Traumatisch hersenletsel: stille epidemie in kaart gebracht

Elk jaar loopt 1 landgenoot op 200 een traumatisch hersenletsel op, na een klap op het hoofd, een val, een verkeersongeval … In heel Europa gaat het jaarlijks om 2,5 miljoen mensen. Een grootschalig Europees onderzoek, gecoördineerd vanuit het UZA, wil die patiënten betere vooruitzichten geven.

Een enorme groep mensen krijgt ermee te maken, en toch komt traumatisch hersenletsel maar zelden onder de aandacht. Je kunt gerust spreken van een stille epidemie, vindt prof. dr. Andrew Maas, diensthoofd neurochirurgie. ‘Als een bekend persoon zoals Michael Schumacher traumatisch hersenletsel oploopt, hangen er journalisten aan de lijn, maar over het algemeen wordt erover gezwegen. Het gaat natuurlijk om een patiëntengroep die niet zo mondig is. Late gevolgen van traumatisch hersenletsel uit zich vooral op mentaal en cognitief vlak, en daar loopt men niet graag mee te koop.’

Ook in de medische wereld zelf is er niet altijd genoeg aandacht voor mogelijk hersenletsel. ‘Dat geldt voor heel de zorgketen. Het gebeurt nog altijd dat mensen na een val of klap oké lijken, maar de volgende ochtend niet meer wakker worden omdat ze toch een bloeding in het hoofd bleken te hebben. De patiënt en zijn omgeving onderschatten zelf het risico, maar ook hulpverleners sturen patiënten soms te snel naar huis, of wijten de symptomen bijvoorbeeld aan alcohol.’ De gevolgen van traumatisch hersenletsel zijn echter niet te onderschatten: verlamming of bewegingsproblemen, vermoeidheid, concentratieproblemen of geheugenproblemen, en psychiatrische problemen zoals depressie. Ook met dementie op latere leeftijd is er een duidelijk verband.

Lichte letsels niet onderschatten

Tot nu ging de aandacht van artsen en onderzoekers vooral naar mensen met zware hersenletsels. Die hebben natuurlijk de meeste zorg nodig, maar uit recent onderzoek blijkt dat ook lichte hersenletsels ernstige gevolgen kunnen hebben. ‘Een Amerikaanse collega heeft een verkennende studie gedaan bij patiënten met een licht hersentrauma die van de spoedafdeling meteen weer naar huis mochten omdat er op hun CT-scan niks te zien was. Als je bij die mensen enkele weken later een MR deed, bleek een op drie toch aantoonbare letsels te hebben. Dat is erg veel. Die patiënten hadden ook echt last van die letsels. Vandaag blijft die groep echter in de kou staan. Zo’n ongeval of klap moet je zien als het beginpunt van een ziekteproces. Niet alleen kan er in de uren nadien nog een fatale bloeding optreden, ook in een latere fase kunnen er problemen aan het licht komen die je helemaal niet verwacht.’

Reden te meer om voorzichtig te zijn als er mogelijk sprake is van een hersenletsel. Drie soorten verschijnselen kunnen op hersenletsels wijzen: bewustzijnsverlies, geheugenverlies, maar ook een verandering in het bewustzijn (zie kader). ‘Sommige patiënten zijn niet buiten westen geweest en hebben ook geen geheugenverlies. Ze voelen zich alleen afwezig, of ze gedragen zich anders dan normaal. Ook die vage symptomen kunnen een uiting zijn van hersenletsels, weten we nu.’

Hoewel de meeste van die mensen wel spontaan zullen herstellen, is er toch voorzichtigheid geboden. ‘Je moet heel goed beseffen dat de hersenen vlak na zo’n ongeval extra kwetsbaar zijn. Bij sporters bijvoorbeeld kunnen herhaalde lichte letsels voor problemen zorgen. Als een voetballer even groggy is geweest bij een botsing, zou die persoon uit het spel moeten gehaald worden. Eigenlijk zou zo iemand minimaal een week alle risico’s op een nieuwe klap moeten vermijden. Een tweede hersenschudding in die herstelfase kan immers veel ernstiger gevolgen hebben.’

Expertise samenbrengen

Voor patiënten met zwaar hersenletsel is het van groot belang dat ze naar een ziekenhuis worden gebracht dat ervaring heeft met de behandeling van dat soort letsels, zoals het UZA. ‘Wij beschikken over een erg gespecialiseerde afdeling intensieve zorg. We hebben voorts gespecialiseerde neurochirurgen en neurologen in huis, maar ook alle andere specialismen die vaak betrokken zijn bij acute trauma’s, zoals cardiochirurgie, vaatchirurgie en abdominale chirurgie. Bovendien hebben wij een bijzondere expertise op het vlak van neuroradiologie. Het is immers enorm belangrijk dat je de schade en de problemen goed in beeld kunt brengen. Onze kracht is de samenwerking tussen al de disciplines. In het buitenland werkt men veel vaker met gespecialiseerde traumacentra, terwijl patiënten in België gewoon naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis worden gebracht. Gespecialiseerde centra kunnen een grotere expertise opbouwen, waardoor ook de zorg voor de patiënt verbetert.’

