Topdokter deed alles voor zieke kinderen.

24 apr 2019

JOSÉ RAMET (64) uit Sint-Genesius-Rode ° 5 februari 1955 † 7 maart 2019 Kinderen zijn geen mini-volwassenen, was zijn motto. Ze verdienen een eigen medische aanpak. Topdokter-pediater José Ramet genas ontelbare jonge patiënten, pionierde met studies, deelde zijn enorme kennis in honderden publicaties, werd wereldwijd gelauwerd. Omdat het prille leven primeert. Hij ging door, nog tikkend met één vinger, tot de geneeskunde hém niet meer kon redden.

Met het hoofd tussen de schouders stapte hij het ziekenhuis buiten, op die dagen van grote tegenslag. Het wende nooit. Maar het gebeurde. Heel soms. En tegelijk: te vaak. Om elk kind dat hij niet kon redden, treurde hij diep. In stilte. Niemand buiten de afdeling intensieve zorgen voor kinderen, die hij zelf begin jaren 80 had opgericht in het UZ Brussel, zag aan dokter Ramet de pijn die hij dan meedroeg. Ook later niet, toen hij al diensthoofd was in het Paolaziekenhuis en in het UZ Antwerpen. Verdriet controleerde hij. Hij was eerder een vrolijke inborst, een lieve dokter. Maar elk patiëntje, te genezen of niet, gaf hem kracht. Voor hen deed hij het. Voor het leven zelf.

Klagen? Nooit

José Ramet had een fantastische vrouw en twee zonen op wie hij gek was. Maar zijn vierde passie, de kindergeneeskunde, drong vóór vanaf dag één van zijn carrière. Toch eens naar de cinema met het gezin? Als zijn bieper - toen nog - geen bereik had, sorry, dan verliet hij de zaal weer. Hij was als jonge arts bij de allereerste klanten van de allereerste autotelefoons - die frigoboxgrote zenden ontvangbakken die op de achterbank moesten staan, met een dik krulsnoer eraan en een baksteen van een hoorn - om toch geen noodoproep te missen. Hij soupeerde gráág in familiekring, maar werkte na de afwas weer voort, als hij al niet spoorslags naar het ziekenhuis was teruggekeerd, altijd in opperste staat van paraatheid voor de grote urgenties. Dag en nacht. En altijd gecombineerd met consultaties én wetenschappelijk onderzoek én lesgeven als hoogleraar aan kinderartsen in opleiding aan zijn alma mater, de VUB. Dokter Ramet was van de zeldzame soort die zich magischerwijs kon opsplitsen in drie voltijdse banen tegelijk. En dat decennialang. Hij deed het allemáál te graag. Zijn werk was vooral moreel veeleisend. Kinderen zijn fragiel, nog meer als ze doodziek zijn. Maar, net daarom: José Ramet klaagde niet. Nooit. Ook niet toen hij zelf al lang ziek was. Naast de kinder-intensieve zorgen waren zijn andere grote stokpaarden: vaccinaties - hij zorgde grotendeels in zijn eentje voor een Europese harmonisatie - en medicatie voor kinderen. Dat kinderen domweg een kleinere dosis werd toegediend dan volwassenen, zonder het eventuele effect op pakweg hun ontwikkeling te hebben onderzocht, vond hij stuitend. Dokter Ramet werkte er jaren op en kreeg ook daarvoor grote internationale prijzen.

Drie dodenmarsen

Zijn enorme volharding én zijn levenslust kreeg José mee van zijn vader. Natan Ramet was een zeldzame overlevende van Auschwitz en tien (!) andere kampen. Hij was als kleuter in een gezin van traditionele Poolse joden dat Warschau was ontvlucht wegens antisemitisme in 1930 beland in Antwerpen, waar het al even slecht ging. Hij was 17 toen hij samen met zijn vader werd gedeporteerd vanuit Mechelen, om via een list zijn moeder en zus te sparen. Zijn vader stierf al snel. Natan overleefde, soms door toeval, soms door puur geluk, maar zeker ook door zijn tomeloos doorzettingsvermogen. Bij de laatste van drie dodenmarsen die hij moest meelopen, kon hij ongezien achterblijven. Toen hij het geluid hoorde van de rupsbanden van de Amerikanen, weende hij onbedaarlijk. Het waren zijn enige publieke tranen ooit. Natan Ramet zweeg decennialang. Tegen zijn kinderen - José was de middelste van drie - zei hij dat het getatoeëerde nummer op zijn onderarm zijn oude telefoonnummer was. Pas op zijn zestigste begon hij te vertellen - ook in scholen, aan verenigingen. Hoe hij had overleefd op af en toe een achtergebleven boon of brokkel aardappel op de bodem van de soepketels die hij moest afwassen. En op hoop, hoe klein ook. Natan Ramet stichtte het Joods museum voor Deportatie en Verzet in Mechelen en later de prachtige memorial-site in kazerne Dossin, op die plek, van waar zoveel joden naar de concentratiekampen waren afgevoerd, waar tot dan toe gewoon appartementen hadden gestaan. Hij werd geridderd voor al zijn werk door koning Albert; zijn nazaten - dus ook zijn zoon José - erfden de titel jonkheer. Aan hem vertelde Natan dat hij in Auschwitz in een zogenaamde infirmerie had gewerkt, een ronduit cynische plaats in een dodenfabriek, maar hij had er het vaste voornemen opgevat dat áls hij hier levend uitkwam, hij geneeskunde zou gaan studeren.

