Ons lieve lijf ...

We hebben ze lang als een Amerikaanse curiositeit gezien: mensen met extreem overgewicht. Niet de mollige medemens bij wie de weegschaal na een druilerige en vadsige winter tilt slaat. Neen, we hebben het over mensen met een BMI van 40 en véél meer. Ziekenhuizen die obesitas behandelen en vermageringsoperaties doen, krijgen hen nu en dan over de vloer. En die ziekenhuizen moeten nu zwaar in hun portemonnee tasten. Extra-extra-large bedden, gigantische operatieklemmen, nachtstoelen en operatietafels. Ziekenhuiskamers die verbouwd en uitgebreid worden voor extreem zwaarlijvige patiënten. Voor mensen dus van 200 tot 350 kilogram. Een obesitaschirurg stelde mij onlangs gerust. Wie erg veel begint te eten, sterft voor hij die 200 kilo bereikt aan hartfalen, diabetes of een andere welvaartziekte. Maar wie die 300 kilo of meer wel haalt, komt haast vanzelf in het ziekenhuis terecht. En zo gebeurt het af en toe dat patiënten zo zwaarlijvig zijn dat ze niet eens in of onder een scanner passen. En dat ze dan maar noodgedwongen naar een afdeling diergeneeskunde worden gebracht omdat de scanners daar nu eenmaal van een ander formaat zijn. Géén Amerikaanse toestanden, maar realiteit in onze ziekenhuizen. Het zijn nu nog uitzonderingen, maar zijn ze dat over tien jaar ook nog? Of gaan we dan de ovens in crematoria verbreden om de doorsnee Belg gecremeerd te krijgen? Amerikaanse crematoria zijn daar nu al volop mee bezig. 

Toegegeven, ik stel de zaken scherp. En u mag mij gerust een zeur vinden. Dat doet mijn puberzoon ook als ik hem uitleg waarom cola ongezond is. Maar ik kon het niet meer aanzien. We dragen verdorie soms beter zorg voor onze auto dan voor onszelf. Elke zaterdag stonden we daar: in de lange rij voor de carwash. De auto die elke week gewassen, gestofzuigd en vertroeteld wordt. Bij tijd en stond verse olie, de juiste bandendruk en nieuwe remmen. Waarom zijn we dan zo slecht in het soigneren van ons eigen lieve lijf? Als op het dashboard van mijn auto een rood lampje flikkert, ga ik onmiddellijk aan de kant staan. Doe ik dat ook doe met de noodkreten van mijn eigen lijf? Nee dus. We rennen maar door en proppen ons vol. Terwijl we de regels echt wel kennen: goede vetten, weinig suikers, meer bewegen en niet roken … Voor ons sinds kort geen carwashritueel meer op zaterdag. Wij gaan nu zwemmen, één keertje per week maar. Daarna naar de markt groenten halen voor verse soep. En die cola, daar kan ik nu mee leven. Net als met die vuile auto. 

Katty Allaert

 

Bron: maguza.be