Tussen hoop en wanhoop in de fertiliteitskliniek

18 apr 2017

Tussen hoop en wanhoop in de fertiliteitskliniek

‘Ik zeg altijd onomwonden dat ik een dochtertje heb. Het is geboren, ik heb he vastgehouden. Maar ik heb het nooit levend gezien’

In 'Echte Mensen: nieuw leven', een realityreeks op VTM, wordt u een gynaecologisch  verantwoord inkijkje gegund in zwangerschap en geboorte. De camera zwenkt van niet in taal te klemmen geluk – het hoge krijsen van een boreling die voor het eerst warme mensenhuid voelt – naar klamme treurnis – een prematuurtje dat wraakroepend vroeg de boksring in moet – en alles daartussen. Onze Man volgde de ploeg van productiehuis Geronimo in de fertiliteitskliniek, op de kraamafdeling en op de dienst neonatologie van het UZ Antwerpen. Deel één: wat als zaadje en eicel niet gelukkig willen trouwen?

Wie het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde van het UZ Antwerpen  – ‘de fertiliteit’ voor mensen met haast – betreedt, doet dat in camouflagepak: schort, mondmasker, haarnetje en schoenbeschermers. Op de plaats waar verhoopt nieuw leven startkabels krijgt, wordt geen bacil geduld. In het zog van de cameraploeg maak ik kennis met Vicky De Groof, een vrouw van 43 van wie je hoopt dat haar lust for life besmettelijk is. Maar dit is een droevig moment: ze heeft net te horen gekregen dat haar zesde en laatste in-vitrofertilisatiebehandeling op niets is uitgedraaid.

VICKY DE GROOF «De zesde was de alles-of-niets-poging. Er wordt gezegd dat je je kansen vergroot door licht en opgeruimd door het leven te stappen, door je lichaam zo weinig mogelijk extra stress te bezorgen. En dus had ik erg mijn best gedaan om positief en optimistisch te zijn: ik was er zeker van dat het deze keer wél zou lukken. Helaas.»

Het is louter een leeftijdskwestie: een medisch probleem is er niet. VICKY «Mijn kinderwens is pas vrij laat ontstaan. De liefde heeft me heel lang niet het geluk gebracht waar ik naar op zoek was, en ik wilde geen alleenstaande moeder zijn. Kinderen waren gewoon geen optie. Maar in 2013 – ik was bijna 40 – sloeg de bliksem in: ik leerde mijn huidige vriend kennen, en leefde plots in een romantische film. Het zat meteen zó goed: al in onze eerste week samen kwam het onderwerp kinderen spontaan op tafel. We zijn er toen vrij snel aan begonnen. In september van dat jaar raakte ik voor de eerste keer zwanger, maar al na vijf weken kreeg ik een miskraam.»

Wanneer Vicky fibromen (kleine, onschuldige aan groeisels, red.) laat wegnemen, krijgt ze nog wat extra advies van haar gynaecologe: vanwege haar leeftijd kan a little help waardevol zijn. In een ziekenhuis probeert ze intra-uteriene inseminatie, waarbij de zaadcellen van haar vriend rechtstreeks in de holte van de baarmoeder geïnjecteerd worden. Vier pogingen leveren niets op. VICKY «Vervolgens zijn we overgeschakeld op in-vitrofertilisatie.»

Er bestaat geen uitgekiend stappenplan voor wie moeilijkheden heeft om zwanger te raken, vertelt Diane De Neubourg, het diensthoofd van het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde van het UZ Antwerpen, en één van de dokters die Vicky behandelt.

DIANE DE NEUBOURG «Ik dacht vroeger dat er binnen de fertiliteit vaste protocollen zouden ontstaan. Je voert de gegevens van een koppel in, en de computer zegt vervolgens welke stappen er gezet moeten worden. Maar zo werkt het niet. Je moet ook luisteren naar de verzuchtingen van de patiënt. Als er veel koudwatervrees is voor ivf, probeer je eerst nog iets anders. Omgekeerd gebeurt ook: een koppel dat nog in aanmerking komt voor inseminatie maar zich daar absoluut niet goed bij voelt, en meteen begint met ivf. Je kán een zuiver wetenschappelijke benadering hanteren, maar dan loop je het risico dat je patiënten zich niet begrepen voelen. En net dat laatste is zo belangrijk in het mijnenveld van de fertiliteitsproblemen.»

