Elke dag slagroomtaart

Ik vond dat de klager een punt had. De klager was een anonieme m/v uit rusthuis M in S, en ze had een brief naar de krant gestuurd. ‘Ze’ is een gok van mijnentwege: in rusthuizen wonen immers meer vrouwen dan mannen, en ‘het’ is ook maar raar, als het om mensen gaat.
‘Ze’ was dus niet tevreden. Over het eten, met name. Sinds er een nieuwe kok in rusthuis M was aangetreden – een die van gezonde kost zijn missie had gemaakt – was het niet meer te vreten, dat eten. Vond ze. Daar gaf ze uitleg bij: hij had het varkensvlees geschrapt, de frieten ook en verder waren er véél groenten. Té veel.
Dus kloeg ze in de krant. Dat er nooit meer eens spek was, nooit meer worst, geen rozijnenbrood en altijd van die gezonde toetjes, fruit bijvoorbeeld, magere yoghurt ook, en kwark. Bwark.
Ik vond dat ze gelijk had. Ik heb zo’n clubje van een stuk of vijf echt dikke vriendinnen en tijdens koffiekletsen durven wij het wel eens over later hebben. Veel later, wanneer we onze echtgenoten alle vijf begraven zullen hebben en wij – te stram om op de Meir nog te gaan shoppen en te wijs om over onze slanke lijn nog veel te piekeren – ons eindelijk eens een beetje zullen kunnen laten gaan. Gedaan met diëten. We zullen 95 zijn of zo. Een nieuwe man zal zich niet gauw meer aandienen. Wat we niet erg zullen vinden – we hebben elkaar.
Hoe oud wordt de Vlaamse vrouw gemiddeld? 85? Wij zullen daar dan dus al tien jaar boven zitten. Dus moet het maar mogen. Elke dag slagroomtaart. Grote vette magnumijsjes. Rijstpap. In varkensvet gesopte boterham met bruine suiker. Maakt het uit? Een mens gaat op een keer toch dood. En wat zou u kiezen: 100 worden met een volle maag? Of 101 met een lege?
De dag daarna stond Sonja Kimpen in de krant. Dat is die vrouw van VTM die 185 wordt. Zo gezond. ‘Gezonde kost’, verdedigde ze de kok van rusthuis M, ‘betekent het verschil tussen kwiek oud en ziek oud. Het heeft geen invloed op de lengte van het leven, wel op de kwaliteit ervan. Wie ongezond eet op zijn oude dag, loopt meer kans op infecties, tromboses, hartinfarcten, hersenbloedingen.’
Jamaar! Het moest wel plezierig blijven in ons oudevrouwenclubje! We moeten dringend weer eens samenkomen. Over nieuwe strategieën. En gezondere. De rijstpap krijgen we daarna wel. Als we doodgaan van de ouderdom, op 101. Met gouden lepeltjes.

Annemie Peeters

Bron: maguza.be