Editoriaal MagUZA 113: Chronische netwerken

De hervorming van de gezondheidszorg die in gang is gezet, is vooral een hervorming in de ziekenhuissector. De nadruk wordt gelegd op het te grote aantal bedden en op regionale samenwerking voor ‘basisspecialistische’ zorg. Is dit wel de juiste focus als overbodige bedden toch niet gefinancierd worden en de basisspecialistische zorg het best dicht bij de patiënt wordt aangeboden?
 
De ziekenhuizen doen met succes inspanningen om de gemiddelde verblijfsduur sterk terug te dringen. Die ligt bij ons hoger dan het Europese gemiddelde. Het verschil is te verklaren door een gebrek aan geïntegreerde zorg in België, waardoor chronische patiënten in acute bedden liggen. Uitbouw van de ambulante zorg en thuiszorg en een gecoördineerde aanpak van chronische ziekten zijn een belangrijk deel van de oplossing. In Vlaanderen is daartoe een aanzet gegeven door de definiëring van eerstelijnszones. Binnen die zones nemen de huisartsen de coördinatie op zich van het aanbod aan zorgverstrekkers: huisartsen, verpleegkundigen, paramedici, structuren zoals centra voor geestelijke gezondheidszorg, OCMW’s, … Opname van chronische patiënten kan dikwijls worden vervangen door ambulante zorg. Door gebrek aan coördinatie tussen ziekenhuizen en de eerstelijnsactoren gebeurt dat echter veel te weinig. Om dat te verbeteren neemt het UZA, net als de andere ziekenhuizen van het Helix-netwerk, actief deel aan de vorming van de eerstelijnszones met de huisartsen.
 
De netwerken waaraan we nood hebben zijn de transversale netwerken voor chronische patiënten met integratie van de eerstelijnszorg en de sociale diensten. Dat is een debat dat – mee als gevolg van onze staatshervorming – federaal niet aan bod komt.
 
 
Johnny Van der Straeten
Gedelegeerd bestuurder

Bron: maguza.be