VICKY «Ivf leek aanvankelijk ons grote geluk: bij de eerste poging raakte ik zwanger. De euforie toen! Maar na vier maanden ontdekten de dokters dat ons kindje een chromosomale afwijking had. De kans was heel groot dat het met een zware beperking geboren zou worden. We hebben toen een gruwelijk moeilijke beslissing moeten nemen. Iets in me riep: ‘Dóórgaan!’ Een moederhart wil zorgen, hè. Maar de rationele argumenten waren te overweldigend. Zou ons kindje wel een menswaardig bestaan hebben? En vooral: wat zou er met haar – want het was een meisje – gebeuren als wij zouden sterven? Ik was al 40, hè. En ons kind dat moederziel alleen naar een instelling zou moeten, dat vond ik een afschuwelijke gedachte. »We hebben toen in samenspraak met de dokters beslist om het kindje niet te houden. Na vijf maanden zwangerschap lieten we het geboren worden. (Stil) Ik heb het nog vastgehouden, ook al leefde het niet meer. Dat wilde ik absoluut: ik moest ons meisje gevoeld hebben.» We hebben dat kleine lichaampje laten cremeren. (Wijst op een hangertje rond haar nek) Hierin zit de as: ons meisje is altijd bij ons. Ik praat voortdurend tegen haar. Ze is mijn hoogstpersoonlijke engel.» 

Zonder playboy 

Zodra ze enigszins van de schok bekomen was, ging Vicky verder met de ivf-behandeling. Deze keer ging ze naar het UZ van dokter De Neubourg, waar ze gespecialiseerd zijn in fertiliteit. VICKY «We hadden best goede hoop: bij de eerste poging was ik toch meteen zwanger geraakt, en we hadden nog vijf kansen. Maar helaas: geen enkele van die pogingen lukte. En toen ik op natuurlijke wijze zwanger werd, dacht ik: ‘Já! Nu zijn we er.’ Maar weer liep het al vroeg mis.»

Vicky is geen uitzondering, weet dokter De Neubourg: de fertiliteit is geen afhaalrestaurant waar je een dagschotel geluk koopt. ‘Als een Amerikaanse superster van 48 een tweeling krijgt, denken mensen al snel: ‘Zie je wel! Even naar de fertiliteitskliniek, en we zijn zwanger.’ Maar wat je níét leest, is dat die ster eicellen gekregen heeft van een donor. Dat het met andere woorden allemaal niet zo evident is: we weten hier hoe we de natuur een handje kunnen helpen, maar we kunnen haar niet de wet dicteren.’

DE NEUBOURG «Het is ook heel moeilijk om cijfers te geven. Als een vrouw hier een ivf-behandeling start, hoe groot is dan de kans dat ze na een aantal cycli met een baby zal vertrekken? Je kan een optimistische schatting hanteren, waarbij je ervan uitgaat dat wie zijn traject hier stopzet, goeie kansen had, maar ermee ophield omdat – bijvoorbeeld – de relatie op de klippen liep. Dan kom je aan 85 procent. Als je de pessimistische schatting hanteert – waarbij je ervan uitgaat dat wie eruit valt, slechte prognoses had – kom je op 60 procent. De waarheid ligt allicht tussen die twee. Maar het is moeilijk om zoiets exact te berekenen. Enfin, alle beschikbare cijfers en onderzoeken in acht genomen, kan je zeggen dat ongeveer één op de drie aan het einde van de rit zónder kind naar huis gaat. Ivf is een mooie, maar geen mirakeltechniek. » Ze praat met een innemende bevlogenheid over haar vak, dokter De Neubourg, en er schiet vuur in haar ogen wanneer ze het opneemt voor haar patiënten.

