Tellen de uren die je voor middernacht slaapt dubbel?

30 jul 2018

'In mijn familie zeiden ze vroeger altijd: “de uren die je slaapt voor middernacht, tellen dubbel”. Maar klopt dit wel?', mailt Bart De Man.

Slaaponderzoeker Erik Bes, van de Charité Medische Faculteit in Berlijn, meent dat er wel enige waarheid in die volkswijsheid schuilt. 'De eerste helft van onze nachtrust bevat meer diepe slaap. Slaapexperts noemen dit meestal delta-slaap, naar de grote, langzame golven (“delta-golven”) in de delta-frequentieband van het EEG (1-4 hertz) die je tijdens die slaap produceert. Hoe dieper je slaap, hoe meer deltagolven je maakt (of andersom, hoe meer deltagolven je produceert, hoe dieper je slaap). Diepe slaap is verkwikkend en maakt deel uit van de non-remslaap.'

'Hoewel je slaap een cyclisch gebeuren is, waarin non-remslaap steeds weer afwisselt met remslaap, bevatten de eerste uren van je slaap dus de meeste diepe slaap. Met middernacht heeft het minder te maken. Volkswijsheden zijn per definitie oud, en wellicht ging men in het verleden doorgaans wat vroeger dan middernacht naar bed en heeft men die verkwikkende ervaring van de diepe slaap vooral vastgeknoopt aan de uren voor middernacht.'

Johan Verbraecken, longarts en medisch coördinator van het slaapcentrum van het UZA, denkt er ongeveer net zo over: 'Het is een wijdverspreide volkswijsheid, die in het verleden wel degelijk telde, voor de opkomst van het kunstlicht. De mensen leefden vroeger veel meer volgens de cyclus van licht en duisternis, en gingen dus ook quasi steeds voor middernacht slapen. De eerste uren van de slaap vielen dus voor middernacht, en het zijn net deze eerste uren van de slaap die kwalitatief het belangrijkst zijn, gezien dan de diepe slaap plaatsvindt. Bij kinderen en jongvolwassenen heb je echter ook nog diepe slaap later op de nacht, de volkswijsheid is dus niet helemaal correct. Het occasioneel later naar bed gaan kan een vermoeidheidsgevoel geven overdag; door tijdig naar bed te gaan (toen voor middernacht) kwam men dan tot de conclusie dat die uren dubbel telden.'

Slaap is opgebouwd uit cycli die ongeveer 90 minuten duren en bestaan uit lichte slaap, diepe slaap en remslaap. De diepe slaap treedt 15 à 30 minuten na het inslapen op en duurt ongeveer een half uur. De remslaap, die onder meer belangrijk is voor het vastleggen van herinneringen, begint meestal ongeveer een uur na het inslapen en duurt ook een half uur. Na 90 minuten begint de volgende slaapcyclus.

'Maar de exacte verdeling van de slaapstadia is leeftijdsgebonden', zegt Verbraecken. 'Bij een baby bestaat ongeveer de helft van de slaap uit remslaap. Baby's hebben daarnaast ook veel diepe slaap. Met het ouder worden neemt de diepe slaap af of verdwijnt de diepe slaap in de tweede helft van de nacht. Bij kinderen tot 18 jaar bestaat ongeveer een kwart van de nacht uit diepe slaap. Wanneer we vijftig zijn, is dat gereduceerd tot 15 procent. En hoogbejaarden hebben nog nauwelijks diepe slaap.'

Van waar deze veranderingen? 'Een goede verklaring hebben we niet. Het is eigen aan de levensloop en de ontwikkeling van onze hersenen.'

 

 

Bron: De Standaard