'Niemand sprak het woord kanker uit'

Twee jaar geleden kwam Marc ten einde raad met zijn zoon Tygo (nu 8) naar het UZA. Na de scan stond er plots een heel team artsen rond Tygo’s bed. Tygo’s nier was niet meer te redden, maar kanker was het gelukkig niet.

Maandenlang had Tygo last van terugkerende koorts, blaasontstekingen en buikpijn die steeds erger werd. Per dag moest hij tot 30 keer plassen. De huisarts had moeite om een diagnose te stellen. Na negen maanden was de maat vol en besloot Marc om naar een kindernefroloog in het UZA te trekken. ‘Toen Tygo een echo kreeg, vroeg de nefroloog aan prof. Van Hoeck om mee te komen kijken. Ik was opgelucht dat ze iets hadden gevonden, maar tegelijk was ik bang voor het vervolg.

Tygo moest meteen onder de MRI-scanner. Ik kon niets meer voor hem doen dan zijn voeten vasthouden onder de scanner. Tygo zelf besefte nauwelijks wat er gebeurde. Na de scan stond plots een volledig team artsen rond Tygo’s bed. Van één arts werd de functie niet genoemd, maar ik wist meteen dat het een oncoloog was. Er was tumorweefsel gevonden in Tygo’s nier en dat moest er zo snel mogelijk uit. Het woord kanker zweefde door de kamer, maar niemand durfde het uit te spreken.’

Alsof er niets was gebeurd

‘Amper een week later moest Tygo onder het mes. Zijn linkernier en de bijbehorende urineleiders zijn volledig verwijderd. Gelukkig bleek achteraf dat het geen kanker was, maar dat het weefsel was ontstaan door een zeldzame reactie op een infectie in de urinewegen. In dokterstaal heet die reactie Xanthogranulomataire Pyelonephritis. Acht dagen lang hebben de dokters en verplegers ontzettend goed voor ons gezorgd.

Thuis was ik verwonderd hoe snel Tygo herstelde. Anderhalve maand later haalde hij zijn B-diploma voor zwemmen, alsof er niets was gebeurd. Nu moet Tygo regelmatig op controle. Later zal hij eens per jaar naar het UZA moeten, voor de rest van zijn leven. Verder letten we nog meer op een gezonde levensstijl. Om zijn bloeddruk onder controle te houden, eten we niet te veel zout. Contactsporten als judo en voetbal zijn uit den boze, maar tennissen mag wel. Nu beseffen we hoe broos gezondheid is, en genieten we extra van dagelijkse dingen en de mensen om ons heen.’

Bron: maguza.be