Onderzoek bij duizenden patiënten

De zorg en de vooruitzichten voor de individuele patiënt verbeteren, is ook de doelstelling van een bijzonder grootschalige studie die wordt gecoördineerd door de afdeling neurochirurgie van het UZA. De Center-TBI-studie (waarbij TBI staat voor Traumatic Brain Injury of traumatisch hersenletsel) gaat de gegevens van meer dan 5000 patiënten in 21 Europese landen verzamelen en daaruit afleiden wat de beste behandeling is in welke situatie. Het gaat zowel om patiënten met lichte letsels als om patiënten die met zware hersenletsels zijn opgenomen. ‘We verzamelen de klinische gegevens, MRI’s en CT-scans, bloedonderzoeken enzovoort, maar ook gegevens over de behandeling en over de uiteindelijke uitkomst. De studie loopt 6,5 jaar, dus kunnen we de patiënten vrij lang opvolgen. We gaan heel breed en verzamelen bijvoorbeeld ook genetisch materiaal.’

Met de nieuw verworven kennis zullen artsen hun patiënten beter en gerichter kunnen behandelen, weg van de standaardaanpak. ‘Er blijken enorm grote verschillen te zijn tussen centra, tussen landen, tussen letsels, tussen behandelingen, tussen uitkomst. We gaan de oorzaken van al die verschillen proberen zoeken en linken en zo komen tot aanbevelingen voor de beste aanpak. Het is een heel complexe ziekte, en de hersenen zijn ons meest complexe orgaan. Er is zoveel dat we nog niet begrijpen.’ Er werken 80 ziekenhuizen in Europa en Israël mee aan de studie, en ook Amerikaanse en Canadese onderzoekers hebben intussen bevestigd dat zij in hun regio gelijkaardig onderzoek zullen doen. ‘En er is intussen ook interesse uit India en China. Zelden hebben zoveel landen samengewerkt rond een specifieke ziekte.’

Meer info: dienst neurochirurgie UZA, T 03 821 33 28, www.center-tbi.eu

Wanneer naar de dokter?

Als iemand zijn hoofd heeft bezeerd, raadpleeg dan zeker een arts bij de volgende symptomen:

  • bewusteloosheid, ook al was het maar even,
  • geheugenverlies, bijvoorbeeld als de persoon zich niet meer kan herinneren wat er is gebeurd,
  • als de persoon zich anders dan normaal gedraagt.

Het is ook belangrijk om de persoon in de 24 uur na de val goed in de gaten te houden, zodat er alarm wordt geslagen als zijn toestand plots achteruitgaat. Artsen geven dan vaak een wekadvies, waarbij de patiënt de eerste nacht om de twee uur gewekt moet worden, om te zien of hij wakker wordt en alert reageert.

Van verkeersslachtoffers naar valpartijen

Traumatisch hersenletsel is meestal het gevolg van een val, geweld of een verkeersongeval. ‘Vijftien of twintig jaar geleden was het merendeel van onze patiënten slachtoffer van een verkeersongeval,’ vertelt neurochirurg prof. dr. Andrew Maas. ‘Het verkeer maakt intussen minder slachtoffers, waardoor we nu in verhouding meer oudere patiënten zien die gevallen zijn, vaak thuis. De ouderdom speelt daarin een rol en het feit dat mensen langer zelfstandig thuisblijven, maar ook alcohol is zonder twijfel een factor.’

‘Het leven weer gewoon worden’

Jeroen weet nog altijd niet wat er gebeurd is op die 5e april 2012. ‘En ik zal het wellicht nooit weten. Ik ging ijzerschroot lossen in Schelle. Uit de barst in mijn schouderblad leiden de artsen af dat ik van een hoogte uit de laadruimte van mijn vrachtwagen gevallen moet zijn.’ Jeroen werd bij de achterwielen gevonden. Hij was met zijn hoofd op een zware blok ijzer terechtgekomen. ‘Er zat een barst in mijn schedel, maar veel erger waren de bloedingen. Die deden de druk in mijn hersenen gevaarlijk oplopen. Heel wat patiënten overleven dat niet. Ik ben verschillende keren geopereerd en heb drie weken in coma gelegen. Daarna is alles geleidelijk teruggekomen. Het is moeilijk uit te leggen. Je bent zoveel van je kracht kwijt. De revalidatie heeft maanden geduurd. Pas na zeven maanden mocht ik weer met mijn vrachtwagen rijden. Vandaag heb ik nog altijd last van geheugenstoornissen. Je moet het leven ook weer gewoon worden, weer leren omgaan met de stress en zo. Maar dat komt allemaal op zijn plooi, daar ben ik zeker van.’

Bron: maguza.be