Weefsel-MR meet bewegingen hart


Verstoring diastolische hartfunctie

Bij elke hartslag vult het hart zich met bloed - de diastolische fase genoemd -, waarna het hart samentrekt en het bloed verder door het lichaam wordt gestuwd - de systolische fase. Wanneer de vulling van het hart bemoeilijkt wordt, is er een probleem van de diastolische hartfunctie. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als de hartspier verdikt is, zoals bij langdurige hoge bloeddruk, of als de hartspier te weinig zuurstof krijgt, bijvoorbeeld door vernauwing van de kransslagaders. Bij verstoring van de diastolische hartfunctie gaan de drukken in het hart ongezond stijgen en kan de patiënt kortademig worden.

Diastolische hartfunctie meten

'Voor de diagnosestelling, maar ook voor de prognose en het bijsturen van de behandeling van hartziekten is het belangrijk dat we de drukstijging in het hart en de vullingsproblemen nauwkeurig kunnen vaststellen', zegt Paelinck. 'Lange tijd gebeurde dat met behulp van een catheterisatie. Tegenwoordig kan het ook op een niet-ingrijpende manier, met een gespecialiseerde echografische techniek. In het kader van mijn proefschrift werd een andere, eveneens niet-invasieve methode onderzocht, de magnetische resonantie scan (MR-scan, beeldtechniek die gebruik maakt van magneetvelden en radiofrequente golven). MR wordt al langer gebruikt om littekenweefsel in de hartspier in beeld te brengen, maar werd tot nu toe nauwelijks ingeschakeld om de diastolische hartfunctie te meten.'
Om de drukken in het hart te kunnen meten, ontwikkelde Paelinck de techniek tissue MR of weefsel-MR. Met weefsel-MR wordt de beweging van het hart zelf gemeten.

Onderzoek

Concreet toetste Paelinck de nieuwe techniek in een patiëntengroep met een te dikke hartspier en vergeleek hij de resultaten met metingen via catheterisatie en echografie. Ook kon hij met behulp van weefsel-MR een verband aantonen tussen de drukstijging in het hart en de omvang van het hartinfarct. Bovendien liet de nieuwe techniek toe om na een hartinfarct vroegtijdige veranderingen in de bewegingen van het niet-getroffen hartspierweefsel op te sporen.
'Het is zeker niet de bedoeling de echografie voor deze toepassing te vervangen, wel om de mogelijkheden van de MR-scan helemaal uit te putten. De toekomst zal uitwijzen of deze nieuwe techniek op termijn meer informatie oplevert dan echografie. Met dit onderzoek is ook de basis gelegd voor meer verfijnde MR-toepassingen binnen de cardiologie', legt Paelinck uit. Het onderzoek gebeurde in samenwerking met de dienst cardiologie (diensthoofd prof. dr. Chris Vrints), de dienst radiologie (diensthoofd prof. dr. Paul Parizel), en de dienst radiologie van het Leids Universitair Medisch Centrum.

Lees verder:
Cardiale CT-scan: nieuw wapen in strijd tegen hartinfarct
Hartritmestoornissen sneller opsporen dankzij elektro-anatomische mapping
Scherper kijken dankzij nieuw röntgentoestel

Bron: maguza.be