DE NEUBOURG «Het is zó’n ingrijpende ervaring, eentje waarbij je als koppel over hoge drempels moet. Je probeert zwanger te worden, maar het lukt niet, en dan komt het moment waarop één van de partners oppert om naar de fertiliteitskliniek te gaan. Het is al een heel grote beslissing om over zoiets intiems in het steriel wit van een ziekenhuis te komen praten. Vervolgens zijn er de onderzoeken: het ene nog vervelender dan het andere. En dan is er de behandeling, die fysiek én emotioneel uitputtend kan zijn.» VICKY «Ik heb dus de zes cycli doorlopen, en inderdaad: het vreet je op. Ivf, dat is: voortdurend de klok in het oog houden, alarmpjes zetten, alles timen. »Eén ivf-poging is een complexe aaneenschakeling van handelingen. Eerst worden gedurende een tiental dagen de follikels (met vocht gevulde blaasjes in de eierstok waarin eicellen tot rijping komen, red.) gestimuleerd met medicatie. Dat betekent: dagelijks een spuitje zetten, en om de twee of drie dagen in het ziekenhuis langsgaan voor de opvolging. Er wordt geprobeerd om de follikels een diameter van twee centimeter te geven. Als je weet dat ik eens veertien follikels heb gehad, volstaat een simpele rekensom om te begrijpen dat ik me behoorlijk opgeblazen voelde. »Dan is er de eerste ingreep: de eitjes worden opgehaald. De follikels worden aangeprikt en leeggezogen. Dat gebeurt onder plaatselijke verdoving, maar het geeft nadien soms een scherpe pijn – alsof er iemand in je onderbuik oorlog heeft gevoerd. Alles gaat meteen naar het labo, en daar wordt gekeken of er bruikbare eicellen zijn.»DE NEUBOURG «Dat is ook de dag waarop meneer zijn ding moet doen.»

VICKY «Het is zoals je het je voorstelt, ja: hij wordt naar een klein, klinisch ziekenhuiskamertje gevoerd en mag daar het beste van zichzelf geven. Het enige cliché dat volgensmijn vriend niet klopt: er ligt daar geen exemplaar van Playboy. Wel een oude P-Magazine (lacht).» DE NEUBOURG «De bevruchting in het labo gebeurt onmiddellijk. Bij klassieke ivf worden de zaadjes en de eitjes in een potje samengebracht, en moeten ze hun eigen weg vinden. Bij ICSI, een nieuwere techniek, wordt een zaadcel echt ingespoten in een eicel – een heel delicaat werkje.» VICKY «Bij mij gebeurde het eerste. »Na de bevruchting worden de embryo’s even in ‘het oventje’ bewaard – een kunstmatige baarmoeder. Als de embryo’s zwak of schaars zijn, worden ze vrij snel teruggeplaatst bij de vrouw. Maar bij mij werd daar meestal vijf dagen mee gewacht, zodat de zwakste embryo’s er vanzelf zouden uitvallen. Op die manier wilden ze de kans op een chromosomale afwijking – zoals bij het kindje dat we verloren hadden – zo klein mogelijk maken. Je kan dat ook laten testen, maar dat kost verschrikkelijk veel geld. De eerste twee keren hebben we dat gedaan, daarna niet meer. De kansberekening zei: twee kansen op de tien dat een embryo een afwijking had. Dat is nog best veel, maar ik rekende erop dat de natuur me dat geen tweede keer zou lappen. Maar het is dus nooit meer tot een zwangerschap gekomen.»

SCHUDDEN AAN DE BABYBOOM

De makers van ‘Nieuw leven’ zijn blij met de no-nonsensegetuigenis van Vicky, want veel mensen die een fertiliteitsbehandeling ondergaan, hullen zich liever in stilzwijgen. In de wachtzaal van het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde hangt een delicate, scherpgerande stilte.

