Mondprothese tegen slaapapneu

Bij de behandeling van snurken en obstructief slaapapneu met een mondprothese (MRA) zijn maar liefst vijf verschillende UZA-afdelingen betrokken. Om de patiënt zo vlot en efficiënt mogelijk te helpen, is er een klinisch pad uitgewerkt, dat door een 200-tal patiënten per jaar doorlopen wordt.

Zo’n 3% van de Belgen kampt met obstructief slaapapneu syndroom (OSAS), een aandoening waarbij de keelholte geheel of gedeeltelijk dichtklapt tijdens de slaap, waardoor zuurstoftekorten ontstaan. De belangrijkste klachten zijn luid snurken, slaperigheid overdag en concentratiestoornissen. Op lange termijn lopen OSAS-patiënten een groter risico op hart- en vaatziekten. Behandelen kan met een bepaald type beademingsmasker (CPAP), een mondprothese of via chirurgie. Ook maatregelen zoals gewichtscontrole en een aanpassing van de levenswijze horen erbij.

Een mandibulair repositieapparaat (MRA) wordt vastgeklikt op de tanden en brengt de onderkaak tijdens het slapen naar voren, zodat de luchtweg beter vrij blijft. Het kan aangewezen zijn bij snurken en bij lichte tot ernstige vormen van OSAS. Vaak gaat het om patiënten die de CPAP-behandeling niet kunnen verdragen.

Gestroomlijnd proces

Vooraleer de patiënt het UZA buitenstapt met zijn MRA, legt hij een heel parcours af. Dat proces is nu gestroomlijnd en elke stap is vastgelegd in een multidisciplinair klinisch pad. Eerst gaan de neus-, keel- en oorartsen na wat er precies aan de hand is, onder meer via een slaapendoscopie. Terwijl de patiënt slaapt, wordt met een cameraatje de keelholte bestudeerd. De patiënt ondergaat ook een slaaponderzoek om de ernst van de ademhalingsstoornis te bepalen. Vervolgens gaan tandartsen na of er geen tand- of kaakproblemen zijn.

De volgende stap is een simulatie-prothese, die net als de uiteindelijke prothese de onderkaak naar voren brengt. Om na te gaan welk effect dat heeft, worden er CT-scans gemaakt en wordt er opnieuw een slaapendoscopie gedaan, met en zonder simulatie-prothese. Vervolgens beslist het multidisciplinaire team of een MRA een goede oplossing zou zijn. Dan worden afdrukken genomen van de tandenbogen en wordt het MRA gemaakt in het tandtechnisch labo. Ook na de plaatsing van het MRA wordt de patiënt verder opgevolgd. Bij ongeveer 70% van de geselecteerde patiënten levert een behandeling met een MRA goede resultaten op.

Alleen maar voordelen

Tandheelkundige prof. dr. Marc Braem en NKO-arts Olivier Vanderveken zien in de nieuwe aanpak alleen maar voor voordelen. Braem: ‘De patiënt wordt strikter begeleid en de tijd van het behandeltraject is korter: tussen het eerste telefonisch contact en de plaatsing van het MRA verlopen nu gemiddeld 90 dagen.’ Dankzij het zorgpad kunnen verschillende onderzoeken nu ook worden gebundeld op één en dezelfde dag. ‘De patiënt moet dus minder vaak naar het ziekenhuis komen. We kunnen nu op voorhand ook beter schetsen wat de patiënt kan verwachten. Een klinisch pad is een intern instrument om de kwaliteit van de zorg te optimaliseren, en dat is hier zeker het geval,’ besluit Vanderveken.

Info: dienst tandheelkunde UZA: T 03 821 33 89; dienst neus-, keel- en oorziekten UZA: T 03 821 33 85

Bron: maguza.be