Slaapapps zijn onbetrouwbaar

19 sep 2018

Sleep Genius, Sleep Better, Pillow, Sleep Cycle: wie een smartphone heeft, kan met één druk op de home button zijn eigen slaap analyseren én verbeteren. Tenminste, dat beloven de promopraatjes. ‘De resultaten stemmen voor geen meter overeen met een klassiek slaaponderzoek’, zegt slaapexpert Johan Verbraecken.

Ons leven tussen de lakens: persoonlijker dan dat wordt het niet. Maar als journalist moet je zo nu en dan voor full disclosure gaan, dus bij dezen deel ik u gedetailleerd het verloop mee van de nacht van dinsdag 11 op woensdag 12 september 2018. Ondergetekende kroop om 23.37 uur onder de wol en verliet het bed precies 7 uur en 27 minuten later. In die periode werd 23 minuten gesnurkt en twee keer zeer diepe slaap bereikt (na één uur en na 3,5 uur). Nee, ik onderging geen slaaponderzoek in een erkend ziekenhuis, maar lag gewoon in mijn eigen bed. En op het nachtkastje lag voor één keer mijn smartphone: aangesloten op het stopcontact, met het schermpje naar beneden. Die instructies kreeg ik van Sleep Cycle, de populaire slaapapp die ik enkele uren voordien op mijn gsm had geïnstalleerd.

Net voor het slapengaan moest ik ingeven hoelaat ik gewekt wilde worden (tussen 7 uur en 7.30 uur). De app beloofde me dan te wekken in mijn lichte slaap: perfect om de dag fris te beginnen. De volgende ochtend ging het – toegegeven: zeer aangename – alarmpje af rond vijf over zeven, terwijl ik al minstens een kwartier wakker lag. En op de bijgeleverde grafiek zag ik een aantal afdalingen in de diepe slaap, maar ook verontrustend veel hoge pieken: was ik dan echt vier keer ‘wakker’ geweest? Dat leek onwaarschijnlijk: mijn twee kleuters halen me ’s nachts weliswaar nog af en toe uit mijn dromen, maar die nacht hadden ze geslapen als engeltjes. En ik dus ook, dacht ik. Het klopt dat ik me om vijf over zeven nooit helemáál uitgeslapen voel, want een ochtendmens ben ik nooit geweest. Maar na een blik op deze resultaten sloeg de vermoeidheid extra hard toe. Moet ik dan toch maar eens een écht slaaponderzoek overwegen?

Fysiologisch onmogelijk

Voorlopig is er absoluut geen reden tot paniek, sust professor Johan Verbraecken, medisch coördinator van het slaapcentrum in het UZA. Hij ziet steeds meer mensen in de weer met slaapapps, soms op het obsessieve af. ‘Sommigen houden maandenlang grafieken bij van hun slaapevolutie. In bepaalde gevallen kan dat zinvol zijn. Mensen die last hebben van slaapapneu krijgen vaak een cpap-toestel mee naar huis, wat hun slaapkwaliteit gigantisch verbetert. Dat zie je dan natuurlijk ook weerspiegeld in die grafiekjes en het geeft mensen de nodige bevestiging. Maar zulke apps doen vaak meer kwaad dan goed, omdat mensen zich blindstaren op de resultaten. En die zijn absoluut niet wetenschappelijk. Soms hoor ik patiënten verkondigen dat ze volgens hun slaapapp een nacht hadden met 50 procent diepe slaap. Sorry, maar dat is fysiologisch onmogelijk. Volwassenen halen hooguit 25 procent diepe slaap en met de leeftijd neemt dat percentage nog af. Dat is heel normaal.’

Maar Verbraecken ziet vaak ook onnodige ongerustheid. ‘Mensen die volgens hun slaapapp maar 5 procent diepe slaap hebben, maken zich meteen zorgen. Als wij hen dan onderzoeken in het ziekenhuis, blijken ze aan 15 procent te zitten. Niks aan de hand dus. Ik vind het verontrustend om te zien hoe blindelings die technologie vertrouwd wordt. Al die prachtige displays met mooie kleurtjes spreken natuurlijk tot de verbeelding. Maar helaas is er weinig wetenschappelijks aan: in tegenstelling tot medische toepassingen hoeven dit soort toepassingen voor consumenten niet wetenschappelijk gevalideerd te worden. Elke techneut kan zo’n app op de markt brengen, zonder enige wetenschappelijke kennis over slaap.’