VICKY «Die wachtzaal zit altijd vól, maar niemand praat er. In al die tijd is er één meisje geweest met wie ik goeie gesprekken heb gehad.» DE NEUBOURG «Er is nog altijd schaamte. Het voelt als een falen waar je liever niet voor uitkomt. Terwijl het dat natuurlijk niet is: niemand heeft gevraagd om fertiliteitsproblemen.» VICKY «Ik praat er gráág over. Het is mijn karakter: ik kan de dingen niet opkroppen. Ik zeg mensen ook altijd onomwonden dat ik een dochtertje heb. Ik heb het weliswaar nooit levend gezien, maar het is wel geboren, en ik heb het vastgehouden: het heeft bestáán. Dat is een trauma, en om dat te kunnen verwerken, moet ik erover praten. Na de geboorte had ik in het ziekenhuis een emotioneel Facebookbericht geplaatst, en daar kwamen veel mooie reacties op. Maar de volgende dag ging ik naar huis, en viel de leegte als een loden gewicht op mij. De telefoontjes en berichtjes stopten, terwijl ik net wilde práten. Maar mensen voelden schroom, trokken zich terug, wilden niet met dat verdriet in contact komen. »Enfin, hoe moeilijk ook: praat erover, deel je ervaring. Want dat verdien je.»

DE NEUBOURG «Een andere moeilijkheid: mentaal overeind blijven. Je moet flink wat investeren in zo’n behandeling, en je weet niet zeker of dat zal lonen. Dat gebrek aan zekerheid zorgt vaak voor dipjes in het traject. Het gebeurt dat mensen er echt onderdoor gaan, depressief worden en de behandeling moeten stopzetten.» VICKY «Veel relaties overleven een ivf-behandeling niet. Ik begrijp dat wel. Mijn leven heeft drie jaar in het teken van die behandeling gestaan: ik had nauwelijks ruimte voor iets anders. De stress, het verdriet om de mislukte zwangerschappen, mijn hormonen die kierewiet werden... Mijn gedrag werd heel onvoorspelbaar. Voor mijn vriend was dat niet eenvoudig. De eerste bitchy snauw van je vriendin kan je negeren, de tweede verteer je ook nog wel, maar bij de derde wordt het moeilijk om kalm, meelevend en liefdevol te blijven. Maar we hebben het overleefd: onze liefde is niet gesloopt. (Teder) Je kan het bekijken als een extra bewijs dat het klópt, ons verlangen om samen een nieuw leventje te creëren. »Wat ons ook helpt: dat zijn kinderwens even groot is als de mijne. Mijn vriend voelt weliswaar de fysieke pijn niet, maar emotioneel lijdt hij even erg. Het telefoontje van de dokter na een mislukte poging was ook voor hem telkens weer een moment van ontreddering en diep verdriet.»

DE NEUBOURG «Het is belangrijk dat je alles kan delen met je partner, want de omgeving begrijpt dikwijls niet wat er aan de hand is.» VICKY «‘Hoezo, mislukt? Bij ivf steken ze toch gewoon een baby in je?’ Dat kreeg ik van iemand te horen na onze eerste poging.» DE NEUBOURG «En zelfs als de omgeving wél weet waar het allemaal om draait, gaat ze er vaak hulpeloos mee om. Een klassieker is de vrouw die zwanger wordt, en dat lang verborgen houdt voor de vriendin die in behandeling is. Waarop die verongelijkt is omdat iedereen het al wist, behalve zij.» VICKY «Op mijn vorige job was er een meisje dat zwanger werd, en dat verschrikkelijk vond voor mij. Ze durfde het niet te vertellen: een andere collega heeft me apart moeten nemen. Dat was zo jammer, want natuurlijk is het voor mij niet gemakkelijk om zwangere vrouwen te zien, maar even natuurlijk gun ik andere mensen hun geluk. Hetzelfde met de babyboom in mijn timeline op Facebook. Ik word weleens opstandig van koppels die élke dag een nieuwe babyfoto posten, maar ik ben in de eerste plaats blij voor de mensen die wél van dat geluk mogen proeven. Wat me meer pijn doet, is een kind zien dat geboren is in een huis waar het nooit de liefde en de zorgen zal krijgen waar het recht op heeft. Die ouders die een tijdje geleden hun kind bij vriesweer vijftien uur lang in pyjama op het balkon hadden gezet: daar gaat mijn bloed van koken.»

