Medische apps krijgen strak keurslijf

20 feb 2018

De tijd dat medische apps, die de gezondheid van een patiënt op afstand monitoren, in een grijze zone zaten, is voorbij. Zowel op Belgisch federaal als op Europees niveau zijn nieuwe regels op komst die de erkenning van zulke apps definiëren.
 
Voor het einde van de legislatuur in 2019 wil minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) een volledig beoordelingssysteem, met een eventuele terugbetaling, tot in detail klaarstomen. Op Europees niveau is al regelgeving van kracht die medische apps op hetzelfde niveau plaatst als medische toestellen.
 
Beide initiatieven leggen enkele stevige eisen op aan medische apps. De Block liet vorige week al weten een 'validatiepiramide' te zullen hanteren. Die heeft drie niveaus. Apps moeten ten eerste doen wat ze beloven, kunnen communiceren met overheidsplatformen en een duidelijk aantoonbare gezondheidswinst opleveren.
 
Ook Europa stelt dat de apps kritischer tegen het licht moeten gehouden worden. 'Hoe meer een app in de plaats treedt van de zorgverlener, hoe langer het zal duren voor ze goedgekeurd wordt', legt professor Frank Rademakers, directeur medische innovatie van het UZ Leuven, uit. 'En verander je een enkele letter aan de code van de app, dan mag je de procedure opnieuw doorlopen.'
 
Met het keurslijf willen de overheden de wildgroei aan medische apps aan banden leggen. De ziekenhuizen in ons land, die zelf fors investeren in de monitoring van patiënten op afstand, juichen toe dat de overheden het kaf van het koren scheiden.
 
Apps zijn al goed ingeburgerd in bijvoorbeeld het UZ Leuven en het UZ Antwerpen. 'We ontwikkelden vijf jaar geleden al een digitaal platform, waarop apps konden ontwikkeld worden', zegt Rademakers. Die zijn afgeschermd van de rest van uw smartphone. 'Het gaat bijvoorbeeld om een plasapplicatie, waarin patiënten de frequentie van urineren kunnen ingeven.'
 
Het is een manier om de patiënt betrokken te houden, maar kan ook een kostenbesparing inhouden. Dat bewijst het UZ Antwerpen. 'Patiënten die een bepaalde operatie ondergingen, kunnen dankzij telemonitoring twee à drie dagen sneller naar huis', zegt professor Guy Hans, medisch coördinator van UZ Antwerpen.
 
De ziekenhuizen dringen bij minister De Block aan op een snelle invoering van het erkenningssysteem. Pas dan is terugbetaling mogelijk bij telemonitoring die de opnametijd inkort. 'We investeerden als ziekenhuis zelf veel in proefprojecten rond telemonitoring', aldus Hans. 'Maar als er strengere eisen zijn voor hard- en software, dan is terugbetaling essentieel.' Ook Rademakers vraagt dat om dezelfde reden nagedacht wordt over terugbetaling.
 
Medische apps zijn al goed ingeburgerd, maar zullen op korte termijn niet in de plaats van de arts treden. Apps blijven ondersteunend. Zo testten Belgische huisartsen vorig jaar de app Healthlook om de glucosewaarden van diabetespatiënten op afstand te monitoren. Hoe meer apps zich aan diagnoses wagen, hoe complexer de erkenning. Voor zuiver preventieve apps - die kerngezonde mensen coachen in hun levensstijl - is er federaal geen terugbetaling in het vooruitzicht.
 
Preventieve apps volgen een alternatieve route. De appbouwers sluiten bijvoorbeeld contracten met bedrijven, die via die weg het ziekteverzuim kunnen terugdringen. Een voorbeeld daarvan is de gisteren gelanceerde app Emma. Die bepaalt via een mix van bloedafnames en vragenlijsten uw kans op vijf chronische aandoeningen. De start-up kreeg begeleiding van Johan Thijs, de CEO van de grootbank KBC.
 
Auteur:Pieter Haeck
Krant: De Tijd

Bron: Pieter Haeck, De Tijd