Naar de diabetes psycholoog

10 apr 2019

De diagnose diabetes heeft een grote impact. Al staat de ziekte een kwaliteitsvol leven niet in de weg, je kunt er nooit echt afstand van nemen. Een diabetespsycholoog kan een hele hulp zijn.

Leven met diabetes valt soms zwaar. Omdat je bloedsuikerwaarden voortdurend schommelen onder invloed van wat je eet, drinkt en doet, kun je je nooit echt veroorloven om er niét mee bezig te zijn. Diabetes is er altijd, 24 uur per dag, 7 dagen per week. “Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het een van de meest belastende chronische aandoeningen is”, zegt Lore Saenen, die als diabetespsycholoog verbonden is aan het UZ Antwerpen. “Je moet op elke moment van de dag je glykemie kunnen controleren en bijsturen. Voor je achter het stuur van een auto stapt, moet je nagaan of je geen hypo hebt – een te lage bloedsuikerwaarde – want dat kan gevaarlijk zijn. Wil je gaan sporten, dan moet je afhankelijk van je bloedsuiker vooraf nog iets extra eten en daarbij rekening houden met de intensiteit en de duur van het sporten. Wat je eet en hoeveel, wanneer je je bloedsuiker controleert en hoe vaak, hoeveel insuline je toedient…, je moet het allemaal zelf beslissen. Andere chronische aandoeningen gaan ook vaak gepaard met een stevige psychologische belasting, maar bij diabetes is de eigen verantwoordelijkheid cruciaal: het is aan de patiënt om zijn bloedsuikerwaarden dag in dag uit goed te regelen. Dat kan als behoorlijk stresserend worden ervaren.

Laagdrempelig

In België bestaat al decennialang een diabetesconventie voor volwassenen – een overeenkomst tussen het Riziv en gespecialiseerde diabetescentra. In die ziekenhuisafdelingen kunnen diabetespatiënten terecht voor gespecialiseerde zorg, en sinds 2016 ook voor psychologische ondersteuning. “Voorheen moest een diabetescentrum enkel kunnen doorverwijzen naar een externe hulpverlener, nu maakt een klinisch psycholoog verplicht deel uit van het multidisciplinaire team”, zegt Lore Saenen. “Ik ga standaard kennismaken met patiënten die zijn opgenomen met een nieuwe diagnose. Zo weten ze wie ik ben en dat ze in de toekomst altijd bij me terechtkunnen. Soms neemt een patiënt op eigen initiatief contact op, soms omdat een van de artsen, verpleegkundigen of diabeteseducatoren ziet dat iemand hulp nodig heeft en me een seintje geeft. Omdat ik op dezelfde afdeling werk, is de drempel sowieso lager.”

Dat is nodig, want voor veel mensen blijft het een hele stap om naar een psycholoog te gaan. “Patiënten denken vaak onterecht dat er sprake moet zijn van een ernstig psychologisch probleem voor ze me raadplegen, of dat ze op zijn minst depressief moeten zijn. Dat is een misverstand. We hebben juist liever dat ze sneller de stap zetten: zodra ze voelen dat hun psychologisch functioneren onder druk staat. Want psychisch welbevinden is een belangrijke voorwaarde om als diabetespatiënt goed voor jezelf te kunnen zorgen.”

Rouwproces

Met welke psychologische moeilijkheden kloppen mensen met diabetes zoal aan bij de psycholoog? “Meestal gaat het om aanpassingsen aanvaardingsproblemen. Te horen krijgen dat je voortaan verder moet met een chronische problematiek kan gevoelens van boosheid, frustratie en angst met zich meebrengen. Het is een rouwproces: je leven gaat door, maar nu met diabetes. Dat proces verloopt niet rechtlijnig, en iedereen verwerkt de diagnose op zijn eigen manier. De ene patiënt heeft het vooral moeilijk als de diagnose gesteld wordt, de andere misschien op een later moment, bijvoorbeeld als de diabetesbehandeling geïntegreerd moet worden in het dagelijkse leven. Aanvaardingsproblemen kunnen ook opduiken als de therapie aangepast moet worden, bijvoorbeeld bij de overstap van orale medicatie naar injecties, of bij ernstige chronische complicaties, zoals een diabetische voet of nierfalen. Zeker als een patiënt weken- of maandenlang in het ziekenhuis ligt door een complicatie en daardoor veel tijd heeft om te piekeren, is het goed dat wij eens kunnen langsgaan om te praten en te luisteren, en om te checken of het psychisch welbevinden niet te veel onder druk staat.”

De factor angst

Zit een patiënt niet zo goed in zijn vel, dan neemt hij het vaak ook minder nauw met de diabetesbehandeling en met gezonde leef- en eetgewoonten. Een diabetespsycholoog krijgt dan ook regelmatig te maken met mensen die onvoldoende therapietrouw zijn. Ze controleren hun bloedsuikerwaarden niet of niet vaak genoeg, of ze slaan regelmatig een inspuiting over. “De buitenwereld beschouwt dat nogal eens als een gebrek aan motivatie”, weet Saenen. “Maar het gaat lang niet altijd over een motivatieprobleem. Soms heeft het eerder te maken met angst. Zoals de angst om met slechte glykemiewaarden geconfronteerd te worden, of de angst om fouten te maken. Het omgekeerde zie ik ook weleens: mensen die zo perfectionistisch met hun diabetesregulatie bezig zijn, dat het hun leven compleet gaat beheersen. Ook dat is vaak een vorm van angst. En af en toe gaat het om een specifieke angst voor bloed, spuiten of prikken. Een diabetespsycholoog kan je bij al die problemen helpen, om zo de diabetesbehandeling weer op de rails te krijgen.”

Stap voor Stap

Op welke manier kan de diabetespsycholoog een patiënt op weg zetten naar meer therapietrouw? “We focussen vooral op de inspanningen. We vragen bijvoorbeeld eerst om 1 keer per dag de bloedsuikerwaarde te meten. Gebeurt dat effectief, dan beschouwen we dat al als een succes, ongeacht wat die waarde is. In een volgende stap bouwen we het controleren van de bloedsuikerwaarde verder op als dat nodig is. Pas daarna proberen we de waarden ook nog goed te krijgen.” Soms maakt het voor een patiënt al een wereld van verschil als je hem kunt geruststellen, benadrukt Saenen. “Ik zie mensen weleens opgelucht ademhalen als ik zeg dat het heel normaal is dat hun motivatie op en neer gaat. Het is ook niet niks om dag in dag uit met diabetes te leven. Onze gesprekken draaien dan vooral rond de vraag: hoe kun je tegelijk voldoende mild zijn voor jezelf en toch je diabetes voldoende reguleren?” 


Bron: Bodytalk