Hetzelfde monkellachje

Dat kon niet. Als levend lijk kwam Natan Ramet weer aan in Antwerpen en moest meteen gaan werken om zijn compleet berooide moeder van een inkomen te voorzien. Natan vocht terug, van nummer tot mens. Gedragen door een prachtig gezin en door de liefde. Hijzelf werd uiteindelijk een bekend diamantair, maar de zin voor de geneeskunde zette hij over op zijn zoon José. José léék op zijn vader. Niet fysiek. Maar hetzelfde monkellachje, dezelfde droge humor. En dezelfde drive om te gáán, dus. Het joodse trauma zette zich generatie op generatie voort, zegt men weleens, en dat was ook hier het geval. Maar: het verdriet hielden ze onderkoeld, het leven werd optimistisch bekeken. "Ik ben gelúkkig", zei Natan na zijn terugkeer uit de hel. "Ik ben gelukkig", zei José net zo goed. Een overwinning van het leven op het uitmoorden in gaskamers, werd bij hem een overwinning van het leven op de kinderziekten. Hij werd die beroemde kinderarts. Zijn oudste zoon werd op zijn beurt advocaat, verdedigde recent nog de nabestaanden van het vermoorde joodse echtpaar Riva in de zaak-Nemmouche. Ook op zijn tweede zoon - een getalenteerd graficus bij een groot webbedrijf in New York - was hij apetrots. Zijn familie was zijn alles. Zijn vrouw was Françoise Lallemand, dochter van de gewezen PS-senator Roger Lallemand die samen met de liberale Lucienne Herman-Michielsens de abortuswet schreef. Maatschappelijke thema's waren nooit ver weg, hij had er zijn schoonvader niet voor nodig. Pediater Ramet werkte mee aan onderzoek over euthanasie bij kinderen en kindermishandeling. De laatste jaren onderzocht hij ook de impact van bingedrinking op kinderen.

Vijfde fulltimejob

Hij bleef gaan. Tot hij plots - letterlijk - stokte. Eerst was hij een paar keer gevallen, zomaar, in het ziekenhuis. En toen kreeg hij plots de woorden die hij wilde spreken niet meer uit zijn mond. Dokter Ramet, amper 54 toen, begreep snel: hier is ziekte in het spel. Maar het duurde best lang voor zijn collega's ze konden ontmaskeren als Multiple System Atrophy (MSA), een zeldzame neurologische aandoening die alle motorische functies - ook de spraak - stukje bij beetje doet uitvallen. De geest blijft scherp en helder. Bon. Nooit, nooit klagen. Dat was dokter Ramet. Ook niet tónen dat hij het lastig had. En niet stoppen. Uiteráárd niet stoppen met werken. Hij had al gauw een stok nodig, dan een rolstoel, maar bleef nog lang naar het ziekenhuis, de aula en zijn (internationale) congressen gaan. Hij was in de wolken toen uiteindelijk 'zijn' multidisciplinaire Moeder- en Kindhuis openging in het UZ in Antwerpen, zijn laatste grote project. Maar hij nam er een vijfde fulltime bij: zoeken naar info nu over zijn eigen ziekte. Hij stond in permanent contact met neurologen in eigen land en in Frankrijk, Tel Aviv, New York. Vroeg hen uit over nieuwe ontwikkelingen. En gáf hen waardevolle informatie, als medisch onderlegd patiënt. Ook zijn zonen zochten mee. Naar een strohalm. Dokter Ramet was er vast van overtuigd, tot zijn allerlaatste dag, dat hij zou genezen. Op zijn bureau stond een grote kaart: 'Turning Obstacles into Opportunities'. Hij gelóófde, heel erg, in de geneeskunde.

Zijn eigen ongelijk

Toen ook verplaatsingen steeds moeilijker werden, kwam zijn verpleegkundige Ingrid, intussen met pensioen, elke week helpen met zijn post. Communiceren werd: letters aanwijzen op een kaart. En tikken, nog met één vinger op het einde. Een krachttoer, andermaal. Enkele dagen voor zijn overlijden stuurde hij nog mails. Over drie zinnen deed hij een half uur. Maar hij gaf niet op. En aan bezoekers vroeg hij altijd eerst hoe het met hén ging. Hij zou léven, zei hij altijd, maar de rationalist in José Ramet was ook voorbereid geweest op zijn eigen ongelijk. Na tien jaar MSApatiënt te zijn geweest - een pak langer dan gemiddeld - overleed hij aan de gevolgen van een neveneffect: een longontsteking. De familie vond een map, met daarin de organisatie van zijn hele uitvaart. Tot en met de tekst van de rouwbrief. Onder zijn naam tikte hij zijn lange rij pediatrische functies en eretitels. Erboven stond 'jonkheer'. Voor de eer van zijn vader. En met hem: voor het leven. Van generatie op generatie.

Bron: HLN