hij in shock begon te gaan en belden meteen een ambulance. Toen die er was begon hij bloed te braken en werd de MUG opgeroepen. Op dat moment stopt je rol als student geneeskunde en ben je weer alleen familie.
 
In de wachtzaal van de spoedafdeling hebben we een uur gewacht terwijl de artsen de slokdarmbloeding probeerden te stoppen. Als je bezig bent met een patiënt in een levensbedreigende situatie, dan vliegt de tijd voorbij. Pas als de patiënt stabiel is, denk je aan de familie. Dat wisten we uit ervaring, maar pas toen begrepen we ook de kant van de familie. De spoedarts die met ons kwam praten, schrok wel toen ze ons herkende, maar ik was onder de indruk van haar professionaliteit. Als arts weet je nooit met wie je te maken krijgt. We hebben uiteindelijk de hele nacht in het UZA doorgebracht, maar alles is gelukkig goed gekomen.’

Bron: maguza.be