PAALTJE BIJ PUNTJE 

Het laatste ‘helaas’-telefoontje is hard aangekomen bij Vicky. Maar ook aan de andere kant van de lijn bijt er op dat moment een agressieve treurigheid. DE NEUBOURG «Ook voor de arts is dat een moeilijk moment. Je kan niet als een robot een dossier afsluiten: dat doet pijn. Het is voor ons heel belangrijk dat, ook als het niet gelukt is, de patiënten zich gesteund voelden tijdens de behandeling. Dat ze konden zijn wie ze zijn, met al hun vragen, sentimenten en ontgoochelingen. Als je een dossier afsluit zonder dat het tot een zwangerschap is gekomen, en het koppel zegt toch heel gemeend ‘bedankt’, dan sta ik nog altijd met de tranen in de ogen. Toen ik pas in het vak zat, begreep ik dat niet. ‘Oei? Die mensen bedanken mij, terwijl ik ze helemaal niet heb kunnen helpen?’ Nu weet ik dat je niet alle patiënten kunt geven wat ze verlangen, en dat het belangrijk is dat ook die mensen verder kunnen met hun leven. »Omgekeerd is de blijdschap natuurlijk groot wanneer het wél lukt. ‘Een kaartje is leuk, maar komen showen is leuker,’ zeggen we als iemand zwanger is. En als ze hier dan trots hun baby komen tonen, zien we hoe twee geliefden kunnen veranderen door zo’n geboorte. Mensen die hier klein en kwetsbaar zaten, een beetje platgeslagen door al die ongevraagde ellende, worden plots twee keer zo groot zodra ze papa of mama zijn. Hun oogopslag, hun tred, de manier waarop ze een verhaal vertellen: alles aan hen bloeit plots. Dat ontroert me nog keer op keer. »Dit is mijn plek. Ik zou nergens anders willen werken. Ik zit hier in het epicentrum van een heel opwindend stukje wetenschap. En tegelijk zit ik bij de basis van het leven: bij de emotie, bij de oerkracht, bij dat wat iedereen drijft. De hightech aan de ene en het psychologische aspect aan de andere kant maken het zo’n levendige, boeiende job. En: in een ziekenhuis gaat het op veel afdelingen over een leven dat op z’n einde loopt. Hier gaat het over het begin.» Toch blijven fertiliteitsbehandelingen het onderwerp van roerige discussies. Onlangs nog ontbrandde een debatje: moeten koppels niet wat vaker paaltje bij puntje laten komen, in plaats van meteen om een behandeling te vragen? DE NEUBOURG «Er is toen een kwalijk sfeertje gecreëerd: ‘Och, dat ze wat meer vrijen, en wat minder ivf doen.’ Wetenschappelijk gezien is het inderdaad zo dat de seksfrequentie beter zou kunnen, en dat méér vrijen allicht iets zou opleveren. Maar kijk toch eens naar de wereld waarin jonge mensen vandaag leven: wie een job heeft, belandt in de ratrace, en holt zich te pletter. Vaak is er gewoon geen tijd om veel te vrijen. Mensen kiezen daar niet bewust voor, hè, want tot nader order is seks toch geen onprettige bezigheid. Ik vond de discussie toen heel culpabiliserend. »

