Niet alle bacteriën zijn slecht

08 jan 2019

Bacteriën. Valt dat woord, dan is de associatie met iets vies niet veraf. Misschien bezorgt de idee dat weer volledig mee bedekt zijn je dan ook de kriebels. Maar naast alomtegenwoordig zijn ze onmisbaar!

Als we alle reclames mogen geloven, krioelt het in ons huis van de gevaarlijke, ziekteverwekkende bacteriën waartegen we ons moeten wapenen. Met man en macht schrobben met antibacteriële zeep dan maar, terwijl we naar de dokter lopen voor een doeltreffend antibioticum? Hilde Jansens, microbiologe en ziekenhuishygiëniste in het UZA, vindt dat absoluut geen goed idee. Sterker nog: onze gezworen vijanden blijken eigenlijk goede vrienden te zijn. ‘van je teennagels tot je kruin, geen enkel plekje op je lichaam ontsnapt aan de bacteriën. Reden tot paniek is er allerminst, aangezien die beestjes tot onze normale flora behoren. de wetenschap heeft het dan ook over commensale bacteriën, oftewel bacteriën die in vrede met ons leven.’ Boosdoeners zijn het dus allesbehalve. Bacteriën zorgen namelijk voor de vertering van allerlei biologisch afval en maken zo onze planeet leefbaar. Bepaalde soorten kunnen zelfs iets vertellen over onze gezondheid, aldus de microbiologe. Het is dan ook geen toeval dat onze darmflora steeds vaker het onderwerp is van wetenschappelijke studies. 

De nodige nuancering 

Redenen genoeg dus om niet alle bacteriën over dezelfde kam te scheren. Of krantenkoppen à la ‘ons toetsenbord is vuiler dan een toiletbril’ te nuanceren. Hilde Jansens: ‘Omdat de meeste ervan onschadelijke huidbacteriën zijn, heb je weinig te vrezen. Het enige wat kwaad kan, zijn de restjes lunch of tussendoortjes die tussen de toetsen kunnen belanden. de kruimels van een wafel of droge koek brengen doorgaans weinig risico met zich mee. Maar een beetje filet americain of een druppel fruitsap bederft een pak sneller, en dat kan wel schadelijke bacteriën met zich meebrengen.’ Af en toe gaat het dus mis. diverse redenen kunnen daarvan de oorzaak zijn. Hilde Jansens: ‘Zo maakt een verminderde afweer je een pak gevoeliger voor infecties. die krijg je mogelijk over van een vriend, buurman of je huisdier, maar evengoed kunnen je eigen commensale bacteriën dan de ziektemaker zijn.’ Op een ander moment speelt vooral ongelukkig toeval. ‘Oftewel: verkeerd moment, verkeerde plaats. een opengekrabde insectenbeet, een snijwondje of een ander klein huidletselvormt een minuscule ingangspoort in je huid voor bacteriën. Maar doorgaans vormt dat geen probleem. Onze eigen afweer zal snel komaf maken met indringers. Slechts in één luttele procent van de gevallen faalt die bescherming en leidt zo’n besmetting tot een infectie. Hoewel de kans dus uiterst gering is, blijft voorkomen beter dan genezen. Heb je een wonde en ga je tuinieren of klussen, dek ze dan af.’ 

SOS vaatdoek

Een andere mogelijke infectiehaard bevindt zich op het terrein van de voedselveiligheid. ‘Sponsjes en vaatdoeken vormen de ideale voedingsbodem voor bacteriën, omdat ze én nat én op kamertemperatuur zijn. In de ideale wereld gebruik je daarom elke dag een nieuw exemplaar’, aldus Hilde Jansens. Al is obsessief poetsen geen noodzaak. ‘Het in acht nemen van enkele basisregels is doorgaans voldoende. Zoals een vloer nooit helemaal ‘clean’ is, is een keuken nooit helemaal bacterievrij. Meestal kan dat geen kwaad, omdat de voedingswaren die je verwerkt meestal nog verhit worden, een procedé dat het merendeel van de bacteriën doodt. Mits wat extra aandacht hoef je dus niet te vrezen voor salmonella als je je vaatdoek of spons een paar dagen hergebruikt. Tenzij je net gehaktballen gerold hebt of rauwe groenten versneed en de restjes ervan aan je vaatdoek kleven. Ook de andere aandachtspunten zijn vooral een kwestie van gezond verstand. Was je handen voor het bereiden van elke maaltijd of als je in contact gekomen bent met rauwe zaken als groenten, vlees of vis, en dek wondjes altijd af met een pleister. en wat die vaatdoeken betreft: gooi ze na gebruik niet verfrommeld in een hoekje, maar hang ze open te drogen. Zo krijgen bacteriën minder lang de kans om zich te vermenigvuldigen.’ 