Handig voor alleenstaanden

Samen met zijn studenten heeft Verbraecken een aantal slaapapps onderzocht. ‘Wij hebben vooral gefocust op apps die werken rond snurken en slaapapneu. Die wilden we vergelijken met een klassieke polysomnografie: de slaapanalyse in het ziekenhuis, waarbij de elektrische activiteit in de hersenen rechtstreeks gemeten wordt met elektroden op het hoofd. We konden bij een aantal patiënten gewoon een smartphone op het nachtkastje leggen tijdens het slaaponderzoek en nadien de resultaten vergelijken: vrij eenvoudig.’ Maar de resultaten stemden voor geen meter overeen, aldus Verbraecken. ‘De commentaren bij ons onderzoek waren vrij vernietigend. Ook al omdat die apps niet altijd even vlot werken. Soms vielen ze ineens uit, midden in de nacht. Tja, dan heb je natuurlijk geen betrouwbare meting.’

Wat betreft het snurken waren de resultaten nog min of meer oké, vertelt Verbraecken. ‘Een goede snurkapp is even betrouwbaar als een partner die je de volgende ochtend vertelt of je gesnurkt hebt. Voor alleenstaanden kan dat handig zijn. Al moet je de resultaten altijd met een korrel zout nemen. In het slaapcentrum ondervinden wij dagelijks hoe complex het is om decibels correct te meten. Zelfs de oppervlakte van een ruimte speelt daarin een rol. In het ziekenhuis gebruiken wij daarvoor grote, gesofisticeerde machines. Ik ben zelf geen techneut, maar het lijkt me bizar dat een smartphone dat correct kan meten, met zo’n klein microfoontje.’

Om slaapapneu op te sporen, zijn die apps helemaal onbetrouwbaar. ‘Eén app herkende bijvoorbeeld maar 57 van de 482 apneus. Bij andere apps klopte het aantal apneus per uur dan weer wél, maar werden ze op de verkeerde momenten weergegeven. Het is best gevaarlijk als patiënten dit zomaar voor waar aannemen, want slaapapneu is een ernstige aandoening.’

De meeste apps die onze slaapkwaliteit meten (of beweren dat te doen), werken met geluids- en bewegingsdetectie, op basis van de microfoon en een sensor die trillingen analyseert. ‘Heel wat apps kunnen vrij goed het onderscheid maken tussen wakker zijn en slapen. Maar het onderscheid tussen lichte slaap, diepe slaap en droomslaap – ook wel REM-slaap genoemd – kan zo’n app niet correct bepalen. Veel gebruikers hebben ook te weinig kennis van onze slaapcycli om die resultaten juist te analyseren. Als zo’n app aangeeft dat je een paar keer wakker bent geweest, is het best mogelijk dat je gewoon in de eerste, lichte slaapfase zat.’

Wearables

Naast de apps zijn er ook zogenaamde wearables , die betere resultaten beloven. Zo kun je ‘s nachts bijvoorbeeld een sleeptracker rond je pols dragen, net zoals je overdag met een stappenteller kunt rondlopen. ‘Die zijn doorgaans iets accurater, omdat ze ook je hartactiviteit kunnen meten, door contact met de pols. Maar in juni was ik op een Amerikaanse consensusmeeting waar allerlei fabrikanten, technische experts en slaapartsen hun mening gaven over zulke wearables. Daar was iedereen het eens: zulke gadgets zijn nog veel te weinig onderzocht om echt betrouwbaar te zijn. Dat is natuurlijk een probleem, omdat heel wat mensen daar veel geloof aan hechten.’

Zulke wearables zijn wel een oplossing voor mensen die hun slaapkamer willen vrijwaren van straling. Want is dat nu eigenlijk wel gezond: een smartphone op je nachtkastje? ‘Over de mogelijke gevaren van die straling is al zeer veel geschreven, maar er zijn amper wetenschappelijke bewijzen’, aldus professor Verbraecken. ‘Eén ding is duidelijk: als je je gsm tegen je oor legt en lang belt, wordt dat oor warm. Het lijkt me dus niet zo’n aantrekkelijke gedachte om de hele nacht met je smartphone tegen je oor te slapen. Maar als je die iets verder legt, op je nachtkastje bijvoorbeeld, is dat probleem al opgelost. Er zijn ook wel wat onderzoeken naar de impact van de smartphone op onze slaap, maar afgezien van het blauwe licht, dat wegvalt als je de smartphone niet actief gebruikt, zijn er nauwelijks effecten. En bij de meeste apps kun je je apparaat gewoon op vliegmodus zetten, waardoor de stralingen al helemaal wegvallen.’

Door Stefanie Van den Broeck ■

Bron: Knack