Professor Willem Ombelet van het Genks Instituut voor Fertiliteitstechnologie, die mee aan de basis lag van de wet uit 2003 die de terugbetaling door de overheid van zes ivf-sessies regelde, gaf onlangs aan dat wat hem betreft één en ander teruggedraaid mag worden. ‘Mensen die al drie kinderen hebben of die gesteriliseerd werden, kunnen nu een beroep doen op vruchtbaarheidsbehandelingen,’ zei hij in De Standaard. ‘De overheid draagt ook de kosten. Dat zijn niet degenen die er echt nood aan hebben.’ Dokter De Neubourg is het daar niet mee eens. DE NEUBOURG «‘Laten we toch niet in onze eigen voet schieten,’ dacht ik toen. Er is immers ook de kaderwet van 2007: een heel mooi stukje wetgeving dat stipuleert dat een arts zich mag beroepen op zijn geweten. Als iemand een vraag stelt die je echt niet in overeenstemming kan brengen met je geweten, mag je weigeren. En dat gebeurt. We hebben genoeg beroepsernst om aan onze patiënten te zeggen: ‘Het is nog te vroeg om een behandeling op te starten.’ Of: ‘U bent 44, u hebt geen cyclus meer, uw eitjes zijn op – we gaan niet nog van alles proberen.’ En het spreekt voor zich dat als iemand al vier kinderen heeft en er absoluut nog een vijfde wil via ivf, we ons afvragen of het wel aan de maatschappij is om daarvoor te betalen. Maar mensen met belangrijke vruchtbaarheidsproblemen zijn ontzettend blij als ze na poging vijf of zes eindelijk een kindje krijgen. In de drukbezochte centra zitten er heel weinig mensen onterecht in een fertiliteitsbehandeling.»

In het UZ worden beslissingen principieel in team genomen – een arts beslist er nooit alleen. DE NEUBOURG «Het is belangrijk dat er in dat team mensen met verschillende achtergronden zitten, zodat je eigen normen en waarden bevraagd worden. We betrekken er ook verpleegkundigen en psychologen bij. De vragen die we weigeren, zijn doorgaans redelijk exotische casussen. Het gaat dan over mensen die geen stabiele relatie hebben, of van wie de kinderen geplaatst zijn. Ik voel me allesbehalve God de Vader, maar op een bepaald moment moet je toch een beroep doen op het gezond verstand. Je wilt niet dat er ooit een kind bij de fertiliteitskliniek komt aankloppen met de vraag waarom dat nu allemaal zo nodig moest, of dat Kind en Gezin je na een paar jaar komt melden dat de ivf-baby al in de pleegzorg zit. Volwassenen komen soms met heel doorleefde argumenten, waarin ik me perfect kan inleven, maar hoe langer hoe meer is voor mij het belang van het kind doorslaggevend. » Blijft de vraag of het wel aan de overheid is om ivf-behandelingen te financieren. DE NEUBOURG «In het buitenland ziet men the Belgian model als een voorbeeld. In 2003 is er hier een prachtige wet gestemd die twee belangrijke zaken aan elkaar koppelt. De overheid betaalt zes pogingen terug, en in ruil doen de ziekenhuizen aan meerlingenpreventie. Bij vrouwen jonger dan 36 mag maar één embryo teruggeplaatst worden. Met resultaat: sinds 2003 zie je een heel mooie daling van het aantal meerlingen, in die mate zelfs dat die wet voor een besparing zorgt voor de overheid. Het is een model dat we moeten koesteren.»

 

Een ivf-behandeling kost duizenden euro’s, benadrukt dokter De Neubourg, en dus is terugbetaling door de overheid geen geval van gekkige luxe. DE NEUBOURG «Die terugbetaling is zó belangrijk. Vroeger  had je mensen die nog verder hadden kunnen gaan in hun traject, maar daar inancieel niet toe in staat waren: ze hadden hun vakantie al afgezegd en hun auto al verkocht, en ze waren al bij hun ouders gaan lenen. Het is nu nog altijd niet gratis – vier- of vijfhonderd euro is veel geld – maar het inanciële is niet meer de hoofdzaak in het verhaal, en dat is goed. We kunnen ons nu op het medische en het menselijke focussen. »Het gaat ook om erkenning. In ons geneeskundesysteem is het zo dat als iets niet terugbetaald wordt, het als onbelangrijk beschouwd wordt. Vroeger stond ivf op de terugbetalingslijsten van de ziekenfondsen onder het kopje ‘met uitsluiting van’, tussen de borstprothese en de schoonheidsoperatie. Sommige collega’s van andere afdelingen bekeken fertiliteitsbehandelingen toen als iets schattigs. Tot ze er eentje van nabij meemaakten, en de impact zagen. (Fel) Een vruchtbaarheidsbehandeling is geen schoonheidsoperatie, hè! »Weet je wat het is? Onze patiënten worden wat miskend, en wel om een heel basale reden: ze zien er niet ziek uit. Het zijn doorgaans mensen in de leur van hun leven, jong en gezond, met een baan, fijne hobby’s en een rijk sociaal leven. Ze hebben het goed, maar er ontbreekt wel iets fundamenteels. Ik heb zelf twee kinderen, dus ik wéét wat het is om een kinderwens te hebben, en ik wéét hoe groot de vervulling van het moederschap kan zijn. Ik ben een mooier, rijker mens geworden dankzij mijn kinderen. Die prachtige intensiteit wil ik niemand ontzeggen.» 