Natte haren ≠ ziek 

Of bacteriën werkelijk ziektes of infecties veroorzaken, hangt dus af van diverse factoren. die durven we trouwens al eens zelf in te vullen. Wie werd vroeger niet gewaarschuwd dat je niet met nat haar naar buiten mag gaan? dat zou namelijk tot een verkoudheid – of erger – leiden. ‘Niks van aan’, nuanceert de microbiologe. Nat haar op zich maakt je niet ziek. de persoon die met natte haren naast je in de bus zit, mogelijk wel. dat we vooral in de herfst en winter getroffen worden door een verkoudheid, komt doordat we net dan dicht bij elkaar zitten in warme kamers met weinig verluchting. laat dat net de ideale manier zijn om de virussen die verantwoordelijk zijn voor die luchtweginfecties aan elkaar door te geven. Bovendien hebben die het niet zo begrepen op hoge omgevingstemperaturen, waardoor ze in de lente en zomer minder verspreid worden en we dan doorgaans minder vaak ziek worden. Nog zo’n fabel doet de ronde over een courant verschijnsel in openbare toiletten: de handdroger zou bacteriën verspreiden, en je handen dus vuiler maken dan vóór je toiletbezoek. Hilde Jansens: ‘Helemaal kiemvrij krijg je je handen nooit, tenzij je het ontsmettingsmiddel gebruikt dat in ziekenhuizen hangt. door je handen te wassen wrijf je mogelijk vuil slechts weg en reduceer je vooral het aantal bacteriën erop. droog je ze daarna met zo’n handdroger, dan vliegen de waterdruppels aanvankelijk in het rond, om daarna op de vloer te belanden. die zal daardoor allerminst proper zijn, maar je handen zijn dat wel degelijk – als je ze goed droog maakt toch.’ Wel te vermijden blijkt de klassieke handdoek die je met anderen deelt. ‘In zo’n vochtig stuk textiel kunnen de bacteriën al snel welig tieren. Zo’n handdoek wordt meestal niet elke dag ververst, wat hem bij omgevingstemperaturen van 30 tot 37 graden tot de ideale voedingsbodem voor kiemen maakt. daardoor zal je je handen er eerder mee bevuilen dan schoonmaken.’ In dezelfde categorie situeert zich de goeie ouwe blok zeep. ‘Aan zo’n stuk blijven bacteriën kleven als een magneet. Kies liever voor een pompje of een knijpfles. Heb je die optie niet, spoel je handen dan louter met water, en zorg ervoor dat ze daarna goed droog zijn.’

De 3 seconderegel 

De laatste in het rijtje der volkswijsheden is de drieseconderegel, oftewel: elk voedingsmiddel dat je binnen de drie seconden nadat het viel opraapt, kan nog niet gecontamineerd zijn met bacteriën. volgens Hilde Jansens ligt de waarheid ergens in het midden. ‘of je boterham nu drie dan wel tien seconden op de grond ligt, de besmetting zal direct optreden, al hebben de ondergrond en het type voedsel – droog of kleverig – wel een invloed op de hoeveelheid bacteriën. opnieuw: we worden omgeven door bacillen. valt zo’n boterham op de propere keukenvloer, dan kan het geen kwaad om hem toch nog op te eten. Als datzelfde stuk brood voorzien wordt van een laag choco en met de besmeerde kant naar beneden op het hoogpolige tapijt belandt, lijkt het me geen smakelijk idee om dat daarna nog te consumeren. Het beste beoordelingscriterium blijft ons gezond verstand, ook in tijden van onhandigheid.’ 

 

Bron: Goed Gevoel