Nobelprijs voor de Geneeskunde gaat naar immuuntherapie

02 okt 2018

De Nobelprijs voor de ­Geneeskunde gaat dit jaar naar twee wetenschappers die elk afzonderlijk een vorm van immuun­therapie tegen kanker ontdekten. Decennialang moesten ze vechten tegen het ongeloof van collega's, maar de Amerikaan James Allison en de Japanner ­Tasuku Honjo (foto) krijgen nu hun ­gelijk. En 870.000 euro.

Het eigen afweersysteem inzetten ­tegen kankercellen leek onmogelijk. Enkel de meest koppige immunologen bleven zoeken naar een manier om tumoren te bestrijden via het immuunsysteem. Twee van die koppigaards zijn James Allison (70) en Tasuku Honjo (76). Een tiental jaar geleden vond Allison als eerste de sleutel, kort daarna volgde Honjo. Ze slaagden erin een 'rem' in de imuuncellen uit te zetten zodat die de kanker toch aanvallen.

Hun baanbrekende onderzoek effende het pad voor ­immuuntherapie: naast operaties, chemo- en radio­therapie is het intussen uitgegroeid tot de vierde pijler in de strijd tegen kanker.

Het duo stond al enkele jaren op de persoonlijke shortlist van Peter Vandenberghe, diensthoofd hematologie aan het UZ Leuven. Hij mocht vorig jaar een eredoctoraat uitreiken aan Allison. “Hun onderzoek heeft de behandeling van kanker revolutionair veranderd.”

Het Zweedse instituut dat de Nobelprijs voor de Geneeskunde uitreikt, roemde hun werk als een “mijlpaal in de strijd tegen kanker”. Toch reageerden immunologen en oncologen ­jarenlang hoofdschuddend over ­onderzoek naar de inzet van het eigen afweersysteem tegen kanker. “Door gebrek aan tastbaar ­resultaat kregen ze nauwelijks erkenning. Eigenlijk riepen ze in de woestijn”, vertelt ­Vandenberghe. “Dat is nu anders. De Nobelprijs is de kers op de taart, maar de resultaten zijn dat nog meer.”

Geen heilige graal

In ons land zijn zo'n 4.500 patiënten de voorbije twee jaar behandeld met een vorm van immuuntherapie. Dat aantal zal de komende jaren blijven toenemen. In een ruwe schatting denkt Marc Peeters, diensthoofd oncologie aan het UZA, dat tussen de 15 en 20 procent van de kankerpatiënten in aanmerking komt. “Immuuntherapie heeft een groot potentieel, zeker in combinatie met andere thera­pieën.” Toch tempert Peeters de verwachtingen. “Voor sommigen is het de behandeling, voor anderen is het er een onderdeel van, bij nog anderen slaat het niet aan. Het is geen universeel wondermiddel.”

Al kan dat mogelijk nog veranderen. Allison verzekerde na het winnen van de Nobelprijs dat “nog steeds vooruitgang wordt geboekt”. Ook Honjo, die zijn onderzoek begon nadat een klasgenoot van hem overleed aan maagkanker, zei zijn onderzoek voort te zetten. “Zodat immuuntherapie meer kankerpatiënten zal redden dan ooit.” Ze ontvangen elk de helft van de 870.000 euro die aan Nobelprijswinnaars wordt gegeven.

Anton Goegebeur ■

Bron: Het Nieuwsblad