GEEN JANET 

Het luikje ivf is sowieso afgesloten voor Vicky. Legt ze zich deemoedig neer bij het resultaat? Of zijn er nog opties? VICKY «We willen het nog niet helemaal opgeven. Aangezien er geen medisch probleem is, bestaat er een kansje dat het nog op de natuurlijke manier lukt. Tijdens de ivf-behandeling konden ze bij elke cyclus zes tot negen eicellen recupereren, wat dan telkens leidde tot een zestal bevruchte embryootjes – dat is geen slecht resultaat. Misschien dat er met stimulatie toch nog wat mogelijk is? Je kan de kansen verhogen door medicatie die de aanmaak van follikels stimuleert. In elk geval: het zal op een natuurlijke manier moeten gebeuren. Adopteren is niet realistisch, en ik wil het ook niet: ik ben zwanger geweest, ik heb een keizersnede gehad, ik heb een kindje ter wereld gebracht dat het jammer genoeg niet gehaald heeft – na al die intensiteit wil je geen kindje dat niet van jezelf is. Een draagmoeder zie ik ook niet zitten. Ik zou dan moeten zien hoe die vrouw zwanger is... Nee, dat zou emotioneel veel te zwaar zijn.» Toch is er niet heel veel tijd meer.

VICKY «Ik ben net 43 geworden, en ik ben niet van plan om zoals Janet Jackson tot m’n 50ste te proberen. Over de ‘Wat als het niet lukt?’-vraag hebben mijn vriend en ik het nog niet gehad. Zolang we aan het proberen zijn, willen we optimistisch zijn, en een plan B bespreken zou dat gevoel tenietdoen. Maar uiteraard heb ik er zelf al wel over nagedacht. Als het niet lukt, ga ik op zoek naar een ander soort geluk. Dan wil ik fijne dingen gaan doen die moeilijk zijn met kinderen – reizen, bijvoorbeeld. Onze buren zijn tachtigers die rond hun 60ste naar Frankrijk verhuisd zijn, daar twintig jaar vakantie gevierd hebben, en nu teruggekeerd zijn. Ze stralen: alles aan die mensen is joie de vivre. Het doet me besefen dat er nog een heel leven voor me ligt. Het liefst eentje mét een kind, natuurlijk. Maar als het toch niet lukt, ben ik niet van plan om mijn toekomst cadeau te doen aan een slepend verdriet. »Bij mijn vriend ligt het wat moeilijker, denk ik. (Mijmert) We zijn ten tijde van mijn afgebroken zwangerschap eens in een kinderwinkel geweest. Mijn vriend racete argeloos enthousiast met een voiture door de winkel. Een prachtig, pakkend moment dat ik nog zo kan oproepen: in een lits heb ik toen gezien wat voor een sterke, moedige, ijne papa hij zou zijn. Zó vaak denk ik nog: hadden we elkaar maar eerder ontmoet.»

 

VOLGENDE WEEK: Op bezoek bij de prematuurtjes

ECHTE MENSEN: NIEUW LEVEN, VTM, maandag 24 april, 22.00

JEROEN MARIS - HUMO

 

Bron: Humo